Wie op vakantie gaat, boekt lang niet altijd meer een hotel. Een bed and breakfast huren via Airbnb is veel meer van deze tijd. Ook het verhuren van woonruimten via dit platform is enorm populair. Hoewel de verhuur van deze toeristische woningen economische kansen met zich meebrengt, zijn ook de ongewenste neveneffecten algemeen bekend. Gemeenten kampen onder meer met overlast of oneigenlijk gebruik van de woonruimten. Als het aan minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ligt, gaat de Wet toeristische woningen ervoor zorgen dat de schaduwkant van toeristisch verhuur wordt tegengegaan. Op woensdag 13 maart 2019 gaf zij aan de Tweede Kamer te kennen dat zij voornemens is deze wet in te dienen én besprak zij de manieren waarop ze haar doel wil bereiken. In dit blogbericht praten wij u bij.

Wat is het probleem?

In haar Kamerbrief stelt de minister voorop dat de handhaving van illegale toeristische woningverhuur gelet op de huidige wetgeving complex en tijdrovend is. Eén van de onderliggende redenen daarvan is dat de aangewezen toezichthouder in geval van platforms zoals Airbnb weinig zicht heeft op de aanbieder en op het exacte adres van de aangeboden kamer of woning. Ook zijn gemeenten op dit moment niet bevoegd een last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen, op het moment dat een platform of ander medium aan de toezichthouder geen medewerking verleent bij het verstrekken van de door de gemeente opgevraagde gegevens. Artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt weliswaar dat het platform of medium verplicht is medewerking te verlenen aan de toezichthouder, in artikel 5:4 Awb is geregeld dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie, zoals de last onder dwangsom, slechts mogelijk is indien die bevoegdheid bij of krachtens de wet is verleend. Dit is nu niet het geval.

Wat zijn de voorgestelde oplossingen?

Ter verbetering van de handhaafbaarheid overweegt de minister gemeenten meerdere nieuwe instrumenten te geven.

Het eerste instrument betreft de mogelijkheid voor gemeenten in hun huisvestingsverordening een wettelijke registratieplicht op te nemen, geldend voor aanbieders van woningen voor toeristisch verhuur. Dit wil de minister realiseren met een wijziging van de Huisvestingswet 2014, middels de voorgenomen Wet toeristische woningen. Op grond van de huidige Huisvestingswet kunnen gemeenten bij woningschaarste die leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten al maatregelen nemen om de woonruimtevoorraad te behouden. De minister ziet de registratieplicht als een goede aanvulling hierop. Elke aanbieder krijgt een registratienummer, die hij moet vermelden bij de advertentie van de verhuur van de woonruimte of kamer. Gebeurt dit niet, dan mag de gemeente bij het platform of medium de gegevens van de aanbieder opvragen. Deze maatregel geeft gemeenten inzicht in de woningen die illegaal voor verhuur aan toeristen worden aangeboden. De verordening kan gelden voor de gehele gemeente of een deel ervan. Verder kan de gemeente bij het opnemen van de verplichtingen onderscheid maken tussen verschillende vormen van toeristische verhuur van woningen, zoals de verhuur van de gehele woning of het gebruik van de woning waarbij de bewoner ook in de woning aanwezig is. Bovendien is differentiatie mogelijk tussen verschillende categorieën woonruimte, zodat bijvoorbeeld ook woonboten onder de regels vallen.

Verder wil de minister gemeenten de mogelijkheid geven aan aanbieders van een woning of kamer voor toeristisch verhuur, een vergunningplicht op te leggen Zo kunnen slechts aanbieders van een woning of kamer met vergunning deze ruimten verhuren.

Door gemeenten daarnaast indien gewenst ook een meldingsplicht voor de feitelijke verhuur in het leven te laten roepen, kunnen zij toezien op een zelf vastgestelde maximale verhuurtermijn en zo – in combinatie met de andere instrumenten – stukken gerichter handhaven. Mét de in het leven geroepen handhavingsbevoegdheid op grond van de voorgenomen Wet toeristische woningen dus.

Ruime beleidsvrijheid

De minister benadrukt tot slot dat de beleidsvrijheid van gemeenten hoog in het vaandel blijft staan. Zij hebben de ruimte om lokaal beleid te voeren en mogen zelf bepalen voor welke gebieden en welke soort woonruimten verplichtingen gaan gelden. De vergunningplicht en meldplicht kunnen daarnaast afzonderlijk of gezamenlijk worden ingevoerd. Gemeenten zijn vrij hierin een keuze te maken. Maatwerk blijft te allen tijden mogelijk.

De Wet toeristische verhuur van woningen wordt binnenkort ter consultatie aangeboden. Daarnaast gaat de minister in Europees verband op zoek naar lidstaten die met dezelfde problemen kampen in de hoop wellicht te komen tot een gezamenlijke aanpak. Zo moet straks de verhuur van toeristische woningen mogelijk blijven, maar dan zoveel mogelijk zonder de ongewenste effecten!

Raadpleeg hier de Kamerbrief van de minister van BZK.

Share This