Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

Einduitspraak vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht: ook de Raad van State kiest voor meer burgerperspectief

en

Een inwoonster van Amsterdam heeft een geslaagd beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Diverse toezeggingen van gemeenteambtenaren hebben het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat in haar geval niet tot handhaving over zou worden gegaan. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht van 29 mei 2019. De Afdeling beschrijft – in navolging van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel – welke drie stappen worden doorlopen bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel en past deze stappen in de voorliggende zaak toe. Lees meer.

Welstandscriteria in beschermd stadsgezicht

Welstandscriteria in beschermd stadsgezicht

en

Bakstenen in dezelfde kleur als de daken, maatregelen voor energiebesparing die moeten passen bij het karakter van gebouwen en het enkel aanbrengen van veranderingen die ongedaan kunnen worden gemaakt. Voor bouwplannen gelden in veel gemeenten zogenaamde eisen van welstand. Om aan deze eisen te mogen toetsen en op die wijze te sturen op de architectonische kwaliteit van de omgeving, moet een Nederlandse gemeente haar eigen welstandsbeleid hebben vastgelegd in een welstandsnota. In een dergelijke nota is met beleidsregels neergelegd wat de criteria en kaders zijn die bij een welstandsbeoordeling worden toegepast. Dat daarin zeer specifieke criteria kunnen ontbreken, betekent niet zonder meer dat specifieke bouwwerken daarmee welstandsvrij zijn. Zo verheldert een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 1 mei 2019. Lees meer…

Struikelblok bij handhaving open norm in vergunningvoorschriften: is er wel een overtreding?

Struikelblok bij handhaving open norm in vergunningvoorschriften: is er wel een overtreding?

en

Het bevoegd gezag moet aan een omgevingsvergunning de voorschriften verbinden die nodig zijn. Als een voorschrift niet concreet is, is dit lastig te handhaven. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 april 2019 stond de vraag centraal of sprake was van een overtreding van de aan een akkerbouwbedrijf voorgeschreven norm om geurhinder te beperken “tot een aanvaardbaar niveau”. De Afdeling overweegt dat aan het bedrijf activiteiten zijn vergund die onlosmakelijk samenhangen met zekere geuremissies. Nu deze emissies kennelijk geen beletsel vormden om de gevraagde vergunningen te verlenen en evenmin hebben geleid tot het stellen van aanvullende geurvoorschriften, mocht het bedrijf volgens de Afdeling erop vertrouwen dat, indien zij overeenkomstig de vergunningen zou handelen, geurhinder tot een aanvaardbaar niveau zou zijn beperkt en zij niet in strijd met het voorschrift zou handelen. Lees meer…

De Afdeling kiest voor de klare lijn in rechtsbescherming: de gedoogbeslissing is niet (langer) appellabel

De Afdeling kiest voor de klare lijn in rechtsbescherming: de gedoogbeslissing is niet (langer) appellabel

en

Een gedoogbesluit is geen besluit in de zin van de Awb en dit geldt ook voor de weigering of intrekking ervan. Tot dit oordeel kwam de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 24 april 2019. Gedoogbeslissingen kunnen vanaf de datum van de uitspraak niet meer worden aangevochten bij de bestuursrechter. In zijn conclusie van 16 april 2019 opperde staatsraad advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven om gedoogbeslissingen met het oog op rechtsbescherming voor derde-belanghebbenden met een besluit gelijk te stellen en voor de rechtsbescherming van de overtreder aan te sluiten bij de rechtspraak over bestuurlijke rechtsoordelen. De Afdeling bestuursrechtspraak kiest er echter voor om alle gedoogbeslissingen niet met een besluit in de zin van de Awb gelijk te stellen. Lees meer.

Beoordeling spoedeisendheid bodemsanering: het feitelijke huidige of voorgenomen gebruik telt!

Beoordeling spoedeisendheid bodemsanering: het feitelijke huidige of voorgenomen gebruik telt!

en

Wanneer er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, stelt het bevoegd gezag op basis van de Wet bodembescherming tevens vast of het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico’s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Voor de beoordeling of er sprake is van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem is onder meer het gebiedstype van belang. Dat bij de bepaling van een gebiedstype moet worden gekeken naar het feitelijke huidige dan wel voorgenomen gebruik, blijkt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 1 mei 2019. Lees meer…

NIEUWSBRIEF