Toetsing omgevingsvergunning milieu aan geluidverkaveling bestemmingsplan. Vermenging milieuspoor en ruimtelijke spoor?

Toetsing omgevingsvergunning milieu aan geluidverkaveling bestemmingsplan. Vermenging milieuspoor en ruimtelijke spoor?

en

De verdeling van geluidruimte op gezoneerde industrieterreinen leidt al lange tijd tot interessante juridische discussies. Al ruime tijd is duidelijk dat in een bestemmingsplan geluidruimte kan worden verdeeld door middel van geluidverkaveling. Over zo’n geluidverkaveling deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op 24 februari 2021 een uitspraak. De Afdeling beantwoordt daarin de vraag of een omgevingsvergunning milieu kan worden getoetst aan de geluidverkaveling in het bestemmingsplan. Een verrassend antwoord. Liesbeth Schippers en Lianne Barnhoorn hebben over deze uitspraak daarom een annotatie geschreven in het Tijdschrift Geluid. Lees meer…

Begunstigingstermijn illegale garage mag niet worden gekoppeld aan moment legalisering nieuwe garage

Begunstigingstermijn illegale garage mag niet worden gekoppeld aan moment legalisering nieuwe garage

en

De gemeente draagt zorg voor handhaving van de geldende regels. Om een overtreder te dwingen de overtreding ongedaan te maken en de oude situatie te herstellen, kan het college van burgemeester en wethouders ertoe besluiten een herstelsanctie op te leggen. Dat kan in de vorm van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Voordat de gemeente zelf overgaat tot het beëindigen van de overtreding, wordt de overtreder in zo’n geval eerst de kans geboden zelf een einde te maken aan de onrechtmatigheid. Daarbij stelt het college altijd een begunstigingstermijn. De lengte van die termijn is afhankelijk van de overtreding en het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen hoeveel tijd nodig is om de overtreding te stoppen. In een uitspraak van 16 juni jl. wijst de Afdeling erop dat de lengte van de begunstigingstermijn niet mag worden gekoppeld aan de verlening van een omgevingsvergunning ter legalisatie van een nieuw gebouw, in plaats van aan de tijd die nodig is om het onrechtmatig aanwezige gebouw te verwijderen. Lees meer…

Evidentiecriterium kan toets aan Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel doorstaan

Evidentiecriterium kan toets aan Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel doorstaan

, en

Op 20 mei jl. heeft het Hof van Justitie van de EU (hierna: het Hof) prejudiciële vragen beantwoord van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over het Nederlandse evidentiecriterium. Dit criterium houdt in dat de rechtmatigheid van een definitief geworden vergunningvoorschrift alleen kan worden aangetast, wanneer het op basis van summier onderzoek evident is dat het voorschrift niet had mogen worden gesteld, omdat het in strijd is met hoger recht (zoals Unierecht). Het Hof is van oordeel dat het doeltreffendheidsbeginsel in principe niet aan een dergelijk criterium in de weg staat. Het evidentiecriterium mag echter niet zo streng worden toegepast dat de mogelijkheid om daadwerkelijke nietigverklaring van een vergunningvoorschrift te verkrijgen in feite louter fictief wordt.

Lees meer

Geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel in uitspraak over baggerwerkzaamheden

Geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel in uitspraak over baggerwerkzaamheden

en

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de regionale wateren. Daarbij zorgen zij voor genoeg en schoon water, en beschermen zij het land tegen overstromingen. Om de doorstroming van de wateren te verbeteren en de kans op wateroverlast te beperken, worden de primaire watergangen eens in de zoveel tijd gebaggerd. Dit soort onderhoudswerkzaamheden vragen soms dat gebruik wordt gemaakt van een perceel dat in privaat eigendom is. Artikel 5.23 van de Waterwet creëert voor de rechthebbende van zo’n perceel vervolgens de plicht om de onderhouds- en herstelwerkzaamheden die voor de waterstaatswerken nodig zijn te gedogen. Uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 9 juni jl. gooide en geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel echter roet in het eten. Lees meer…

Ook bij watervergunningen is de aanvrager geen belanghebbende wanneer aannemelijk is dat project niet kan worden verwezenlijkt

Ook bij watervergunningen is de aanvrager geen belanghebbende wanneer aannemelijk is dat project niet kan worden verwezenlijkt

Een verzoeker om een vergunning wordt in beginsel verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op zijn aanvraag, tenzij aannemelijk is dat de activiteit waarvoor een vergunning is aangevraagd niet kan worden verwezenlijkt. Dan kan de verzoeker niet als belanghebbende worden aangemerkt en is het verzoek geen aanvraag. Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 26 mei jl. maakt duidelijk dat dit uitgangspunt ook voor vergunningen op grond van de Waterwet geldt. Lees meer…

Categorieën