Dit is het vijfde deel van onze blogreeks Invoeringswet Omgevingswet. In deze reeks bespreken wij opeenvolgend verschillende onderwerpen van de Invoeringswet. In dit bericht staat de handhaving centraal.

De Invoeringswet vult een opgelaten deel van hoofdstuk 18 van de Omgevingswet in. In dit bericht gaan wij in op het intreden van de bestuurlijke boete in twee nieuwe domeinen en de introductie van twee nieuwe handhavingsinstrumenten.

Hoe zat het ook alweer?

Het (huidige) omgevingsrecht kent twee verschillende vormen van punitieve handhaving; strafrechtelijk en bestuursrechtelijk. Het naast elkaar bestaan van deze twee handhavingsinstrumenten stond ter discussie bij de introductie van de Omgevingswet. Op verlangen van verschillende partijen is nader onderzoek verricht naar de gewenste richting van de handhaving in het omgevingsrecht. Om die reden werd een deel van hoofdstuk 18 in de Omgevingswet voorlopig gereserveerd.

Uit het nader onderzoek is uiteindelijk geen duidelijke voorkeur gebleken voor een van de twee instrumenten.  Dit betekent dat de punitieve handhaving onder Wet op de economische delicten (Wed) blijft bestaan en de huidige bestuurlijke strafbeschikking wordt voortgezet in de domeinen milieu, water en natuur. Daarnaast blijft de bestuurlijke boete het aangewezen instrument in het domein bouwen.

Introductie bestuurlijke boete in twee nieuwe domeinen

Bestuurlijke boete voor Brzo-milieufeiten

Voor de handhaving van milieuregels uit het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) – die overigens later nog worden verplaatst naar het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – wordt de bestuurlijke boete geïntroduceerd. Dit gebeurt door art. 18.11 IOw. Het bevoegd gezag krijgt op grond van deze bepaling de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij overtreding van de regels gesteld ter uitvoering van de Seveso-richtlijn. Op dit terrein is sprake van een samenhang met de handhaving van niet-omgevingsrechtelijke voorschriften waarvoor de bestuurlijke boete al wordt gebruikt, bijvoorbeeld de arbeidsomstandighedenwetgeving. Daarom wordt voor de opzet van de bestuurlijke boete voor Brzo-milieufeiten aansluiting gezocht bij het boetebeleid van de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken.

Bestuurlijke boete bij erfgoedovertredingen

Het tweede domein waar de bestuurlijke boete wordt geïntroduceerd is het domein van de erfgoedovertredingen. Dit gebeurt door art. 18.13 IOw. De introductie van de bestuurlijke boete vindt in dit domein plaats vanwege een recente aanbeveling aan de regering om het voor gemeenten mogelijk te maken om een bestuurlijke boete op te kunnen leggen bij erfgoedovertredingen. Voor de hoogte van boete wordt gekozen voor vijfde categorie aansluitend bij artikel 1a, onder 2°, van de Wed.

Twee nieuwe handhavingsinstrumenten

Bouwstop

Art. 18.17 IOw bepaalt dat er per besluit een last kan worden opgelegd op grond waarvan het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk moet worden gestaakt. Dit instrument, ook wel de bouwstop genoemd, maakt het mogelijk om een spoedeisende last onder bestuursdwang of dwangsom op te leggen. Omdat er bij deze last geen onderzoek naar legalisatie gedaan hoeft te worden kan dit instrument zeer effectief zijn. Dit instrument is echter niet nieuw, het komt voort uit art. 100d Woningwet en art. 5.17 Wabo.

Preventieve last

In art. 18.18 IOw wordt geregeld dat er een preventieve last in de vorm van een maatwerkvoorschrift voor bouw- of sloopactiviteiten kan worden opgelegd. Dit handhavingsinstrument kennen we uit art. 15 van de Woningwet. In dit artikel wordt nu bepaald dat het bevoegd gezag kan besluiten tot het opleggen van een preventieve last onder bestuursdwang of een preventieve last onder dwangsom. Deze preventieve last onder de Woningwet dient echter gelijktijdig plaats te vinden met het besluit tot het opleggen van verplichtingen om voorzieningen te treffen als bedoeld in art. 13 en 13a van de Woningwet. Onder het voorgestelde art. 18.18 IOw zal de preventieve last niet meer gelijktijdig hoeven plaats te vinden, de last kan namelijk opgelegd worden in de vorm een maatwerkvoorschrift.

Wat betekent dit in de praktijk?

De Invoeringswet zal het huidige handhavingsbeleid voor een groot deel in stand laten. In de praktijk zal daarom niet heel veel veranderen, op de introductie van de bestuurlijke boete in twee domeinen na. Degenen die vreesden voor een rigoureuze stelselwijziging kunnen in die zin opgelucht ademhalen.

Share This