In nummer 7 van het Tijdschrift Milieu & Recht van dit jaar is een artikel verschenen van Hans Besselink en Edward Brans met als titel: “Habitat banking. Wel of geen optie onder de Habitatrichtlijn?” In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of door habitat banking kan worden voldaan aan de mitigatie- en compensatieverplichtingen uit artikel 6, leden 3 en 4 van de Habitatrichtlijn.

Wat is habitat banking?

Habitat banking is een juridisch-economisch instrument waarbij natuurgebieden worden gecreëerd, hersteld of onderhouden die als compensatie kunnen dienen voor voorziene of niet-voorziene aantastingen van de natuur. Er zijn vele vormen van habitat banking, waaronder die waarbij ‘credits’ kunnen worden aangekocht bij de habitat bank ter compensatie van schade aan beschermde natuur. Met de aankoop ervan moet het langdurig behoud en het onderhoud van het compensatiegebied worden zeker gesteld.

In Canada wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een habitat bank die als doel heeft om een nieuw moerasgebied aan te leggen, direct naast een bestaand moerasgebied. Hiermee kunnen toekomstige ontwikkelingen in het bestaande moerasgebied worden gecompenseerd. Ontwikkelaars kunnen ‘credits’ kopen bij de habitat bank. Vervolgens kan steeds één vierkante meter aan te tasten gebied worden gecompenseerd met één vierkante meter nieuw moerasgebied.

Ervaringen in het buitenland

Wereldwijd is veel ervaring opgedaan met habitat banking, als een effectieve methode om te verzekeren dat ontwikkelingen, waardoor de natuur wordt aangetast, uiteindelijk per saldo niet ten koste van die natuur gaan. Omdat het doel van een dergelijk systeem zou moeten zijn dat een schadeveroorzakende gebeurtenis niet leidt tot een verlies aan beschermde habitats en biodiversiteit, zullen er eisen gesteld moeten worden aan de wijze waarop een habitat bank wordt ingericht. Er zal immers zeker gesteld moeten worden dat de compensatie die door inzet van een habitat bank wordt gerealiseerd, ook op de lange termijn beschikbaar blijft en dat ook de natuurkwaliteit ervan niet achteruit gaat. Kortom, op voorhand moet zeker gesteld worden dat habitat banking leidt tot een no-net-loss aan beschermde habitats en biodiversiteit. Om dat te realiseren moeten ook privaatrechtelijke instrumenten worden ingezet zoals contracten.

Habitat banking en de Habitatrichtlijn

Algemeen wordt aangenomen dat habitat banking voor Natura 2000-gebieden geen praktische betekenis heeft, gezien het strakke keurslijf van artikel 6 van de Habitatrichtlijn en de uitleg, die het Hof van Justitie EU daaraan geeft. Bij compensatie in het kader van artikel 6, vierde lid, van de Habitatrichtlijn zal immers ook moeten worden voldaan aan de andere eisen van dat artikel, en dus zal moeten worden aangetoond dat er geen alternatieven voor het project zijn en dat er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang.

In het artikel wordt onderzocht of onder omstandigheden habitat banking ook een rol zou kunnen spelen in de vorm van mitigatie c.q beschermingsmaatregel, waarmee kan worden voorkomen dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000 worden aangetast.

Uit het arrest Briels van het Europese Hof lijkt te volgen dat maatregelen uit de habitat bank nooit kunnen worden beschouwd als mitigerende maatregelen c.q. beschermingsmaatregelen, maar zij altijd moeten worden aangemerkt als compensatie. Ook het arrest in de zaak Orleans lijkt deze strenge lijn te bevestigen. In deze zaak ging het om een havenproject dat leidde tot verlies aan bestaand areaal van slikken en schorren. Er was voorzien in het creëren van vervangend habitat. Het Hof oordeelde dat de uit de ontwikkeling van de vervangende natuur voortvloeiende voordelen onzeker waren, omdat die ontwikkeling nog niet was voltooid. Daardoor mocht deze ontwikkeling niet in aanmerking genomen worden bij de passende beoordeling op grond van artikel 6, derde lid Habitatrichtlijn.

Toch kan in dit arrest een opening worden gezien voor het betrekken van de aanleg van vervangend habitat in de passende beoordeling. Het Hof lijkt immers niet zozeer het beletsel te zien in het feit dát er vervangend habitat wordt aangelegd maar vooral in het feit dat er ten tijde van het opstellen van de passende beoordeling nog onzekerheid bestond over de vraag of de vervangende natuur inderdaad in volle omvang zal kunnen worden bewerkstelligd. Dat lijkt ruimte te bieden voor een benadering waarbij al vóór het moment van het geven van toestemming voor een plan of project de vervangende natuur feitelijk is gerealiseerd. Dan kan immers in de passende beoordeling worden vastgesteld dat door het project als geheel de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast, omdat het gebied reeds daadwerkelijk is versterkt.

Habitat banking in Nederland

De ervaringen, die in het buitenland zijn opgedaan met habitat banking, kunnen in Nederland goede diensten bewijzen, zeker in gevallen waarin schade wordt veroorzaakt aan andere natuurgebieden dan Natura 2000-gebieden, zoals Natuurnetwerk Nederland. Echter, ook voor gebieden die onder de Habitatrichtlijn vallen, lijken er mogelijkheden te zijn om op voorhand habitat banking toe te passen, waarna – zodra deze maatregelen daadwerkelijk operationeel zijn – in een passende beoordeling kan worden geconcludeerd dat per saldo de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Dat kan als voordeel hebben dat besluitvorming over projecten eenvoudiger wordt (de compensatie/mitigatie is dan immers al op voorhand zeker gesteld én operationeel) maar kan ook winst voor de natuur betekenen omdat dan niet meer hoeft te worden gekozen voor kleine versnipperde ‘eigen’ compensatieprojectjes, maar in één keer grootschalige en robuuste natuur kan worden gecreëerd.

Mocht u kennis willen nemen van het artikel, stuurt u dan een e-mail naar edward.brans@pelsrijcken.nl.

Bronnen: H.J.M. Besselink en E.H.P. Brans, “Habitat banking. Wel of geen optie onder de Habitatrichtlijn?”, M en R 2017/88; HvJ EU 15 mei 2014, BR 2014/94, m.nt. H.E. Woldendorp; HvJ EU 21 juli 2016, M en R 2016/131.

you're currently offline

Share This