Op 11 juli jl. heeft staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu (I&M) het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) (Besluit VTH) aangeboden aan de Tweede Kamer. Eerder (klik hier) schreven wij op dit blog al over de inwerkingtreding van de Wet VTH, dat heeft geleid tot een wijziging van paragraaf 5.2 van de Wabo. Doel van de Wet VTH is de verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het Besluit VTH geeft invulling aan deze wet.

Achtergrond
In 2009 hebben het Rijk, IPO en de VNG een zogenoemde “package deal” gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de modernisering van het VTH-stelsel. Belangrijke afspraken zijn:
– De vorming van een landsdekkend netwerk van regionale uitvoeringsdiensten/omgevingsdiensten dat uitvoering geeft aan VTH-basistaken;
– Het verbeteren van de kwaliteit van de VTH-taken;
– Het verbeteren van samenwerking en informatie-uitwisseling bij handhaving.

De Wet VTH borgt de gemaakte afspraken, geeft een wettelijke basis aan de omgevingsdiensten en bevat de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te komen.

Besluit VTH
Het Besluit VTH strekt tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het Besluit VTH werkt de randvoorwaarden van de Wet VTH verder uit en stelt regels over:

– Het basistakenpakket van de omgevingsdiensten;
– De aanwijzing van omgevingsdiensten voor basistaken die een bijzondere deskundigheid vereisen (uitvoering en handhaving binnen BRZO-bedrijven en bedrijven met RIE 4-installaties);
– Procescriteria voor uitvoerings- en handhavingsbeleid;
– Het aanwijzen van bestuursorganen en instanties die bevoegd (en desgevraagd verplicht) zijn om gegevens (aan elkaar) beschikbaar te stellen.

Het basistakenpakket is veelomvattend. Met inwerkingtreding van het Besluit VTH heeft de omgevingsdienst als taak de inhoudelijke voorbereiding van milieuvergunningen, de beoordeling van meldingen, de toezicht op naleving en handhaving (art. 7.1 Besluit VTH). Deze basistaken hebben betrekking op de projecten en activiteiten als neergelegd in bijlage IV. Op gemeenten en provincies rust de verplichting om deze basistaken te mandateren aan de omgevingsdiensten. Overigens staat het de bevoegde gezagsinstanties vrij om meer taken te mandateren (zogenoemde “plustaken”).

De procescriteria zijn neergelegd in de artikelen 7.2 tot en met 7.7 van het Besluit VTH. Op grond van deze artikelen zijn de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst verplicht uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vast te stellen voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd. Daarnaast dragen de bestuursorganen zorg voor de goede uitvoering van het beleid (door borging van middelen, monitoring en rapportage).

Artikelen 7.8 tot en met 7.12. van het Besluit VTH geven, tot slot, nader invulling aan de verplichting tot het uitwisselen van gegevens in relatie tot de basistaken (artikel 5.8 Wabo), tussen onder meer de Minister van I&M,  de Minister van V&J en de omgevingsdiensten. Deze partijen zijn verplicht de gegevens die zij beheren in verband met de uitvoering van de basistaken, via een beveiligd digitaal systeem voor informatie-uitwisseling (Inspectieview Milieu), voor elkaar raadpleegbaar te maken.

Door het wettelijk vastleggen van het basistakenpakket, de procescriteria en het verplicht aansluiten op Inspectieview Milieu zou een uniform en beter functionerend VHT-stelsel moeten ontstaan.

Hoe nu verder?
Het Besluit VTH is in het kader van de wettelijke voorgeschreven voorhangprocedure ex artikel 7.3 lid 2 Wabo aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat het Besluit VTH op 1 januari 2017 in werking treedt.

Bron:
Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)

Share This