Met het op handen zijnde nieuwe omgevingsrecht en de codificatie en harmonisatie van het nadeelcompensatierecht, acht minister Dekker (Rechtsbescherming) verschillende moderniseringen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nodig. Op 10 juli jl. diende hij daartoe een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer. Allereerst introduceert dit voorstel een nieuwe regeling voor de gecoördineerde behandeling van samenhangende besluiten. Lees daarover ons eerdere blog. Ten tweede komt de aanpassing of intrekking van bijzondere nadeelcompensatieregelingen aan bod: lees daarover hier meer. In dit blog bespreken wij tot slot de beoogde mogelijkheid voor toezichthouders om bij overtreding van de medewerkingsplicht bestuurlijk te handhaven door middel van een last onder bestuursdwang.

Handhaving van de medewerkingsplicht op grond van artikel 5:20 Awb

Op grond van artikel 5:20, eerste lid, Awb is een ieder verplicht om aan een toezichthouder alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Verschillende bijzondere wetten (o.a. de Arbeidsomstandighedenwet, Geneesmiddelenwet en Telecommunicatiewet) bieden het bestuur tegenwoordig de mogelijkheid om een overtreding van de medewerkingsplicht van artikel 5:20 Awb bestuursrechtelijk te handhaven. Sommige wetten sanctioneren zo’n overtreding met een last onder bestuursdwang of dwangsom, andere wetten bestraffen een schending met een bestuurlijke boete. Ook zijn er wetten die het bestuur de keuze bieden tussen het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.

Het wetsvoorstel beoogt hier verandering in te brengen en creëert een algemene regeling omtrent dit onderwerp in de Awb, door artikel 5:20 aan te vullen met een nieuw derde lid. Op grond hiervan kunnen bestuursorganen een last onder bestuursdwang opleggen wanneer een burger, bedrijf of instelling onvoldoende meewerkt aan een vordering van een toezichthouder.

De bestuursdwangbevoegdheid in een bijzondere wet ter handhaving van de medewerkingsplicht zal bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel worden aangepast of komen te vervallen. De bijzondere wet houdt echter de mogelijkheid om, in aanvulling op het derde lid, overtreding van de medewerkingsplicht te sanctioneren met een bestuurlijke boete.

Tot slot

De regering acht kortom de tijd rijp voor een algemene bestuursdwangbevoegdheid bij schending van de medewerkingsplicht. Met een kleine, maar voor de toezichtspraktijk belangrijke aanvulling die in beginsel een eenduidig kader schept. Schending van de medewerkingsplicht kan in de toekomst, onafhankelijk van bijzondere wetten, in ieder geval worden gesanctioneerd met een last onder bestuursdwang.

Raadpleeg hier de volledige tekst van het wetsvoorstel en hier de bijbehorende Memorie van Toelichting.

Share This