ojirnaaBij brief van 12 september 2016 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) voorgelegd aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. In dit ontwerpbesluit wordt een bovengrondse elektriciteitsleiding aangewezen als een vergunningvrij bouwwerk.

 

Achtergrond

De Rechtbank Oost-Brabant heeft in een uitspraak van 13 augustus 2015 geoordeeld dat hoogspanningsleidingen samen met hoogspanningsmasten onderdeel uitmaken van een hoogspanningslijn en dat deze hoogspanningslijn moet worden gezien als één bouwwerk. De hoogspanningslijn (masten en leidingen) betreft volgens de rechtbank een constructie die indirect via de hoogspanningsmasten met de grond is verbonden en bedoeld is om ter plaatse te functioneren. Nu hoogspanningslijnen in het Bor niet als vergunningvrije bouwwerken zijn uitgezonderd, is volgens de rechtbank voor de gehele hoogspanningslijn een omgevingsvergunning bouwen vereist.

Doel wijziging Bor

De wijziging van het Bor beoogt bovengrondse elektriciteitsleidingen te legaliseren. Daarmee wordt voorkomen dat met een beroep op genoemde uitspraak handhavend opgetreden moet worden tegen de aanwezigheid van deze leidingen. Voor het bouwvergunningvrij maken van de (hoogspannings)masten wordt geen aanleiding gezien. Afgezien dat daarvoor nu geen illegale situatie bestaat, geldt voor de masten – vanwege de omvang – dat toetsing vóóraf aan de toetsingscriteria voor het bouwen van een bouwwerk en daarmee het vereiste van een omgevingsvergunning voor het bouwen, wenselijk blijft.

Relatie met het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen

De vrijstelling van de vergunningplicht voor bovengrondse elektriciteitsleidingen heeft nadrukkelijk alleen betrekking op de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Voor de aanleg of de wijziging van bovengrondse hoogspanningslijnen blijft – als sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan – een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik of een wijziging van het bestemmingsplan of een inpassingsplan vereist. Daarbij moet een beoordeling van de effecten van magnetische velden en een afweging van de risico’s van blootstelling aan een te verwachten magnetisch veld gemaakt blijven worden. De wijziging van het Bor verandert hierin niets. Het advies van de Staatssecretaris van VROM uit 2005 en de toelichtende brief van de Minister van VROM over de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningslijnen in de nabijheid van gevoelige bestemmingen blijven hier relevant.

Inwerkingtreding

Het is de bedoeling dat de wijziging van het Bor met ingang van 1 januari 2017 in werking treedt.
Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2015-2016, 33 118, nr. 33

Share This