Met name in de grote steden neemt de druk op de woningmarkt steeds verder toe. Op veel plekken vinden mensen het moeilijk om een huis te vinden dat past bij hun wensen en mogelijkheden. De woonopgave gemiddeld jaarlijks 75.000 woningen bij te bouwen ondervindt knelpunten, zoals ruimtegebrek, de behoefte aan nieuwe infrastructuur en de transitie naar aardgasloos wonen. Dit vraagt om een integrale aanpak door alle spelers op de woningmarkt. Samen met negen andere partijen ondertekende minister Ollongren op 23 mei jl. daarom de Nationale woonagenda, met daarin afspraken over de aanpak van het groeiende tekort aan woningen. Drie speerpunten moeten leiden tot een ‘passendere’ woningmarkt: het vergroten en versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande voorraad en het verbeteren van de betaalbaarheid van het wonen.

Versnellen en vergoten bouwproductie

Met de Nationale woonagenda wordt beoogd om op korte termijn meer woningen te bouwen. Betrokken partijen moeten hiertoe stappen zetten om op regionaal niveau te komen tot het versnellen van de bouwproductie. Zo moet worden ingezet op de voorgenomen aanpassing van de Crisis-en herstelwet, als gevolg waarvan gemeenten adequater gebruik kunnen maken van instrumenten uit de Omgevingswet die de woningbouw kunnen versnellen. Ook moet belemmerende wet- en regelgeving worden weggenomen.

Het vergroten van de bouwcapaciteit is echter niet voldoende. Ook moet de plancapaciteit voor woningbouw worden vergroot. Om dit ten uitvoer te brengen zetten het Rijk, provincies, regio’s en gemeenten de woningbehoefte af tegen de beschikbare capaciteit met aandacht voor de toekomstige vraag. Ook interessant is dat het Rijk de mogelijkheid onderzoekt voor een zogenaamd revolverend fonds dat voorfinanciering en investeringen van complexe binnenstedelijke transitie mogelijk moet maken.

Ten slotte wordt benadrukt dat het vergroten van de bouwproductie in samenhang met andere opgaven moet gebeuren. Zo moeten daarin ook de verduurzaming van de woningvoorraad en de keuze om aardgasvrij te bouwen worden meegenomen.

Beter benutten van de bestaande woningvoorraad

Het bijbouwen van 75.000 woningen op jaarbasis alleen is niet genoeg. Er liggen ook kansen de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Zo zou meer flexibiliteit in het bestaande huuraanbod en dynamiek op de woningmarkt moeten zorgen voor een goede balans tussen de verschillende vormen van wonen(sociale huur, huur, koop). Bovendien werkt het Rijk in 2018 met betrokken  partijen maatregelen uit zodat gemeenten excessen op de woningmarkt, zoals toeristische verhuur en bewoning van vakantieparken, beter kunnen aanpakken. Als blijkt dat gemeenten daar niet tegen kunnen optreden binnen bestaande regelgeving, sluit minister Ollongren een aanpassing van wet- en regelgeving niet uit.

Betaalbaar houden van het wonen

In de Nationale woonagenda wordt ook aandacht besteed aan de stijgende huizenprijzen. Zo gaan de betrokken partijen de 5 procent vrije ruimte bij passend toewijzen van sociale huurwoningen, dat als doel heeft te voorkomen dat huishoudens met een laag inkomen in een voor hen te dure woning terechtkomen, opnieuw beoordelen. Ook komt er voor 1 oktober 2018 een nieuw huurakkoord voor de gereguleerde sector.

Minister Ollongren benadrukt dat de corporatiesector een grote rol speelt in het aanpakken van de uitdagingen op de woningmarkt. Woningcoöperaties zullen aanzienlijke financiële inspanningen moeten leveren voor het uitvoeren van de gemaakte afspraken. Het Rijk zal met de corporaties in gesprek gaan om te bezien in hoeverre de ambities op de woningmarkt en de financiële positie van de corporatiesector zich tot elkaar verhouden. Tevens wordt onderzocht in hoeverre de onvoorziene meeropbrengst van de verhuurderheffing kan worden geïnvesteerd in de woningmarkt.

Al met al ligt er met deze Nationale woonagenda een uitgebreid maatregelenpakket voor het aanpakken van de spanningen op de woningmarkt. Volgens minister Ollongren is hiermee een wezenlijke stap gezet om de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken. Nu zal moeten worden bezien of het kader dat er nu ligt ook daadwerkelijk uitmondt in actie. Minister Ollongren wil dat de voortgang van de Nationale woonagenda ten minste twee keer per jaar wordt besproken. Wij houden u op de hoogte van de relevante ontwikkelingen.

Raadpleeg hier de Nationale woonagenda en de aanbiedingsbrief van minister Ollongren.

Share This