barcode2Het voornemen bestond het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) dusdanig te wijzigen dat het provincies onmogelijk zou worden gemaakt een actief detailhandelsbeleid te voeren. Minister Schultz is 16 april jl. hierop teruggekomen tijdens het Algemeen Overleg Ruimte. Het terugkomen op de wijziging is in overeenstemming met de opstelling van het IPO en het advies van de Raad van State over de voorgenomen wijziging.

Het voornemen van de Minister

Om het ruimtelijk beleid bij de vestiging van detailhandel te kunnen onderbouwen laten provincies onderzoek uitvoeren naar de regionale economische behoefte naar detailhandel. Op basis hiervan bepalen provincies of de vestiging van nieuwe detailhandel past binnen het beleid om levendige en leefbare stads- en dorpskernen te behouden en leegstand te voorkomen. Om dit te bereiken wordt detailhandel zo veel mogelijk geconcentreerd in centra en wordt de vestiging aan de randen van de stad zoveel mogelijk beperkt. De Minister meende dat een en ander in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn. Gelet daarop wilde de Minister het doen van onderzoek naar de economische behoefte ter onderbouwing van ruimtelijke besluiten door provincies verbieden.

Provincies en de Raad van State

Tijdens een rondetafelgesprek op 3 april jl. in de Tweede Kamer spraken provincies zich uit over de voorgenomen wijziging. Er werd onder meer ingezet op de noodzaak van sturing vanuit de provincies bij voorgenomen ontwikkelingen. Juist de regionale behoefteraming maakt het voor de provincies mogelijk te bezien hoe groot de eventuele overcapaciteit is in een provincie van gemeenten gezamenlijk. Op die manier kan bovenlokale afstemming worden nagestreefd en kan leegstand worden voorkomen.

De Raad van State heeft advies uitgebracht. Strekking van het advies is dat binnen het kader van de Europese Dienstenrichtlijn het doen van onderzoek naar de economische behoefte ter onderbouwing van ruimtelijke besluiten mogelijk is. Geen strijdigheid met Europese regels dus, aldus de Raad van State.

De ladder voor duurzame verstedelijking

In een eerder blogbericht ben ik ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. De vraag rijst hoe het hiervoor genoemde zich verhoudt tot de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder ziet immers op de verplichting voor decentrale overheden om de actuele, regionale behoefte aan te tonen van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om discussie te voorkomen of de ladder voorwaarden stelt die in strijd zouden zijn met de Dienstenrichtlijn, was het plan om een vierde lid aan artikel 3.1.6 Bro toe te voegen. Een dergelijke toevoeging is thans niet meer noodzakelijk.

Share This