Het kan niemand meer zijn ontgaan, Nederland moet aardgasvrij, en snel. Om te beginnen moeten vóór eind 2021 30.000 tot 50.000 bestaande woningen per jaar van het aardgas af, de eerste stap op weg naar een verduurzaming van 200.000 huizen per jaar. Dit tempo is nodig om in de periode tot 2050 de hele woningvoorraad in Nederland te kunnen verduurzamen. Het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving is onderdeel van de Nederlandse plannen om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. Het komende (nationale) Klimaatakkoord, dat ten doel heeft om in 2030 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990, zal als één van de hoofdopgaven hebben dat in 2030 al twee miljoen woningen van het aardgas af zijn. Dat is nog een hele hijs. Over dit onderwerp schreven Liesbeth Schippers en Aart Jan van der Ven een artikel in Ensoc (Energy Society Magazine).

Woningen

Nieuwbouwwoningen kunnen op zich direct aardgasvrij worden. Relatief jonge, goed geïsoleerde huizen kunnen gaan draaien op warmtepompen en – liefst groene – elektriciteit. Voor oudere wijken wordt het lastiger, maar zij kunnen met extra isolatie grootschalig overstappen op warmtenetten. Elektrische warmtepompen, WKO’s, warmtenetten of misschien wel de ontwikkeling van groen gas of huizen op waterstof: zonder het bedrijfsleven en de industrie komt er geen grootschalige inzet van nieuwe technieken en komen er ook geen innovatieve toepassingen.

Industrie

De industrie staat zelf ook voor een forse uitdaging, ook zij moet van het gas af. De inzet is dat er uiterlijk in 2022 geen industriële grootverbruikers meer zijn die nog laagcalorisch (Gronings) gas gebruiken. Grootverbruikers kunnen veel grotere stappen zetten dan huishoudens, maar die overstap is vaak wel veel complexer. Idealiter wordt direct ingezet op verduurzaming van de energievoorziening. Op korte termijn zijn echter nog niet alle duurzame alternatieven en technologieën beschikbaar. Bovendien zijn nieuwe methoden niet voor alle bedrijven geschikt. Een second best oplossing is het omschakelen van het gebruik van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas. Op deze manier kan – naast de maatregelen aan de aanbodkant, zoals de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek – de winning uit het Groningenveld worden beperkt. Maar welke weg men ook kiest, het vereist enorme investeringen en vooralsnog ook een lange adem.

Bedrijfsleven

Eén ding is zeker, de innovatieve denkkracht en financiële mogelijkheden van het bedrijfsleven zijn essentieel voor de aardgasvrije transitie. En dat terwijl datzelfde bedrijfsleven te maken heeft met haar eigen onzekerheden. De bestaande producenten van gasketels, gasfornuizen, gasleidingen, de gasnetbeheerder, de onderhoudsbedrijven, allemaal moeten ze transformeren op weg naar een aardgasvrij Nederland in 2050, op een manier dat de nieuwe energie ook nog betaalbaar blijft voor de consument. Gelukkig hebben we nog even, maar er kan geen tijd meer verloren gaan want de urgentie is groot.

Wettelijk kader

Van het gas af, het klinkt zo simpel, maar hoe doe je het? Door in ieder geval eerst het juiste wettelijk kader te creëren. Daar is de wetgever al mee aan de slag gegaan. In de huidige situatie is nog sprake van een gasaansluitplicht, zowel voor de gasnetbeheerder (op basis van artikel 10 lid 6 Gaswet) als voor de bouwer (op basis van artikel 6.10 lid 2 Bouwbesluit 2012). Op dit moment is het dus nog niet mogelijk om aardgasvrije woningen te bouwen. Daar komt met ingang van 1 juli 2018 verandering in. Dankzij de Wet voortgang energietransitie, die op dat moment in werking treedt, komt de gasaansluitplicht van de Gaswet te vervallen. Momenteel wordt ook gewerkt aan een wijziging van het Bouwbesluit 2012, die ook de verplichting voor de bouwer zal doen vervallen. Ook die wijziging treedt naar verwachting op 1 juli aanstaande in werking. Op dat moment staan de wet- en regelgeving dus niet meer in de weg aan het realiseren van aardgasvrije woningen.

Experimenteren en innoveren

Maar nieuwe wetgeving alleen helpt ons niet naar een aardgasvrij 2050. Daar is meer voor nodig. Verander de wereld, begin bij jezelf. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de proeftuinen voor het aardgasvrij maken van bestaande woonwijken. Het rijk stelt 90 miljoen euro beschikbaar voor gemeenten die in 2018 al kunnen starten met zo’n proeftuin. In de proeftuinen gaat geleerd worden hoe – samen met bewoners, gebouweigenaren, woningcorporaties, energieleveranciers en andere bedrijven – een bestaande woonwijk succesvol van het gas af kan worden gehaald. Gemeenten kunnen vóór 1 juli 2018 pitchen om in aanmerking te komen voor een rijksbijdrage. Daarnaast is er een nieuwe innovatiesubsidie voor consortia van aanbieders, klanten en kennisinstellingen die prototypes en innovatieve producten maken waarmee gebouwen en bijbehorende energie-infrastructuur sneller en goedkoper aardgasvrij kunnen worden gemaakt.

De Crisis- en herstelwet maakt experimenten mogelijk die de transitie kunnen versnellen. Zo kan – vooruitlopend op het Nationaal plan bijna energieneutrale gebouwen (BENG) – een andere (lagere) energieprestatiecoëfficiënt voorgeschreven worden dan de op grond van het Bouwbesluit 2012 geldende grenswaarde (0,2 in plaats van 0,4). Deze strengere minimumnorm (die bijvoorbeeld geldt voor de te bouwen woningen in de Binckhorst te Den Haag en die in Haven-Stad te Amsterdam) garandeert dat er duurzaam en energiezuinig wordt gebouwd.

Kortom: van het gas af, we zijn het zomaar niet. Wat ook duidelijk is: niemand kan het alleen. Een goede samenwerking tussen overheden, eigenaren en vooral ook de industrie en het bedrijfsleven is elementair om deze klus te klaren.

Dit artikel is geplaatst in Ensoc (Energy Society Magazine), Jaargang 08, Nummer 01, Zomer 2018.

you're currently offline

Share This