Het wetsvoorstel Verwijdering asbest en asbesthoudende producten, op dit moment in behandeling bij de Tweede kamer, houdt verband met een wijziging van de Wet milieubeheer (Wm). Het wetsvoorstel dat op 2 februari 2017 werd ingediend, moet het mogelijk maken via het Asbestverwijderingsbesluit een verplichting tot actieve verwijdering op te leggen voor asbest(producten) in bouwwerken of objecten, verontreiniging die hier het gevolg van is of afvalstoffen van asbestproducten die in het milieu terecht zijn gekomen. Op 21 augustus 2018 diende staatssecretaris van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een nota van wijziging bij dit wetsvoorstel in. Hiermee wil zij onder meer stimuleren dat eigenaren van gebouwen met asbestdaken de verontreiniging van de bodem daaronder vrijwillig verwijderen.

Doel van de wijziging

Onder asbestdaken zonder (goed functionerende) dakgoot is in de toplaag van een onverharde bodem vaak sprake van ernstige bodemverontreiniging. Asbestvezels spoelen vanaf de daken op de afwateringszone en kunnen zich vanaf daar verder verspreiden. Vaak wordt de verontreiniging aangetroffen op slechts een smalle, ondiepe strook en is deze niet altijd zichtbaar. Daarom is het wenselijk dat de bodem tegelijkertijd met het verwijderen van het asbestdak wordt gesaneerd. Het verwijderen van de hele strook is de goedkoopste en meest doeltreffende aanpak van de verontreiniging. De wijziging van het wetsvoorstel is erop gericht om te stimuleren dat dit zoveel mogelijk op eigen initiatief gebeurt. Het voorziet daartoe in een eenvoudiger procedure die kan worden gevolgd: een drempelverlaging voor eigenaren om te kiezen voor een vrijwillige sanering van de bodem.

Aanleiding voor de wijziging in het wetsvoorstel

De wijziging maakt het mogelijk om hiervoor een eenvoudige maar met voldoende waarborgen omklede procedure te volgen. Dit in plaats van de procedure die anders volgens de Wet bodembescherming (Wbb) moet worden gevolgd en als te belemmerend en onnodig kostenverhogend wordt beschouwd. Deze is namelijk geschreven voor de sanering van meer complexe verontreinigingsgevallen dan de betrekkelijk eenvoudige handeling van het verwijderen van de toplaag van de bodem. Zo is de in de Wbb opgenomen verplichting tot onderzoek naar aard en omvang van de verontreiniging, het indienen van een saneringsplan en het opstellen van een nazorgplan onnodig wanneer vooraf al bekend is dat de verontreiniging kan worden aangetroffen in de toplaag van de bodem in de afwateringszone onder het dak en dat dit probleem kan worden opgelost door de toplaag te verwijderen.

Het ingediende wetsvoorstel voorzag al in de mogelijkheid van vereenvoudiging van procedures. Echter is dit onbedoeld beperkt gebleven tot de situatie waarin een verwijderingsplicht zou worden opgelegd en is deze mogelijkheid niet geopend voor situaties waarin vrijwillig tot verwijdering van de verontreiniging wordt overgegaan. Deze nota van wijziging maakt het mogelijk om de te volgen procedure ook dan te vereenvoudigen. Daarbij kunnen alsnog voorschriften worden gesteld over de wijze waarop de verwijdering moet plaatsvinden, waaronder de mogelijkheid van een eenvoudige meldingsplicht die in de plaats komt van de procedurele verplichtingen op grond van de Wbb.

Vervolg

In het najaar zal de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer weer opgepakt worden. De planning is in elk geval dat het verbod op asbestdaken per 1 januari 2024 van kracht wordt. Hoewel in de nota van wijziging staat dat nog zal moeten worden bezien of het wenselijk is om in de toekomst een verwijderingsverplichting op te leggen of dat (voorlopig) wordt volstaan met beleid dat is gericht op het stimuleren van vrijwillige verwijdering, dienen eigenaren van gebouwen met asbestdaken zonder (goed functionerende) dakgoot met de sanering van de verontreinigde bodem rekening te houden.

Raadpleeg hier de nota van wijziging bij het wetsvoorstel Verwijdering asbest en asbesthoudende producten en hier het wetsvoorstel Verwijdering asbest en asbesthoudende producten.

you're currently offline

Share This