Onderdeel van het stelsel van de nieuwe Omgevingswet is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI wordt een integraal nationaal beleidsdocument, waarin de lange termijnvisie op de noodzakelijke en de gewenste ontwikkeling naar een duurzame fysieke leefomgeving wordt vastgelegd. In een eerdere fase zijn de vier strategische opgaven voor de fysieke leefomgeving bepaald: een duurzame en concurrerende economie; een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving en een waardevolle leefomgeving. Daarbij werd toen nog geen richting gekozen. Inmiddels zijn de aspecten waarop de prioriteit zal komen te liggen nader bepaald. Op 13 april jl. zond minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de Tweede Kamer hierover een brief.

Focuspunten

Per opgave zijn in de brief meerdere focuspunten opgesomd. Voor wat betreft de eerste opgave ‘duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland’, stelt de minister dat Nederland vanuit haar sterke internationale positie werk moet maken van onder meer de transities van haven- en industriegebieden, de transformatie van productieprocessen naar een circulaire economie en de versterking van industrieclusters. Voor de pijler ‘ruimte voor klimaat en energietransitie’ vormen de afspraken uit het Klimaatakkoord een belangrijke input en ligt de focus onder meer op de verduurzaming van gebouwde omgeving, warmteopties en elektriciteit. Ook wordt nieuw vestigingsbeleid voor grote energievragers genoemd. In de derde opgave staat wonen, werken en mobiliteit centraal, dat wordt verbonden aan onder meer de wens tot het realiseren aardgasvrije wijken en het zoveel mogelijk binnenstedelijk en waar nodig aan de stadsranden bouwen van nieuwe woningen. De laatste opgave ziet op landbouw en daarin komt onder meer het beperken van de gezondheidseffecten van intensieve veeteelt en de bodemdalingsproblematiek aan bod.

Participatie

Rond een grote en urgente opgave als de inrichting van de fysieke leefomgeving, kunnen de betrokken belangen flink botsen. Partijen, die ieder hun eigen positie innemen, zullen moeten interacteren en coalities moeten sluiten. Bij de totstandkoming van de NOVI wordt de participatie ingericht zoals bedoeld in de Omgevingswet. Ambtelijk en bestuurlijk (via het Bestuurlijk Overleg fysieke leefomgeving) zal intensief worden samengewerkt door alle betrokken departementen, met gemeenten, provincies en waterschappen. Ook adviesraden, kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers worden betrokken.

Vervolg

De minister geeft in haar brief aan dat voor de NOVI een planMER wordt opgesteld. Dit voorjaar wordt daarover een kennisgeving uitgebracht in de zin van art. 7.9 van de Wet milieubeheer. De verwachting is dat het ontwerp NOVI eind 2018 aan de Tweede Kamer wordt gezonden, waarop deze in 2019 daadwerkelijk kan worden vastgesteld. Nu de NOVI delen van huidige structuurvisies en andere beleidsnota’s vervangt, krijgt zij haar werking dus al voordat de Omgevingswet in werking treedt. Om de interbestuurlijke en maatschappelijke samenwerking te bekrachtigen, is afgesproken om na de verschijning hiervan aan de NOVI een concreet bestuursakkoord te koppelen. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verantwoordelijkheidsverdeling en samenwerkingsafspraken zoals deze staan beschreven in de Omgevingswet.

Share This