Degene die een bedrijf of instelling leidt (de drijver van een inrichting) moet alle energiebesparingsmaatregelen doorvoeren die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Dit is een verplichting uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Een concreet voorbeeld is het beperken van het onnodig laten branden van de binnenverlichting in pauzes en buiten bedrijfstijd. Of het voorkomen van energieverbruik door verlichting en ventilatie wanneer de lift niet in gebruik is. Het totale resultaat voor energiebesparing blijft echter achter op het doel zoals dit gesteld is in het Energieakkoord. Het niet naleven van de energiebesparingsverplichting blijkt daar een belangrijke oorzaak van. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stelt ter bevordering van de naleving van de verplichting daarom een wijziging van het Activiteitenbesluit voor. Een informatieplicht vanaf 2019 moet verandering brengen.

Waarom wordt de energiebesparingsverplichting onvoldoende nageleefd?

Ten eerste geven provincies en gemeenten, en de door hen gemandateerde Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) en Omgevingsdiensten (OD’s) aan dat het toezicht en de handhaving op de bestaande energiebesparingsverplichting moeilijk is. Niet alleen ontbreekt een overzicht van welke bedrijven en instellingen daadwerkelijk maatregelen hebben genomen, ook is de terugverdientijd van 5 jaar vanwege de afhankelijkheid van meerdere parameters niet eenduidig en objectief vast te stellen. Zo is het voor het bevoegd gezag lastig aannemelijk te maken dat een instelling niet aan zijn energiebesparingsverplichting heeft voldaan en er reden bestaat tot handhaving.

Ten tweede kennen inrichtingen een beperkt bedrijfseconomisch belang toe aan het daadwerkelijk treffen van energiebesparingsmaatregelen. Bedrijven en instellingen geven vaker de voorkeur aan het doen van investeringen die vallen binnen het primaire proces van de organisatie. Energiebesparingen lijken in eerste instantie niet altijd de meest interessante investering.

Informatieplicht middels rapportage

De minister wil met een wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer het bevoegd gezag beter in staat stellen te beoordelen voor welke bedrijven of instellingen toezicht en handhaving prioriteit heeft én bedrijven bewuster bezig laten gaan met energiebesparing.

De energiebesparingsverplichting uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit als zodanig blijft ongewijzigd. Bedrijven en instellingen blijven verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. In bijlage 10 van de Activiteitenregeling is per bedrijfstak (bijvoorbeeld kantoren of onderwijsinstellingen) een lijst met ‘erkende maatregelen’ opgenomen, die voor die specifieke sector gangbaar zijn. Van deze lijst kan worden afgeweken. Het staat de drijver van de inrichting vrij om op een andere manier aan de energiebesparingsverplichting te voldoen dan via het treffen van de erkende maatregelen.

Nieuw is dat aan het Activiteitenbesluit voor inrichtingen een rapportageverplichting wordt toegevoegd. Degene die de inrichting drijft rapporteert uiterlijk op 1 juli 2019 en daarna eenmaal per vier jaar aan het bevoegd gezag welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Een inrichting die na 1 januari 2019 opgericht wordt, zal zich binnen 1 jaar moeten melden.

De rapportage wordt ingediend via één centraal rapportagesysteem, dat door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) namens de bevoegde gezagen beheerd gaat worden. RVO verwerkt deze informatie digitaal, doet een eerste rubricering en verstrekt de gegevens uit de rapportage aan het juiste bevoegd gezag.

Als in plaats van de erkende maatregelen andere maatregelen zijn getroffen, worden die in de rapportage opgenomen. Het bevoegd gezag moet uit deze omschrijving kunnen afleiden of de afwijkende maatregel vergelijkbaar, beter of minderwaardig is aan de niet genomen toepasselijke erkende maatregel. Wanneer een bedrijf of instelling onverplicht maatregelen heeft getroffen met een langere terugverdientijd dan vijf jaar, worden deze maatregelen ook gerapporteerd.

Met de rapportageverplichting wordt niet voorgeschreven dat met berekeningen moet worden aangetoond hoe het bedrijf of de instelling voldoet aan de energiebesparingsplicht. Ook worden geen verdere bewijsstukken gevergd. In plaats daarvan wordt gericht informatie uitgevraagd die het bedrijf of de instelling eenvoudig kan aanleveren.

Naar verwachting zal het bevoegd gezag uit de rapportage ook een steeds beter beeld krijgen van andere veelvuldig voorkomende alternatieven in een sector. Deze informatie kan worden gedeeld om bedrijven of instellingen die de erkende maatregelen niet willen of kunnen toepassen te ondersteunen bij het vinden van de juiste alternatieven.

Uitzonderingen

De verplichte rapportage geldt niet voor partijen die als onderneming zijn toegetreden tot de meerjarenafspraak energieefficiëntie. De meerjarenafspraak biedt namelijk een eigen kader voor informatieverstrekking over energiebesparing.

Voor ondernemingen die een energie-audit moeten indienen geldt een aparte regeling. De energie-audit heeft inhoudelijk grote overeenkomsten met de rapportage die wordt opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarom wordt het moment van de eerste rapportage voor deze ondernemingen gelijk getrokken met het moment van de volgende energieaudit. Deze uitzondering geldt voor alle inrichtingen die onderdeel uitmaken van de betreffende onderneming.

Handhaving

Het bevoegd gezag zal op basis van de rapportages steekproefsgewijs de bedrijven of instellingen controleren, waarbij uiteraard de nadruk ligt op de bedrijven of instellingen waarvan uit de informatie blijkt dat het risico hoger is dat niet wordt voldaan aan de energiebesparingsplicht.

Indien het bedrijf of de instelling geen rapportage of een onjuiste rapportage indient, voldoet hij niet aan de informatieplicht. Dit is een zelfstandige overtreding en het bevoegd gezag kan hier handhavend tegen optreden. Wanneer uit de rapportage overduidelijk blijkt dat een inrichting niet voldoet aan de rapportageverplichting (bijvoorbeeld omdat een blanco formulier is ingeleverd) kan in beginsel worden aangenomen dat ook niet wordt voldaan aan de energiebesparingsverplichting. Dit kan in geval van grote bedrijven of instellingen voor het bevoegd gezag reden zijn een nader onderzoek te eisen of een last onder dwangsom op te leggen.

Vervolg

Het is de bedoeling dat het gewijzigde Activiteitenbesluit milieubeheer op 1 juli 2019 in werking treedt. De eisen aan de rapportage worden nog verduidelijkt in de Activiteitenregeling. Deze regeling zal ook verhelderen  hoe de begrippen “terugverdientijd” en “energiebesparing” moeten worden bepaald.

De verwachting is dat de rapportageverplichting gaat zorgen voor 60 tot 90% meer naleving van energiebesparingsverplichtingen. Het effect van de voorgestelde wijziging wordt eind 2020 geëvalueerd. Hierbij kan onder andere gekeken worden naar de inspanning die het bedrijven en instellingen kost om aan de informatieplicht te voldoen en het verkregen inzicht van het bevoegd gezag in het energiebesparingspotentieel bij de doelgroep. Dit is relevant voor de inwerkingtreding van de regelgeving onder de Omgevingswet, waar het Activiteitenbesluit milieubeheer straks in zal opgaan. En natuurlijk voor onze klimaat- en energiedoelstellingen!

Raadpleeg hier het ontwerpbesluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer in verband met de informatieplicht voor energiebesparende maatregelen hier Bijlage 10 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

Onder de noemer Pels Rijcken 1.5° bundelen wij al onze kennis, expertise en activiteiten op het gebied van klimaatverandering en energietransitie. Want alle vraagstukken grijpen in elkaar, net als alle oplossingen. Pels Rijcken: Oog voor samenhang.

Share This