Eenvoudigere procedures om de woningbouwopgave te versnellen én te verduurzamen. Dat beoogt een wetsvoorstel tot wijziging van de Crisis- en herstelwet (Chw) te bereiken, die minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op 5 september 2018 bij de Tweede Kamer indiende. Met dit voorstel wil de minister de spanningen op delen van de woningmarkt aanpakken en meer ruimte voor duurzame ontwikkeling scheppen. Hiermee wordt nog verder vooruitgelopen op de Omgevingswet dan de huidige Chw al doet.

De Crisis- en herstelwet

De Chw werd in 2010 ingevoerd en maakt versnelling van (infrastructurele) bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie mogelijk, door middels ‘experimenten’ af te wijken van bestaande wet- en regelgeving. De wet had in eerste instantie een tijdelijk karakter, door tijdens de financiële en economische crisis de stroperige en complexe besluitvorming in het omgevingsrechtelijk domein te doorbreken en op die manier de economie een impuls te geven. Vanwege de blijvende aandacht voor de genoemde thema’s en het feit dat het wettelijke stelsel zich hier nog onvoldoende op richtte, heeft de wet in 2014 echter een permanente plaats gekregen in het bestuursrecht en het omgevingsrecht. In de Omgevingswet, verwacht op 1 januari 2021, krijgt de versnelling van onder meer bouwprojecten een belangrijke plaats. In de tussentijd biedt de Chw de mogelijkheden om nu al gebruik te maken van een aantal instrumenten die in de Omgevingswet zullen terugkomen. De Chw zal, na een periode van overgangsrecht, uiteindelijk in de Omgevingswet opgaan.

Ondanks dat de Chw nu al een bijdrage levert aan het realiseren van onder meer de woningbouwopgave, is in de loop van de tijd gebleken dat het wenselijk is om in de wet enkele procedurele en inhoudelijke aanpassingen door te voeren. Dit volgt ook uit de recent uitgebrachte ‘Voortgangsrapportage Crisis- en herstelwet 2016-2017, Praktijkervaringen Crisis- en herstelwet‘. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Chw is erop gericht deze te adresseren.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel bevat in grote lijnen drie belangrijke aanpassingen:

1.       De gebruiksmogelijkheden van het projectuitvoeringsbesluit worden uitgebreid. Met een projectuitvoeringsbesluit wordt tijdelijk een versnelling aangebracht in de besluitvorming, omdat één projectuitvoeringsbesluit allerlei verschillende toestemmingen vervangt, zoals bouwvergunningen, maar bijvoorbeeld ook kap- en sloopvergunningen die anders vereist zouden zijn geweest. Daarnaast kan tegen een projectuitvoeringsbesluit niet eindeloos geprocedeerd worden: er is slechts beroep mogelijk in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit wetsvoorstel verruimt het gebruik van het projectuitvoeringsbesluit door ook besluiten in het kader van de Wet natuurbescherming daarin op te nemen. Verder stelt het voor om de bevoegdheid tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit te verschuiven van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad heeft immers beperkte vergaderfrequenties, waar het college van burgemeester en wethouders betrekkelijk eenvoudig een projectuitvoeringsbesluit kan nemen.

2.       Het wetsvoorstel regelt verder dat het toevoegen van nieuwe gebieden of projecten aan bestaande experimenten voortaan kan bij ministeriële regeling. Dat levert een versnelling en versimpeling op ten opzichte van de huidige procedure, waarbij alleen de weg van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) kan worden gevolgd.

3.       Ten derde verruimt het wetsvoorstel de toelatingscriteria voor nieuwe experimenten en kan van meer wetten dan voorheen worden afgeweken. Voorgesteld wordt dat experimenten kunnen worden aangewezen wanneer het experiment bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling, dat met deze wetswijziging het kerncriterium wordt, en a) een bijdrage levert aan de economische structuurversterking of b) bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling en innovatief is. Dit is een wijziging ten opzichte van de huidige Chw, waarin deze criteria cumulatief zijn opgenomen. Dit biedt kortom meer ruimte voor verschillende soorten duurzame initiatieven. Het wetsvoorstel voegt verder een aantal wetten toe aan de lijst van wetten waarvan met een experiment mag worden afgeweken. Het gaat onder meer om de Huisvestingswet 2014 en de Leegstandswet. Hierdoor kan worden geëxperimenteerd met het vergunningplichtig maken van het onttrekken van woonruimte, het samenvoegen van woonruimte en worden de mogelijkheden verruimd om koopwoningen of leegstaand vastgoed tijdelijk te verhuren. Een laatste belangrijk punt ten aanzien van verruiming van de experimenteermogelijkheden, waarin bovendien duurzaamheid duidelijk terugkomt, is het creëren van de mogelijkheid dat bevoegde gezagen strengere grenswaarden stellen voor de luchtkwaliteit en ruimte krijgen om bij de uitoefening van bevoegdheden die luchtkwaliteitseffecten hebben, strengere eisen toe te passen.

Vervolg

Omdat met dit wetsvoorstel oplossingen worden geboden voor dringende maatschappelijke vraagstukken, bestaat de wens de wet uiterlijk op 1 januari 2019 in werking te laten treden.

Het wetsvoorstel vereenvoudigt procedures en faciliteert ontwikkelingen, maar realiseert deze niet. Dat doen overheden en initiatiefnemers. Daarom zal veel afhangen van de manier waarop de nieuwe mogelijkheden van dit wetsvoorstel daadwerkelijk worden toegepast. Wij kijken met belangstelling naar alle relevante ontwikkelingen op dit gebied!

Bekijk hier het wetsvoorstel Wijziging van de Crisis- en herstelwet in verband met het versnellen van woningbouw en het faciliteren van duurzame ontwikkeling, zoals het verduurzamen van het energiegebruik en hier de memorie van toelichting. Raadpleeg hier het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, inclusief de reactie van de minister.

Share This