De Omgevingswet vervangt straks een grote hoeveelheid regels op het gebied van bouwen, ruimte, milieu en nog veel meer onderwerpen die centraal staan binnen of raken aan de fysieke leefomgeving. De overgang naar het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet vereist een andere manier van werken, waarin al dit soort thema’s integraal kunnen worden afgewogen, en bovendien zoveel mogelijk op decentraal niveau worden benaderd waarbij ruimte is voor maatwerk. Nu dit uitgangspunt vraagt om een open blik en samenwerking, ontstaat er meer behoefte aan integrale informatie die gemakkelijk raadpleegbaar is. Voor zowel planmaker, initiatiefnemer, belanghebbende en vergunningverlener. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voorziet in die behoefte. Hoe zien de hoofdlijnen van deze nieuwe landelijke voorziening eruit?

Alles op één digitale plek

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet is straks dé centrale plek waar alle digitale informatie over de fysieke leefomgeving samenkomt. Het Digitaal Stelsel is eigenlijk het nieuwe Omgevingsloket. Het vervangt daarmee het huidige OLO (Omgevingsloket online), maar ook meldingen via het AIM (Activiteitenbesluit internetmodule) en uiteindelijk ook ruimtelijkeplannen.nl waar momenteel de bestemmingsplannen te vinden zijn. Van drie voorzieningen gaan we dus naar één geïntegreerd loket. Het digitale stelsel heeft echter niet alleen tot doel om alle bestaande losse digitale voorzieningen te vervangen en op één plek te verzamelen, maar is er ook op gericht alle relevante informatie over de fysieke leefomgeving op een heldere en bovenal samenhangende manier te presenteren.

Gebruiksvriendelijke toegang voor álle partijen

Met het DSO worden alle plannen en regels van zowel het Rijk, provincie, waterschap als gemeente op dezelfde locatie op het internet ontsloten. Het systeem wordt daarbij zo ingericht dat burgers, bedrijven en overheden gebruiksvriendelijke toegang hebben tot relevante gegevens over de (kwaliteit van de) fysieke leefomgeving. Het is de bedoeling dat voor iedereen te raadplegen is welke regels op dat moment van toepassing zijn op een concrete locatie, en welk ruimtelijk beleid daar in uitvoering is.

Voor initiatiefnemers is bovendien meteen te zien of een omgevingsvergunning of een melding in de vorm van het tijdig aanleveren van bepaalde gegevens voorafgaand vereist is voor een activiteit. De gebruiker wordt daarbij met behulp van vragenbomen en kaartbeelden naar de voor hem relevante informatie geleid. Vragenbomen komen in elk geval beschikbaar voor de 160 veelgebruikte typen aanvragen, en via kaarten wordt duidelijk wat op die plek kan en mag. Burgers en bedrijven kunnen via het DSO ook meteen een aanvraag indienen of een melding doen, en daarnaast de voortgang van de behandeling van hun aanvraag volgen. Ook andere belanghebbenden kunnen op de hoogte blijven en betrokken worden, bijvoorbeeld door een geautomatiseerde attenderingsfunctie.

In de vragenbomen gaat gewerkt worden met ‘toepasbare regels’. Toepasbare regels zijn juridische regels uitgelegd in begrijpelijke taal, die in de vragenboom kunnen worden opgenomen en zo als brug dienen tussen gebruiker en juridisch jargon. Een voorbeeld van een juridische regel is: ‘Een oprit mag niet breder zijn dan 4 meter.’ De toepasbare regel die hier bij hoort is: ‘Wordt de oprit breder dan 4 meter?’ Wanneer een regel bijvoorbeeld spreekt over het ‘vellen van een verticale houtopstand’ kan een bestuursorgaan dit in de toepasbare regels simpelweg vertalen naar ‘het kappen van een boom’. Op die wijze wordt betere en begrijpelijkere dienstverlening mogelijk. Voor het onderdeel Aanvraag in het DSO zijn bestuursorganen voor hun eigen juridische regels verplicht deze vertaalslag te maken. Overheden moeten er dus zelf voor zorgen dat de regels toepasbaar worden gemaakt voor vragenbomen in het DSO! Dit is geregeld in het Omgevingsbesluit, artikel 14.2 lid 3.

Overheden kunnen op hun beurt in het DSO samenwerken met elkaar en met ketenpartners, en voortdurend gegevens toevoegen en bewerken. Het DSO zorgt daarmee voor een gelijke informatiepositie bij verschillende gebruikersgroepen en biedt een plek waar álle betrokken partijen informatie met elkaar kunnen uitwisselen.

Informatiehuizen

Dit alles betekent dat naast de benodigde ICT-voorzieningen ook ‘informatiehuizen’ worden aangesloten. Dit zijn voorzieningen die informatieproducten aan het DSO moeten ontsluiten. Deze informatiehuizen verzamelen vanuit verschillende domeinen, zoals water, lucht, bodem en natuur, gegevens over de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld door onderzoek en monitoring. Hierbij valt te denken aan het ontsluiten van gegevens in bijvoorbeeld een monumentenregister, verkeersmodellen en de monitoringstool ten behoeve van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Het idee is om steeds meer informatiebronnen toe te voegen, wat in de toekomst een grote meerwaarde kan opleveren.

De informatie die te vinden is in het DSO wordt steeds aangeleverd door het bevoegd gezag dat beschikt over die informatie: de gemeenten, provincies, waterschappen en een aantal rijkspartijen.

De huidige digitale voorzieningen verdwijnen overigens niet direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Een en ander wordt gefaseerd afgebouwd. Het OLO zal voor lopende vergunningen nog een half jaar operationeel blijven en de achterkant van ruimtelijke plannen blijft nog langer beschikbaar, nu dit nog voeding is voor het omgevingsplan van rechtswege.

Het DSO is geregeld in afdeling 20.5 van de Omgevingswet, afdeling 16.1 van de Invoeringswet. H14 van het Invoeringsbesluit en in de invoeringsregeling.

Share This