Nederland staat voor de grote opgave om de ambitieuze klimaatdoelstellingen, waaraan zij zich gecommitteerd heeft, voor 2030 – en vervolgens 2050 – te verwezenlijken. De beoogde broeikasgasemissiereductie is fors. De afvang en opslag van CO2 zou op korte termijn kunnen bijdragen aan de beperking van de CO2 -emissie door de industrie. Het kabinet overweegt hiervoor subsidie beschikbaar te stellen. Nederland beschikt al over een wettelijk kader voor de toepassing van CO2-afvang.

Diverse instrumenten

De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vervult binnen de klimaat- en energietransitie een hoofdrol. Hij heeft diverse instrumenten tot zijn beschikking om de klimaatdoelstellingen te halen. Zo kunnen enerzijds afspraken met de diverse stakeholders bijdragen aan de reductie van broeikasgassen, maar nieuwe wet- en regelgeving kan anderzijds hiervoor ook een – dwingend – kader bieden. In het verlengde daarvan kunnen subsidies – in brede zin – de energietransitie ondersteunen en versnellen.

Klimaatakkoord

De Nederlandse overlegcultuur – het poldermodel – manifesteert zich hier in goede zin. Op 10 juli 2018 is een brede vertegenwoordiging van economische en maatschappelijke sectoren aan diverse sectortafels gekomen tot een voorstel op hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. De levendige debatten die partijen aan de sectortafels voerden, reflecteren de breed gevoelde noodzaak snel tot ingrijpende maatregelen te komen. De hoofdlijnen van het akkoord zijn inmiddels doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB). Beide hebben behoefte aan verdere concretisering van de plannen zoals voorgesteld. Nu ook het kabinet zich over het voorstel heeft uitgelaten is de tweede fase van het Klimaatakkoord van start gegaan: de onderhandelingen naar concrete afspraken over een breed palet aan maatregelen die nodig zijn om de klimaatdoelstellingen te halen.

Industrie als partner

Bij de verwezenlijking van de doelen uit het Klimaatakkoord speelt de industrie een zeer belangrijke rol. De partijen die zijn aangeschoven aan de sectortafel Industrie beseffen dit duidelijk, zo blijkt wel uit hun voorstellen voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord voor de Industrie. Zij streven naar een circulaire industrie in 2050 die nagenoeg geen broeikasgassen uitstoot. Zij willen dit bereiken met de uitvoering van een uitgebreid pakket aan maatregelen. De afname en productie van duurzame elektriciteit, alsook de productie van duurzame warmte en benutting van restwarmte, bijvoorbeeld ter verwarming van de gebouwde omgeving, zijn enkele van de beoogde maatregelen.

Bijdrage van CCS

Een andere maatregel is de afvang en opslag van CO2 , ofwel carbon capture and storage (CCS). Waar de sectortafel Industrie in het Klimaatakkoord benadrukt dat CCS weliswaar geen doel op zich is, kan de industrie deze techniek goed gebruiken om op de korte termijn CO2–uitstoot terug te brengen. Bovendien zou CO2 op langere termijn weer nuttig kunnen worden toegepast in producten, ook wel:carbon capture and usage (CCU). Nu al noemt men in dit verband het gebruik van CO2 in de tuinbouw, om het groeiproces te versnellen, en het gebruik van CO2 als grondstof voor bakstenen. Men verwacht op termijn de ontwikkeling van nog meer nuttige toepassingen van afgevangen CO2.

Geen onomstreden techniek

Veel van de maatregelen die de sectortafel Industrie voor ogen staan vergen nieuwe wet- en regelgeving. Voor CCS lijkt die niet, of maar in beperkte mate nodig. CCS is in Nederland echter geen onomstreden techniek, zodat de vraag of en hoe de industrie CCS kan toepassen vooral een politiek antwoord vergt. De afgevangen CO2 zal men immers ergens moeten opslaan. Omdat bij industriële processen vaak erg veel CO2 vrijkomt, moet de opslag een groot volume kunnen herbergen. Een leeg gasveld – of een zoutcaverne – zou dan uitkomst kunnen bieden. Nederland beschikt over veel gasvelden en een deel daarvan is inmiddels leeggeproduceerd. Bovendien begint dit najaar de afbouw van de winning uit het Groningenveld. Die gasvelden zou men kunnen vullen met CO2.

Verzet tegen CO2-opslag

Opslag van CO2 in gasvelden onshore stuitte omstreeks 2011 op stevig verzet, vooral van omwonenden die de veiligheid van de opslag in twijfel trokken. Dat verzet was destijds reden voor de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) CO2-opslag onshore niet door te zetten. CO2-opslag in gasvelden offshore bleef wel mogelijk, maar een proefproject (ROAD) bleek om economische redenen niet haalbaar. CCS kan zich echter weer in hernieuwde politieke belangstelling verheugen. Ook het regeerakkoord van het huidige kabinet noemt CCS als een instrument om klimaatdoelstellingen te verwezenlijken en vermeldt dat het kabinet daarvoor ook SDE+-subsidie beschikbaar wil stellen.

Wet geen obstakel

 Als CCS daadwerkelijk op politiek draagvlak kan rekenen, hoeft de wet- en regelgeving geen obstakel te vormen voor de uitvoering van de CCS-plannen van de sectortafelindustrie. In 2011 heeft de wetgever al wetgeving aangenomen ter implementatie van EU-richtlijnen inzake CCS. Een wettelijk kader bestaat dus al. Dat wettelijk kader heeft een plek gekregen in de Mijnbouwwet en voorziet in een stelsel van vergunningen en streng toezicht. Zo is een vergunning verplicht voor de opsporing van een CO2-opslagcomplex. Na ontvangst van zo’n vergunningaanvraag biedt de minister andere partijen de mogelijkheid een concurrerende aanvraag in te dienen. Vervolgens beslist de minister of de aanvragen aan de gestelde vereisten voldoen en verleent hij een vergunning op basis van de beste aanvraag.

Vergunningaanvraag

 Voor de opslag van CO2 is ook een vergunning vereist. Ook zo’n vergunningaanvraag staat open voor concurrerende aanvragen, tenzij de aanvrager al beschikt over een CO2-opsporingsvergunning. Vervolgens is ook een vergunning nodig voor het permanent opslaan van CO2. Die laatste vergunning kan de vergunninghouder na verloop van tijd, monitoring en als aan strenge eisen is voldaan, door de minister laten intrekken. Dan moet natuurlijk wel duidelijk zijn dat CO2 definitief is opgesloten en de opslag veilig is afgesloten. Ook moet de vergunninghouder financiële zekerheid verstrekken. Overigens geldt daarnaast nog het aansprakelijkheidsregime van het Burgerlijk Wetboek voor schade als gevolg van CO2-opslag dan wellekkage van CO2.

Conclusie

Kortom, als de politieke wil er is voor CCS, werpt de wet- en regelgeving in elk geval geen belemmering op. Men kan gebruik maken van het al bestaande wettelijk kader voor CO2 -opslag om de beoogde CCS- en CCU-plannen van de industrie te verwezenlijken.

you're currently offline

Share This