Dit is het vierde deel van onze blogreeks over het Voorstel voor hoofdlijnen van het nationale Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen uit dit voorstel. In dit bericht staan de plannen van de sectortafel Landbouw en landgebruik centraal.

De sectortafel Landbouw en landgebruik acht binnen de eigen sector een emissiereductie van 3,5 Mton CO2-equivalenten in 2030 haalbaar, vergeleken met het jaar 1990. Daarnaast stellen partijen zich te zullen inspannen voor de verkenning van de mogelijkheden voor een extra emissiereductie van 1,7 Mton CO2-eq in het landgebruik én voor de verhoging van de voorgenomen emissiereductie binnen de sector met 10% indien het Nederlandse reductiedoel voor 2030 nog wordt opgeschroefd van 49% naar 55%.

Hoe gaan we dat bereiken?

De bedoeling is dat de totale emissiereductiedoelstelling van 3,5 Mton CO2-eq wordt bereikt door een methaanreductie in de veehouderij ter waarde van 1 Mton CO2-eq, een slimmer landgebruik met als gevolg een besparing van 1,5 Mton CO2-eq en een klimaatneutrale glastuinbouw die een emissiereductie van 1 Mton CO2-eq op moet leveren. De ambities reiken echter verder dan een besparingsdoelstelling van 3,5 Mton. Zo is in het voorstel ook een totale emissiereductieambitie tussen de 4,9 en de 5,1 Mton CO2-eq verdeeld en geconcretiseerd over de drie voornoemde ‘besparingspijlers’ (methaan, landgebruik en kas).

Naast deze ‘besparingspijlers’ zijn ook andere emissiereducerende maatregelen in kaart gebracht, zoals een klimaatvriendelijke consumptie, energiebesparing, de opwekking van hernieuwbare energie (waaronder door de akkerbouw en de veehouderij), de reductie van broeikasgasemissies bij landbouwvoertuigen, de vermindering van de import van palmpitten en soja uit het buitenland én de reductie van kunstmestinzet geproduceerd met fossiele brandstoffen. Deze emissiereductiemaatregelen zijn echter niet gekwantificeerd in hoeveelheden CO2-afname en dragen niet bij aan het behalen van de door de sectortafel vastgestelde reductiedoelstellingen.

Maatregelen binnen de sector

Het sectorplan concretiseert verschillende mogelijke maatregelen binnen de landbouw en op het gebied van landgebruik, energie, voedsel en innovatie. Voorstellen die daarbij onder meer worden gedaan zijn:

·         De effectuering van kringlooplandbouw (waarbij de kringloop van stoffen wordt gesloten door een zo selectief mogelijk gebruik van externe grondstoffen en nadruk op de natuurlijke systemen) en bodemgebruik dat zoveel mogelijk aansluit bij de natuurlijke karakteristieken daarvan;

·         De toespitsing van het bos- en natuurbeheer op de realisering van klimaatdoelen, naast de biodiversiteits- en recreatiedoelen die reeds worden gesteld (bijvoorbeeld door bos en natuurtypen die veel koolstof opslaan uit te breiden en de ontbossing daarvan tegen te gaan, door een optimaal gebruik van de bij het bosbeheer vrijkomende producten na te streven en door meer groen aan te leggen in Nederland);

·         Het realiseren van energiezuinige teelt- en kassystemen (de glastuinbouw is momenteel immers verantwoordelijk voor het merendeel van de energie die binnen de landbouwsector wordt verbruikt) en een hogere gewasproductie door het aanpassen van de teeltomstandigheden en de teeltpraktijk en door het ontwikkelen van meer klimaatrobuuste gewassen;

·         Inzetten op minder voedselverspilling en aanzetten tot meer consumptie van groenten en fruit, in plaats van vlees;

·         Het prikkelen van marktpartijen tot het doen van innovatieve investeringen, bijvoorbeeld door ondersteuning door de overheid, meerjarig overheidscommitment, het maken van beleid gericht op de uitfasering van fossiele opties en de aanscherping van het normbeleid om zodoende een sterkere marktvraag creëren;

·         Het vragen van een eigen (passende) bijdrage van alle verschillende bij de klimaatopgave betrokken partijen, te weten burgers, werknemers, grondeigenaren, (coalities van) bedrijven, ondernemers, stakeholders, kennisinstellingen en overheden.

Opgave

Voor de realisering van de beschreven opgave wordt verwacht dat overheden en bedrijven tezamen tussen de 2 en de 4 miljard euro moeten gaan investeren, nog los van de te verwachten hogere operationele kosten en lagere opbrengsten. De sectortafel benadrukt echter de klimaatopgave niet te zien als een publiek doel dat het ondernemen in de sector lastiger maakt, maar juist als een dwingende randvoorwaarde bij de uitvoering van de taak die de sector heeft om dagelijks te zorgen voor gezond, betaalbaar en veilig voedsel, een robuuste en aantrekkelijke natuur én een leefbaar platteland.

Afwachten is hoe het definitieve nationale Klimaatakkoord verder vorm zal geven aan het motto dat kennelijk tijdens de gevoerde gesprekken aan de sectortafel heeft gegolden: ‘Wij hebben het nog nooit gedaan, dus wij denken dat wij het wel kunnen’.

you're currently offline

Share This