Dit is het eerste deel van onze blogreeks over het Voorstel voor hoofdlijnen van het nationale Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen uit dit voorstel. In dit bericht staan de plannen van sectortafel Elektriciteit centraal. 

De opgave voor de elektriciteitssector is om in 2030 de CO2-emissies met ten minste 20,2 Mton te verminderen. De sector zal daarnaast moeten voorzien in levering van CO2-vrije elektriciteit aan de andere sectoren. Hoe gaat de sectortafel Elektriciteit met deze uitdagingen om?

Basispakket en voorbereiden op versnelling

Fossiele bronnen van elektriciteit moeten worden vervangen door hernieuwbare opwekking. Dat is al volop gaande: er worden grote windparken op land en zee gebouwd en burgers en bedrijven wekken hun eigen elektriciteit op met zonnepanelen. De sectortafel Elektriciteit stelt voor deze omslag te versnellen: van 17 TeraWattuur (TWh) in 2017 naar 84 TWh in 2030. Dat is het basispakket. Is sprake van een grotere vraag naar elektriciteit uit andere sectoren? Dan wordt 110 TWh hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 voorgesteld. Wordt ingezet op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 55% (in plaats van 49%) ten opzichte van 1990? Dan stelt de sectortafel een versnellingspakket van 120 TWh hernieuwbare elektriciteitsproductie voor. Uit het Voorstel blijkt dat alleen over het basispakket overeenstemming is bereikt.

Hoe gaan we dat bereiken?

De sectortafel Elektriciteit wenst de productie van hernieuwbare elektriciteit op te voeren. Dat kan door Wind op Zee en Hernieuwbare energie op Land.

·         Wind op Zee

Het voorstel van de sectortafel is dat vóór 2030 in bestaande en nieuwe windparken op zee ten minste 49 TWh is gerealiseerd. Plannen voor verdere opschaling worden voorbereid en overwogen als de vraag naar elektriciteit uit andere sectoren (extra) toeneemt. De overheid zal in 2020 extra gebieden op zee aanwijzen. Dat gebeurt na een integrale belangenafweging, waarbij ook natuur en visserij een rol spelen. De sectortafel committeert zich aan een proces om ecologische knelpunten op te lossen.

·         Hernieuwbare energie op land

De ambitie voor hernieuwbare energie op land bedraagt circa 35 Twh in 2030. Onder hernieuwbare energie op land verstaat de sectortafel in ieder geval windenergie en zonne-energie. De sectortafel gaat voor een “techniek-neutrale” opgave. Het extra vermogen wind of zon ligt daarmee niet op voorhand vast. Het is aan de regio’s invulling te geven aan de landelijke opgave. Het creëren van draagvlak is daarbij belangrijk. Bijvoorbeeld door het bieden van mogelijkheden tot (financiële) participatie. Opvallend is de ambitie van de sectortafel om 50% van nieuwe hernieuwbare energie productie op land in eigendom te laten komen van de lokale omgeving.

SDE+ subsidie

De deelnemers van de sectortafel committeren zich aan voortgaande reductie van productiekosten, zodat het beroep op de SDE+ subsidie verder zal dalen. Hiervoor worden acties nog nader uitgewerkt. Afgesproken wordt dat de SDE+ tot en met 2025 beschikbaar is voor hernieuwbare elektriciteitsopties. In 2021 wordt gestart met een onderzoek naar eventuele alternatieve instrumenten om voor de periode na 2025 de investeringszekerheid op een kosteneffectieve wijze te kunnen blijven borgen met het oog op het realiseren van de afgesproken ambities voor 2030 en daarna. Daarbij wordt gekeken naar verschillende instrumenten. Bijvoorbeeld een leveranciersverplichting en het verder stimuleren van de vraag naar hernieuwbare elektriciteit.

you're currently offline

Share This