Experimenteren met de Omgevingswet. Dat kan aan de hand van de Crisis- en herstelwet (Chw). Waar regelgeving een drempel is voor innovatieve ontwikkelingen die bijdragen aan onder meer duurzaamheid, biedt de Chw uitzonderingsmogelijkheden om, vooruitlopend op de Omgevingswet, projecten te realiseren en procedures te verkorten. Op 8 juni jl. presenteerde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het ontwerp van de 18e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Bu Chw). Daarmee wordt mogelijk gemaakt dat in meer gemeenten een lagere energieprestatiecoëfficiënt (EPC) vastgesteld kan worden dan het Bouwbesluit 2012 op dit moment voorschrijft. Ook wordt voor alle experimenten met het flexibele bestemmingsplan de looptijd verruimd en worden nieuwe gebieden toegevoegd aan het experiment bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.

Toevoeging gebieden lagere EPC

In artikel 5.1 van het Bouwbesluit 2012 zijn de geldende EPC-eisen per gebruiksfunctie opgenomen. De EPC geeft de mate van energiezuinigheid aan. Hoe hoger de EPC is gesteld, hoe minder streng de norm en hoe minder energiezuinig het gebouw. Voor woningen en woongebouwen geldt een EPC-eis van 0,4. Voor gebouwen met een winkelfunctie geldt een EPC-eis van 1,7.

Drie gemeenten hebben het verzoek ingediend een lagere EPC te kunnen voorschrijven voor nieuw te bouwen woningen en eventueel voor andere gebruiksfuncties dan wonen. Het gaat om de gemeente Bloemendaal voor het specifieke gebied Blekersveld, de gemeenten Gooise Meren, Laren en Hilversum voor een gebied dat is gelegen op het gezamenlijk grondgebied van deze gemeenten en het hele grondgebied van de gemeente Harderwijk.

Met de 18e tranche van het Bu Chw krijgen deze gemeenten de mogelijkheid om een EPC van 0,2 voor nieuw te bouwen woningen verplicht te stellen. Dit experiment is niet nieuw. In de 17e tranche is deze mogelijkheid reeds geboden aan de gemeenten Amsterdam, Enschede, Giessenlanden, Leusden, Zaanstad en Zuidhorn (zie daarover ons eerdere blogbericht). In dat blogbericht is toegelicht dat deze gemeenten kunnen experimenten door via de bouwverordening een nog lagere EPC dan 0,2 voor te kunnen schrijven, maar ook door af te kunnen wijken van de EPC voor andere gebruiksfuncties dan wonen. Genoemde gemeenten achten deze mogelijkheden gewenst om hun duurzaamheidsdoelstellingen te kunnen realiseren.

De EPC-eisen worden per 1 januari 2020 vervangen door de invoering van de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Daarom is de duur van dit experiment beperkt tot het moment van inwerkingtreding van de BENG-eisen.

Verruiming looptijd experimenten

Ook is in artikel 7a van het Bu Chw voor een aantal gemeenten de mogelijkheid opgenomen om te experimenteren met flexibele bestemmingsplannen. Dat betekent dat voor die gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan kan worden afgeweken van enkele bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zo kan er in een flexibel bestemmingsplan worden aangeven wat er op een perceel niet is toegestaan, waar in reguliere bestemmingsplannen wordt opgenomen welke bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald perceel of gebied gelden. Met een flexibel bestemmingsplan zou er meer en sneller ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en initiatieven moeten ontstaan.

Artikel 7a lid 5 van het Bu Chw bepaalde dat de flexibele bestemmingsplannen vóór 1 juli 2018 dienden te zijn vastgesteld. Dat betekent dat de toegekende looptijd verstrijkt vóór de verwachte datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021.

Om tegemoet te komen aan de wens van gemeenten om vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet zo lang mogelijk met een aantal instrumenten van de Omgevingswet te kunnen experimenteren en hiervan te leren, wordt in deze 18e tranche voorgesteld om de looptijd van het experiment tot het vaststellen van een flexibel bestemmingsplan te verruimen tot 1 januari 2024. Daar komt bij dat uit de praktijk blijkt dat sommige gemeenten aan de looptijd van vijf jaar niet genoeg hebben om het bestemmingsplan vast te stellen of het reeds vastgestelde plan te wijzigen. Deze verruiming geldt overigens ook voor de bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte (artikel 7c Bu Chw).

Uitbreiding gebieden bestemmingsplan met verbrede rijkwijdte

De Chw biedt de mogelijkheid om een bestemmingsplan te maken dat sterk lijkt op het omgevingsplan uit het wetsvoorstel van de Omgevingswet: het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het omgevingsplan is een belangrijk nieuw instrument waarin straks alle regels over de fysieke leefomgeving moeten worden neergelegd. Het experiment met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte loopt hierop vooruit door de bestaande strakke kaders nu al los te laten en ruimte te bieden voor een meer organische wijze van bestemmen, waarbij initiatieven vanuit de markt tot ontwikkeling kunnen komen.

Aan het experiment bestemmingsplan met verbrede reikwijdte worden met de 18e tranche zestien gebieden toegevoegd. Deze liggen in de gemeenten Amsterdam, Bloemendaal, Boxtel, Doesburg, Gemert-Bakel, Gooise Meren, Laren en Hilversum, Landerd, Leiden, Rotterdam, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel, Veldhoven, Woudrichem, Wormerland en Zandvoort. De gemeenten waar deze gebieden liggen, hebben aangegeven dat het bestaande instrumentarium op het gebied van ruimtelijke ordening beperkingen heeft voor het bereiken van de gewenste ontwikkelingen in het betreffende gebied.

De Kamers hebben nu de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld. Het ontwerpbesluit is in de Staatscourant bekend gemaakt om een ieder de gelegenheid te geven om gedurende vier weken wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Via deze blog houden wij u op de hoogte van het inwerking treden van deze tranche.

Vind hier het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (18e tranche).

Share This