Bij de term ‘gebiedsbescherming’ is de eerste gedachte die in de ruimtelijke praktijk opkomt altijd: Natura 2000. Begrijpelijk, omdat er de afgelopen jaren meer dan genoeg te doen is geweest over de toetsing van ruimtelijke plannen aan de eisen van de Natuurbeschermingswet 1998 (en dat zal onder de Wet natuurbescherming nog wel even zo blijven). Maar hierdoor dreigt een andere vorm van gebiedsbescherming ondergesneeuwd te raken, namelijk de gebiedsbescherming die voortvloeit uit de Provinciale Verordening Ruimte.

Uit een drietal recente uitspraken van Afdeling komt het belang van de gebiedsbescherming die voortvloeit uit de Provinciale Verordening Ruimte goed naar voren. In deze uitspraken van de Afdeling van 14 september 2016, 21 september 2016 en 4 januari 2017 komt een groot aantal verschillende typen gebiedsbescherming aan de orde, te weten:

  • de Ecologische hoofdstructuur (EHS)
  • Ecologische Verbindingszones (EVZ)
  • Weidevogelleefgebieden
  • Stiltegebieden
  • Waardevol open gebied
  • het landelijk gebied, en
  • UNESCO-werelderfgoed.

In twee van de drie uitspraken leiden een of meer van die typen gebiedsbescherming tot vernietiging van het ruimtelijk plan. Valkuil daarbij was ook nog dat de EHS en weidevogelleefgebieden weliswaar geen externe werking kennen, maar wel over de band van de goede ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden met effecten op deze gebieden van plannen die erbuiten worden uitgevoerd.

De les uit de uitspraken van de Afdeling ligt voor de hand, maar is daarom niet minder waardevol. De provinciale ruimtelijke verordeningen kennen elk hun eigen, brede pallet aan gebiedsbescherming. Tegenstanders weten deze regels feilloos te vinden. En de Afdeling loopt de vereisten, stuk voor stuk, heel secuur af. Als er één stukje onderbouwing mist, gaat het plan onderuit. Het is dus aan het bevoegd gezag om, bij het opstellen van een plan, de Provinciale Ruimtelijke Verordening artikel voor artikel door te lopen.

Lees hier het hele blogbericht van Roelof op toetsonline.nl

Bronnen:

Uitspraken: AbRvS 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2449
AbRvS 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2508
AbRvS 4 januari 2017, ECLI:NL:RVS 2017:5

Share This