blog_omgevingsrecht_fabriekOp 18 november jl. is het besluit van 29 oktober 2015 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (wijziging bevoegd gezag voor BRZO en RIE-4) gepubliceerd. Op grond van dit besluit zijn gedeputeerde staten vanaf 1 januari 2016 het bevoegd gezag voor alle inrichtingen die onder het toepassingsbereik vallen van het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO inrichtingen).


Achtergrond

Op dit moment zijn er binnen Nederland 183 BRZO-inrichtingen. Daarnaast zijn er 20 inrichtingen waarbinnen zich een installatie bevindt voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage I, categorie 4, van de richtlijn inzake industriële emissies (PbEU L334). Dit betreft activiteiten in het kader van de chemische industrie waarbij sprake is van de productie van:
– organisch-chemische producten;
– anorganisch-chemische producten;
– fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen;
– productie voor gewasbescherming of biociden;
– farmaceutische producten met inbegrip van tussenproducten;
– explosieven.

De gemeente is thans het bevoegd gezag voor deze inrichtingen. Als gevolg van de wijziging van het Besluit omgevingsrecht verschuift de bevoegdheid echter naar de provincie. Het aantal partijen dat betrokken is bij vergunningverlening, toezicht en handhaving voor BRZO en RIE-4 bedrijven wordt hierdoor kleiner. Volgens de minister vergemakkelijkt dit overleg en afstemming tussen deze partijen. Met de wijziging is de Minister van IenM interbestuurlijk toezichthouder voor al deze inrichtingen.

Gevolgen praktijk

Uit de nota van toelichting volgt dat de gevolgen voor de praktijk volgens de minister beperkt zijn. De minister wijst er in dit verband op dat voor de BRZO inrichtingen de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving door gemeenten eerder al was opgedragen aan de BRZO omgevingsdiensten. Daar verandert niets aan. Wel zullen de mandaatbesluiten van de gemeenten voor deze inrichtingen ingetrokken moeten worden en dienen de provincies na te gaan of aanpassing van hun mandaatbesluiten noodzakelijk is.

Overgangsrecht

Is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend vóór 1 januari 2016 en nog niet verleend op die datum, dan zijn gedeputeerde staten bevoegd hierover te beslissen. Voor handhavingstrajecten geldt dat burgemeester en wethouders bevoegd blijven om handhavingsbesluiten, die vóór 1 januari 2016 zijn genomen, te effectueren. Voor alle overige gevallen gaat de bevoegdheid voor toezicht en handhaving op BRZO en RIE-4 bedrijven met de jaarwisseling over naar de provincie.

Bron: Stb. 2015, 413

Share This