Wanneer losse asbestvezels worden ingeademd, is dat schadelijk voor de gezondheid. Om die reden is het gebruik ervan al sinds juli 1994 niet meer toegestaan. In oude panden en dan voornamelijk in de daken, is echter soms nog asbest aanwezig. De regering kondigde al in 2015 een verbod op deze asbestdaken af en de Tweede Kamer nam in oktober 2018 met ruime meerderheid het wetsvoorstel Verwijdering asbest en asbesthoudende producten aan. Deze wet zal in de huidige vorm echter geen doorgang vinden, nu de Eerste Kamer het voorstel op dinsdag 4 juni 2019 verwierp.

Wetsvoorstel Verwijdering asbest en asbesthoudende producten

Het wetsvoorstel houdt verband met een wijziging van de Wet milieubeheer (Wm) en maakt het mogelijk om bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) het hebben van asbestproducten te verbieden. Dit verbod geldt alleen voor asbesthoudende producten die in contact staan met de buitenlucht, zoals dakbedekking. Het wetsvoorstel zou het daarnaast mogelijk maken om via een Asbestverwijderingsbesluit een verplichting tot actieve verwijdering van asbest(producten) in bouwwerken of objecten − zoals daken − op te leggen. De planning was het verbod op asbestdaken per 31 december 2024 in te laten gaan. Zie voor een uitgebreidere bespreking van het wetsvoorstel ons blog van 25 februari 2019.

Haalbaarheid en betaalbaarheid

Tijdens een eerder debat op 28 mei jl. uitte de Eerste Kamer al een aantal zorgen over het wetsvoorstel. Deze zagen voornamelijk op de ingangsdatum en de haalbaarheid en betaalbaarheid van het voorstel. De Eerste Kamer vreest dat het voor particulieren met een asbestdak onbetaalbaar is hun dak op zo’n korte termijn te laten vervangen. Vooral minder draagkrachtigen hebben mogelijk onvoldoende geld om op tijd aan de wet te voldoen.

Als reactie op het debat stelde staatssecretaris van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) voor om het verbod op 1 januari 2028 in plaats van eind 2024 in te laten gaan. Daarnaast zegde de staatssecretaris toe om het voor gemeenten mogelijk te maken om tot en met uiterlijk 2030 uitstel te verlenen voor de verwijdering van de asbestdaken. Verder stelde zij een noodplan voor om schrijnende gevallen te voorkomen, bovenop een reeds voorgesteld fonds voor ondersteuning door middel van subsidies. Ook dit voorstel is door de Eerste Kamer verworpen. De voorgestelde aanpassingen hebben de zorgen van partijen niet weggenomen. De Eerste Kamer acht het wetsvoorstel gelet op de te maken kosten vooralsnog disproportioneel. Daarnaast twijfelt men aan de effectiviteit en uitvoerbaarheid ervan.

Hoewel de Eerste Kamer tegen het voorstel heeft gestemd, onderschrijft de meerderheid van de Kamer het einddoel van het wetsvoorstel; een asbestveilige leefomgeving. Het ministerie van IenW beraadt zich de komende tijd op nieuwe regelgeving. Of en wanneer een verbod op asbestdaken wordt ingevoerd is nog niet duidelijk.

Lees hier het nieuwsbericht van de Eerste Kamer van 4 juni 2019.

Share This