hijskraan2Een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is de omgevingsvergunning. Voor het verrichten van verschillende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist. De omgevingsvergunning zoals voorgesteld in het wetsontwerp voor de Omgevingswet is een uitbouw en verbreding van de omgevingsvergunning zoals we die reeds kennen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Tegelijkertijd wijzigt echter een belangrijk onderdeel: de eis van ‘onlosmakelijke samenhang’.

De eis van ‘onlosmakelijke samenhang’ in de Wabo

Een belangrijk uitgangspunt van de Wabo is de onlosmakelijkheid. Indien een activiteit behoort tot meerdere categorieën van vergunningplichtige activiteiten, dient de aanvrager er zorg voor te dragen dat de omgevingsvergunning betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het project. Met andere woorden, door middel van één vergunningaanvraag wordt één omgevingsvergunning verleend voor alle vergunningplichtige activiteiten.

Indien het bij een van de onlosmakelijke activiteiten gaat om het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheers verordening of een exploitatieplan, kan hiervoor voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten overigens wél een afzonderlijke aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend. Dit is het gevolg van het permanent worden van de Crisis- en herstelwet (Chw) waarin een wijziging is doorgevoerd in artikel 2.7, lid 1, Wabo. Deze wijziging geldt sinds 25 april 2013.

Geen eis van ‘onlosmakelijke samenhang’ in de Omgevingswet

De eis van ‘onlosmakelijke samenhang’ keert niet terug in de Omgevingswet. Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat de initiatiefnemer (a.) zelf bepaalt voor welke activiteiten hij een vergunning aanvraagt en (b.) wanneer hij dat doet. Op deze manier kan voorkomen worden dat de aanvrager al moet investeren in een vergunningaanvraag voor een bepaalde activiteit, terwijl het nog niet zeker is of de omgevingsvergunning voor een andere activiteit onherroepelijk wordt. Daarnaast biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om het proces van vergunningverlening zo optimaal mogelijk te laten aansluiten op de voortgang van de projectontwikkeling en de realisering.

Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet bevat echter één uitzondering op de regel dat met elkaar samenhangende activiteiten niet langer tegelijkertijd aangevraagd moeten worden. Deze uitzondering vloeit voort uit de Richtlijn industriële emissies. De aanvraag voor een vergunning om een milieubelastende activiteit en de aanvraag voor een wateractiviteit, als die activiteiten betrekking hebben op dezelfde IPPC-installatie, dienen wél gelijktijdig ingediend te worden.

Achtergrond

Het wetsvoorstel geeft antwoord op de vraag waarom de eis van ‘onlosmakelijke samenhang’ niet langer wordt gesteld onder de Omgevingswet. Het vervallen van de eis van ‘onlosmakelijke samenhang’ zou geen ongewenste gevolgen hebben, omdat een handeling verboden is zolang niet voor alle activiteiten die daar onlosmakelijk deel vanuit maken, een vergunning is verleend. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. In het verlengde daarvan heeft het bevoegde bestuursorgaan een inspanningsverplichting om te bevorderen dat een aanvrager in kennis wordt gesteld van andere op aanvraag te nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan kan aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te verrichten activiteit.

Share This