De opslag van vuurwerk, het vervoer van gevaarlijke stoffen over een spoorlijn, de aanwezigheid van een vliegveld met opstijgende en dalende vliegtuigen en ook het snel groeiende aantal windturbineparken: allerlei activiteiten die risico’s met zich brengen. In een klein land als Nederland moeten dit soort activiteiten goed worden afgestemd op andere, kwetsbare functies om zo de risico’s tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Dat is waar externe veiligheid over gaat. Het huidige kader is redelijk uitgekristalliseerd, maar het volgende kader staat alweer voor de deur: de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2019. Wat betekent dat voor externe veiligheid? In dit blogbericht gaan wij hier nader op in.

Overzichtelijker

Het huidige kader externe veiligheid is verdeeld over vele verschillende amvb’s en regelingen: het Bevi en het Revi, het Bevb, Bevt, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit enz. Straks onder de Omgevingswet wordt dit overzichtelijker. Er zijn twee grondslagen van belang voor externe veiligheid. De eerste is artikel 2.28, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. Hierin is geregeld dat instructieregels moeten worden vastgesteld op het gebied van externe veiligheid. Die instructieregels zijn te vinden in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Instructieregels gelden voor gemeenten (en provincies), zij dienen deze regels in acht te nemen bij de vaststelling van een omgevingsplan (of projectbesluit).

Een tweede belangrijke grondslag vinden we in artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingswet. Hierin is geregeld dat algemene rijksregels op het gebied van externe veiligheid moeten worden vastgesteld. Deze algemene regels zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin is per type activiteit geregeld waaraan moet worden voldaan. Deze regels richten tot de initiatiefnemers: zij moeten een melding doen of een vergunning aanvragen, waarbij ze aan de algemene regels moeten voldoen.

Het Besluit kwaliteit leefomgeving

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is externe veiligheid in hoofdstuk 5 in drie verschillende thema’s geregeld. De eerste is een algemene instructieregel die altijd en voor ieder omgevingsplan geldt: het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen. Het bevoegd gezag moet bij het toedelen van functies rekening houden met de mogelijkheid van personen om zich in veiligheid te brengen en de bereikbaarheid van een gebied voor hulpdiensten.

Het tweede thema is de externe veiligheid zoals we die nu kennen: het beperken van de kans dat mensen die in de omgeving van een gevaarlijke activiteit verblijven door een ongeval komen te overlijden.

Instructieregels externe veiligheid

Te beschermen functies

Aan de hand van twee stappen kan worden bepaald of de instructieregels van toepassing zijn. Van belang is of sprake is van een functie die beschermd moet worden en of sprake is van een activiteit met risico’s. Er zijn straks in het Bkl vijf verschillende functies die beschermd moeten worden: beperkt kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen. De laatste categorie is nieuw. Onder welke categorie een functie valt, is af te leiden uit bijlage VI bij het Bkl. Dit is – net als onder het huidige recht – geen limitatieve lijst, maar de lijst is wel een stuk gedetailleerder geworden. Hierdoor zal minder snel discussie kunnen ontstaan over de vraag of een functie wel of niet en zo ja hoe streng beschermd moet worden. Het bevoegd gezag blijft wel bevoegd om een functie strenger dan nodig te beschermen.

Activiteiten met risico’s

Welke activiteiten zijn activiteiten met risico’s die onder de instructieregels vallen? Er zijn twee soorten activiteiten: die met externe veiligheidsrisico’s en die met complexe externe veiligheidsrisico’s. De eerste categorie komt overeen met de categoriale inrichting en is geregeld in bijlage VII bij het Bkl. Deze categorie kent gestandaardiseerde afstanden. De tweede categorie is vergelijkbaar met de niet-categoriale inrichting en is opgenomen in bijlage VIIa. Voor deze categorie geldt dat de in acht te nemen afstanden moeten worden berekend per geval.

De norm en het veiligheidsrisicogebied

De belangrijkste norm blijft het plaatsgebonden risico van 10-6. Ook blijft gelijk dat bij (zeer) kwetsbare functies die norm in acht moet worden genomen, en dat bij beperkt kwetsbare functies daarmee rekening moet worden gehouden. Verder vervangt het veiligheidsrisicogebied de veiligheidscontour. Weliswaar een nieuwe naam, maar verder blijft het huidige recht op dit punt grotendeels overeind. Wel nieuw is dat zeer kwetsbare gebouwen niet zijn toegestaan binnen dit gebied. Voor kwetsbare gebouwen geldt nog de uitzondering dat ze wel zijn toegelaten als ze noodzakelijk zijn voor het gebied.

Aandachtsgebieden

Ook gedeeltelijk nieuw zijn de aandachtsgebieden. Er zijn drie type aandachtsgebieden: brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. De aandachtsgebieden zijn gericht op het groepsrisico en idee achter de indeling van de drie gebieden is dat nog beter gedifferentieerd kan worden naar het type gevaar en de daarvoor in acht te nemen afstand. Op die manier kan de gebruiksruimte optimaal worden benut.

In het omgevingsplan moeten de aandachtsgebieden worden aangewezen. Dat betekent dat bij de vaststelling van een omgevingsplan waar dit soort risicoactiviteiten zijn toegestaan niet kan worden volstaan met een globale regeling maar dat helder moet zijn waar welke activiteit precies komt. Anders is het immers lastig om het aandachtsgebied te bepalen. Zeer beperkt kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan binnen een aandachtsgebied. Nieuw is dat voor de brand- en explosieaandachtsgebieden geldt dat voorschriftgebieden moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Op basis hiervan kunnen bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving worden opgenomen in het omgevingsplan. Die bouwregels kunnen extra bescherming bieden, waardoor de gebruiksruimte nog beter benut kan worden.

Het Bkl vs. het Bal

Beide Amvb’s zijn straks van belang voor externe veiligheid. Het Bkl regelt welke instructieregels in acht moeten worden genomen in een omgevingsplan. Het Bal regelt welke algemene regels gelden voor de verschillende activiteiten. In het Bal wordt ook duidelijk of er een vergunningplicht geldt voor de voorgenomen activiteit. Als dat het geval is, dan moet aan de beoordelingsregels opgenomen in het Bkl worden voldaan. Het is dus van belang om bij een voorgenomen activiteit met beide rekening te houden.

Tot slot

Straks onder de Omgevingswet wordt het kader voor externe veiligheid een stuk overzichtelijk. De Omgevingswet, het Bkl en het Bal vervangen de vele huidige regelingen. Gelukkig wijzigt niet het hele systeem zoals we dat nu kennen, maar er is wel een aantal aspecten dat zal gaan veranderen. Dat het oude systeem grotendeels in tact blijft, brengt wel mee dat de gewenste flexibiliteit onder de Omgevingswet niet opgaat voor omgevingsplannen waarin risicovolle activiteiten mogelijk worden gemaakt. Voor die plannen is duidelijkheid bij de vaststelling vereist!

you're currently offline

Share This