nprPVY0Vandaag is de Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving  (Wet VTH)) in werking getreden. Daarmee is paragraaf 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gewijzigd.


Achtergrond van de wetswijziging

De Wet VTH en de ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen zijn een gevolg van het in 2008 geconstateerd probleem dat de handhavingsstructuur in het omgevingsrecht gekenmerkt werd door een grote mate van fragmentatie en vrijblijvendheid in samenwerking en uitvoering. In 2009 hebben het interprovinciaal overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk afspraken gemaakt om de uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving op het gebied van het omgevingsrecht structureel te verbeteren. Als gevolg van deze afspraken is onder andere een landsdekkend netwerk van omgevingsdiensten in het leven geroepen, zijn er kwaliteitscriteria vastgesteld en is een systeem voor uitwisseling van informatie tussen toezichthouders ontwikkeld. De Wet VTH voorziet in de wettelijke borging van de behaalde resultaten en schept randvoorwaarden en condities voor een bestendig effectief en efficiënt functioneren van het gemoderniseerde VTH-stelsel (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 872, nr. 3 (MvT), p. 2).

Wat is er veranderd?

De nieuwe paragraaf 5.2 van de Wabo bevat de bepalingen over kwaliteitsbevordering en samenwerking. Artikel 5.3 vormt de basis voor het bij algemene maatregel van bestuur bepalen van kwaliteitseisen die gelden voor de uitvoering van taken met betrekking tot de omgevingsvergunning, de kwaliteit van de handhaving en de bekwaamheid en deskundigheid van de ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van voornoemde taken en bevoegdheden.

Nieuw is dat een deel van de taken voortaan door de omgevingsdiensten moet worden uitgevoerd; die hebben dan ook door deze wetswijziging een wettelijke basis gekregen. De omgevingsdienst is een organisatie waarin ambtenaren van gemeenten en provincies samenwerken. De taken van de omgevingsdienst worden nader uitgewerkt in een wijziging van het Besluit omgevingsrecht (zie hier de nota van toelichting), die later in werking zal treden.  Deze meer centrale rol van omgevingsdiensten heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat handhaving meer integraal benaderd kan worden: alle aan de omgevingsdienst deelnemende handhavingspartners kunnen immers bijdragen aan handhavingsprioritering, in plaats van alleen het bevoegd gezag.

Deze wetswijziging heeft ook gevolgen voor de informatievergaring en –uitwisseling. Zo is geregeld dat de met handhaving belaste bestuursorganen en toezichtsinstanties onderling en met het OM en politie een betere informatievoorziening realiseren. Verder worden het college van burgemeester en wethouders alsook gedeputeerde staten verplicht jaarlijks onderzoek te doen naar de kwaliteit en de doelmatigheid van de uitvoering en handhaving. Ook is er een wettelijke grondslag gecreëerd voor het Bestuurlijk Omgevingsberaad, waarin o.a. door de minister, het OM en de omgevingsdiensten kritisch wordt gereflecteerd op het VTH-stelsel.

Voorts is interessant dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over een strategische en programmatische uitvoering van de handhaving en over de afstemming van de uitoefening van handhavingsbevoegdheden tussen bestuursorganen en toezichthouders die belast zijn met de handhaving van de betrokken wetten onderling, en met de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten. De strafrechtelijke component is nieuw ten opzichte van de situatie voor de wetswijziging. Hiermee wordt uiting gegeven aan de wens om samenwerking en afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving te bevorderen.

Wijziging van het Besluit omgevingsrecht

Het Wijzigingsbesluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) strekt ertoe vast te leggen welke milieutaken de omgevingsdiensten moeten gaan uitvoeren, en aan welke kwaliteitseisen die uitvoering moet voldoen. Eind vorig jaar werd het Wijzigingsbesluit gepubliceerd opdat belangstellenden reacties konden geven. Wanneer het Wijzigingsbesluit in werking treedt is nog onduidelijk.

Bronnen:

Kamerstukken II, 2013-2014, 33 872, nr. 2 (voorstel van wet)
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 872, nr. 3 (memorie van toelichting)

Share This