pkhu7paDe Eerste Kamer heeft op 1 november jl. ingestemd met de wet tot wijziging van de Waterwet die voorziet in een nieuwe normering voor primaire waterkeringen. De wijzigingswet (en daarmee de nieuwe normering) treedt op 1 januari 2017 in werking. Wat houdt de nieuwe normering precies in?

De wijzigingswet (kamerstuknummer 34 436) is het formele sluitstuk van de vernieuwing van het waterveiligheidsbeleid in Nederland. De huidige veiligheidsnormering voor de primaire waterkeringen (de dijken die bescherming bieden tegen overstromingen vanuit de zee, de grote meren en de grote rivieren: het “buitenwater”) is ontwikkeld door de eerste Deltacommissie en dateert uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Na de watersnoodramp van 1953 zijn normen ontwikkeld die zijn uitgedrukt in een overschrijdingskans. De nieuwe veiligheidsnormering wordt uitgedrukt in een overstromingskans.

Van overschrijdingskans naar overstromingskans: een risicobenadering

Sinds 1953 zijn de omstandigheden in Nederland sterk veranderd. Het aantal mensen en de economische waarde achter de waterkeringen zijn sterk toegenomen. In de komende periode neemt de overstromingsdreiging toe als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast zijn de technische inzichten in overstromingspatronen en de manier waarop waterkeringen kunnen falen, sterk toegenomen. Deze omstandigheden vragen om een andere veiligheidsnormering, die beter aansluit bij de huidige kennis, belangen en risico’s van de primaire waterkeringen.

De huidige normen, die worden uitgedrukt in een overschrijdingskans, houden rekening met de kans op een overstroming door het overschrijden van een bepaalde waterstand – die overigens een belangrijke oorzaak van het falen van waterkeringen blijft.

Een overstromingskans is de kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade. In een overstromingskans zijn dus verschillende mogelijke wijzen van falen verdisconteerd. Een concreet voorbeeld hiervan is “piping”, dat de sterkte van de waterkering ernstig kan aantasten.

De nieuwe normen zijn dus gebaseerd op een risicobenadering. Dat wil zeggen dat de normstelling gebaseerd is op (1) de kans dat een overstroming zich voordoet en op (2) de gevolgen die daarbij optreden. Doordat de gevolgen sterk afhankelijk zijn van de plaats waar een waterkering bezwijkt, heeft de risicobenadering geleid tot een gedifferentieerde normstelling. Anders dan bij de huidige normering van stelsels van primaire waterkeringen die een gebied omsluiten (dijkringen), worden vanaf 1 januari a.s. relatief korte delen van primaire waterkeringen afzonderlijk genormeerd (dijktrajecten). Door de nieuwe normering krijgt iedereen in Nederland ten minste hetzelfde beschermingsniveau tegen overstromingen.

Toegroeien naar de nieuwe normen

De nieuwe normering wordt per 1 januari 2017 van kracht. Vanaf dat moment worden de nieuwe normen betrokken bij het beoordelen van de waterkeringen en het ontwerpen van versterkingen. Aangezien de nieuwe normen in een aantal gebieden strenger zijn dan de huidige normen, kunnen niet alle keringen direct aan de nieuwe normen voldoen.

Het is de bedoeling dat uiterlijk in 2050 alle keringen aan de nieuwe normen voldoen. De berekende overstromingsrisico’s zijn gebaseerd op omstandigheden die zich naar verwachting ook pas in 2050 zullen voordoen. Uit veiligheidsoogpunt is het dus niet nodig dat een kering nu al volledig aan de nieuwe eisen voldoet. Door middel van de nieuwe normen wordt geanticipeerd op de toekomst, om zo een ramp voor te blijven.

Vanaf 2017 wordt periodiek in een landelijke beoordelingsronde onderzocht in hoeverre de waterstaatkundige toestand van de primaire waterkeringen in Nederland in overeenstemming is met de nieuwe wettelijke normen. Tussen het moment van invoering van deze wet en 2050 vinden drie beoordelingsrondes plaats (2017–2022, 2023–2034, 2035–2046). Op basis van de resultaten van deze drie beoordelingsrondes worden de benodigde versterkingsopgaven geprogrammeerd, waarbij telkens de hoogste prioriteit wordt toegekend aan keringen met het grootste veiligheidsrisico. Op die manier wordt bereikt dat in 2050 (en daarna!) overal wordt voldaan aan het gewenste veiligheidsniveau.

Share This