Op 5 oktober 2018 heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de kabinetsreactie op het voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Zie over dit voorstel ook onze blogreeks Klimaatakkoord. Met de reactie geeft het kabinet richting aan de verdere gesprekken over een Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord zal een basis vormen voor het op te stellen klimaatplan, waarin het kabinet de maatregelen opneemt die nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Van groot belang dus voor het behalen van het emissiereductiedoel uit het regeerakkoord!

Achtergrond

In het regeerakkoord staat dat het kabinet zich richt op een CO₂-emissiereductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen is het van belang dat bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden samen concrete afspraken maken over de te nemen maatregelen. Het Klimaatakkoord moet hierin voorzien.

Dit jaar hebben meer dan 100 organisaties met elkaar verkend wat nodig is om gezamenlijk het emissiereductiedoel te halen. Deze besprekingen vonden plaats aan vijf sectortafels: gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en elektriciteit en landbouw en landgebruik. Op 10 juli 2018 zijn de eerste resultaten van deze besprekingen aan minister Wiebes overhandigd in de vorm van een voorstel van hoofdlijnen van het Klimaatakkoord.

Deze zomer hebben de planbureaus PBL en CPB  het voorstel beoordeeld. Uit de analyses blijkt dat met deze voorstellen de emissiereductiedoelstelling haalbaar is. Hiervoor is wel noodzakelijk dat de voorstellen worden uitgewerkt in concrete instrumenten en acties. In dat kader heeft de voorzitter van het Klimaatberaad aan het kabinet gevraagd te reageren op het voorstel en richting te geven aan de te maken keuzes.

Kabinetsreactie

De minister stelt voorop dat het kabinet met de reactie vooral het startsignaal wil geven voor de tweede ronde gesprekken aan de sectortafels en in het Klimaatberaad. Hierbij geeft het kabinet een aantal belangrijke aandachtspunten mee aan de betrokken partijen. Hieronder een aantal van deze punten.

In de eerste plaats benadrukt de minister dat de transitie betaalbaar en kostenefficiënt moet zijn. De overheid zal de transitie niet volledig betalen en dus komen een deel van de kosten bij bedrijven te liggen. Gelet hierop is de sectortafels verzocht concreet in te gaan op hoe de transitie bekostigd kan worden en nog meer aandacht te besteden aan kostenreductie.

Ook wijst de minister op het belang van maatschappelijk draagvlak en burgerparticipatie. De transitie heeft een ruimtelijke impact, zoals de aanzienlijke uitbreiding van windturbines op land en de aanleg van zonneparken. Het kabinet hecht eraan dat burgers betrokken worden bij de discussie over maatregelen met ruimtelijke consequenties. Burgers moeten dus actief aan de transitie kunnen meewerken. Dit kan onder meer door burgers financieel te laten participeren in concrete transitieprojecten of door bewoners te laten meebeslissen over de ruimtelijke inpassing van duurzame energieprojecten.

Daarnaast onderschrijft de minister de voorgestelde aanpak om voor huishoudens geen specifieke verplichtingen te introduceren, maar te starten met het stimuleren van bewoners en het financierbaar maken van de verduurzamingsmaatregelen.

Verder merkt de minister op dat voor een geloofwaardig akkoord van belang is dat de industrie de reductiedoelstelling ook echt haalt. Om dit zeker te stellen kiest het kabinet voor een aanpak langs drie sporen: kostenreductie, borging en maatwerk. De minister vraagt de sectortafel Industrie om hiervoor voorstellen te doen.

Voor wat betreft mobiliteit kan de minister zich vinden in het voorgestelde plan om elektronische personenauto’s versneld in te voeren. In dit kader verzoekt hij de sectortafel Mobiliteit om niet alleen fiscale maatregelen maar ook andersoortige oplossingen aan te dragen om de aanschaf van elektrische auto’s te stimuleren en ervoor te zorgen dat alle nieuwe auto’s in 2030 emissieloos zijn.

Tot slot wijst de minister op de recente vastgestelde ‘Visie landbouw, natuur en voedsel’. In deze visie geeft het kabinet richting aan de ontwikkeling van de landbouw, waarbij kringlooplandbouw steeds meer centraal komt te staan. Voor het kabinet is van belang dat ketenpartijen onderzoeken hoe individuele bedrijven erop kunnen worden afgerekend als zij de te maken klimaatafspraken niet nakomen.

Hoe verder?

De kabinetsreactie geeft richting voor het debat met de Tweede Kamer. Na het debat gaan de sectortafels aan de slag met de concrete uitwerking van de voorstellen.  Minister Wiebes verwacht deze uitwerking op 1 december 2018 te ontvangen.

Uiteindelijk moeten de onderhandelingen aan de sectortafels samenkomen in één samenhangend concept Klimaatakkoord met vijf sectorale pijlers. Vervolgens wordt dit concept beoordeeld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB). Voordat het Klimaatakkoord wordt gesloten, legt de minister het voor aan het parlement. Het definitieve Klimaatakkoord zal zoals gezegd deel uitmaken van de input voor het klimaatplan, dat op stapel staat voor 2019.

Lees hier de kabinetsreactie op het voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord.

Onder de noemer Pels Rijcken 1.5° bundelen wij al onze kennis, expertise en activiteiten op het gebied van klimaatverandering en energietransitie. Want alle vraagstukken grijpen in elkaar, net als alle oplossingen. Pels Rijcken: Oog voor samenhang.

you're currently offline

Share This