In haar kamerbrief van 20 januari jl. informeert de minister van IenM de Tweede Kamer over haar voornemen om de nieuwe onteigeningsprocedure zo te versterken dat de bestuursrechter bij elke onteigening betrokken zal zijn. 

Aanvullingswet grondeigendom

Van 1 juli 2016 tot en met 16 september 2016 heeft de consultatieronde van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet plaatsgevonden. Dit wetsvoorstel regelt onder meer het gemeentelijk voorkeursrecht, de onteigening en een nieuw instrument stedelijke kavelruil. In een serie blogberichten hebben wij reeds de belangrijkste wijzigingen naar onderwerp van dit wetsvoorstel besproken (Zie: Aanvullingswet Grondeigendom Omgevingswet Voorkeursrecht, de onteigeningsbeschikking, de onteigeningsakte en verzoekschriftprocedure, herverkaveling en stedelijke kavelruil).

Kritiek onteigeningsprocedure

Op het wetsvoorstel is via de internetconsultatie en in de literatuur en de door de minister gevraagde adviezen veel kritiek geuit op de rechtsbescherming van de grondeigenaar. Deze kritiek richt zich in bijzonder op het feit dat de Aanvullingswet een einde maakt aan de noodzaak van betrokkenheid van een rechter bij de onteigening, door de bevoegdheid om over de onteigening te besluiten bij het bestuursorgaan dat de onteigening beoogt neer te leggen. Dit betekent dat als een belanghebbende niet tijdig zienswijzen indient en niet in beroep komt tegen de onteigeningsbeschikking, de eigenaar zijn eigendom verliest zonder dat de (bestuurs)rechter zich hierover heeft uitgesproken. Door het werkveld en in het grootste deel van de adviezen van de Raad voor de rechtspraak, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak is de wens naar voren uitgesproken van een verplichte rechterlijke betrokkenheid in het onteigeningsproces.

Voornemen tot meer rechtsbescherming

Naar aanleiding van de geuite zorgen schrijft de minister in haar brief van 20 januari jl. dat zij draagvlak van bijzonder belang acht om de Omgevingswet tot een succes te laten worden. In dat verband maakt zij haar voornemen kenbaar om de voorgestelde onteigeningsprocedure zo versterken dat de bestuursrechter bij elke onteigeningsprocedure verplicht betrokken zal zijn. De rol om de bestuursrechter in te schakelen komt daarmee bij het bevoegd gezag te liggen en niet, zoals in het huidige wetsvoorstel, bij de eigenaar. Hoe de minister dit concreet voor ogen heeft volgt niet uit de brief. Het is dus afwachten hoe de minister dit vorm gaat geven. Wij kijken uit naar het nieuwe voorstel en houden u daar uiteraard over op de hoogte!

Bron:

Share This