Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is voornemens om het beleid voor agrarische gronden van de Staat opnieuw te bezien. In dat kader onderzoekt hij of een deel van die agrarische gronden ingezet kan worden voor hernieuwbare energieopwekking.

Aanleiding beleidswijziging

In 2000 heeft het toenmalige kabinet Kok II besloten de verkoop van agrarische gronden aan zittende (erf)pachters te stoppen. Deze verkoopstop geldt nog steeds. Op dit moment doet zich echter een aantal maatschappelijke opgaven voor (bijvoorbeeld op het gebied van de energietransitie, de wateropgave, duurzaamheid en voedselvoorziening) die aanleiding geven om het beleid voor agrarische gronden van de Staat opnieuw te bezien.

Het nieuwe beleid zal gebaseerd worden op drie pijlers.

  1. Het beheer moet een optimale bijdrage leveren aan publieke doelen;
  2. Het beheer moet bijdragen aan behoud en verbetering van de bodemkwaliteit (waarbij in het bijzonder aandacht is voor de problematiek van bodemdaling);
  3. De gronden moeten zowel een financieel als een maatschappelijk rendement hebben.

Om welke gronden gaat het?

De Staat heeft 43.500 hectare agrarische grond in eigendom, die wordt beheerd door het Rijksvastgoedbedrijf. Het betreft gronden verspreid over heel Nederland, het merendeel in Noord-Holland, Zeeland en vooral in Flevoland.

De agrarische gronden van de Staat worden ingedeeld in twee categorieën: strategisch en niet-strategisch. Strategische gronden (18.800 hectare) zijn de gronden waarvoor wordt voorzien dat zij binnen 20 jaar kunnen worden ingezet voor een van de strategische opgaven van het kabinet. Het gaat dan om thema’s als duurzaamheid, energietransitie, infrastructuur, natuurontwikkeling, waterrobuuste inrichting en wonen.

Wat houdt de beoogde beleidswijziging in?

De strategische agrarische gronden worden verpacht totdat de verwachte bestemmingswijziging ten behoeve van het publieke doel is gerealiseerd en de gronden tegen de hoogste (nieuwe) bestemmingswaarde verkocht kunnen worden. Op deze manier kan ruimte geboden worden voor initiatieven om hernieuwbare energieprojecten op rijksgronden verder te ontwikkelen. Dit kan door (erf)pachtvrije grond via een openbare procedure in gebruik te geven bij een ondernemer die er duurzame energie gaat opwekken. Ook mogelijk is om met een bestaande (erf)pachter overeen te komen dat hij zijn (erf)pachtrecht inwisselt voor een gebruiksovereenkomst. Hij kan dan op (een deel van) zijn gronden zonnepanelen of een windturbine plaatsen. Mits die ontwikkeling natuurlijk past binnen het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid en voldoet aan de relevante wet- en regelgeving.

In de Regionale Energiestrategieën (RES) die worden opgesteld, wordt de potentie voor opwekking van hernieuwbare energie op rijksgronden in kaart gebracht. Daarbij wordt ook gekeken naar de waarden en kwaliteiten van de betrokken gebieden (zoals archeologische waarden en landschappelijke kwaliteiten) en hoe de ontwikkeling zich daartoe verhoudt.

Verder is de staatssecretaris voornemens om toestemming te geven aan de pachters van de 164 hoeven die in eigendom zijn van de Staat, om zonnepalen te plaatsen op de daken van de boerderijen en erfopstallen. Deze investeringen in hernieuwbare energieopwekking kunnen als pachtersinvestering worden aangemerkt.

Raadpleeg hier de Kamerbrief van Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) van 12 oktober 2018.

you're currently offline

Share This