to-sign-a-contract-3-1236622Op 1 juli jl. is de internetconsultatie van het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom aangevangen. Dit wetsvoorstel regelt het gemeentelijk voorkeursrecht, onteigening en een nieuw instrument stedelijke kavelruil. Op 12 en 13 juli 2016 zijn blogberichten geplaatst over het gemeentelijke voorkeursrecht respectievelijk de onteigeningsbeschikking. Dit blogbericht gaat over de wijziging van wijze van overgang van eigendom, waarmee de onteigeningsakte wordt geïntroduceerd. Ook komen de wijzigingen ten aanzien van de schadeloosstelling aan bod.

Onteigeningsakte
In het wetsvoorstel wordt de onteigeningsakte geïntroduceerd. In artikel 11.12 e.v. is geregeld dat de onteigenaar de eigendom (vrij van alle met betrekking tot de zaak bestaande lasten en rechten met uitzondering van krachtens deze wet geldende gedoogplichten) verkrijgt door inschrijving van een door een notaris verleden onteigeningsakte in de openbare registers. De onteigeningsakte kan alleen dan worden verleden als de onteigeningsbeschikking onherroepelijk is, het besluit ter uitvoering waarvan de onteigening nodig is onherroepelijk is, de plaatsopneming is gehouden en de (voorlopige) schadeloosstelling is betaald.

Verschil met de huidige regeling
Op dit moment is een uitspraak van de rechtbank nodig om overgang van de eigendom te bewerkstelligen. Dit verloopt via een dagvaardingprocedure, waarin de rechtbank het onteigeningsvonnis wijst. Het onteigeningsvonnis wordt vervolgens ingeschreven. Voordat het vonnis kan worden ingeschreven moet aan voorwaarden zijn voldaan, die gelijk zijn aan de voorwaarden voor de inschrijving van de onteigeningsakte. In die zin brengt de inschrijving van de onteigeningsakte geen grote wijziging aan op de huidige situatie van de inschrijving van het onteigeningsvonnis.

Verzoekschriftprocedure
De dagvaardingprocedure, die thans inleiding is voor de vaststelling van de schadeloosstelling, wordt vervangen door een verzoekschriftprocedure. Het wetsvoorstel gaat hierbij uit van artikelen in het wetboek van Rechtsvordering (Rv) zoals die luiden na inwerkingtreding van het project Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI). Met inwerkingtreding van KEI, wat volgend jaar wordt verwacht, wordt de onteigeningsprocedure al een verzoekschriftprocedure. De procedure is dan als volgt: na ontvangst van het verzoekschrift bepaalt de rechtbank de dag en het uur waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt. Belanghebbenden kunnen tot tien dagen voor de mondeling behandeling een verweerschrift indienen. Als na afloop van de mondelinge behandeling nog geen overeenstemming is bereikt, dan benoemt de rechtbank deskundigen. In deze procedure wordt ook het voorschot op de schadeloosstelling vastgesteld. Voorheen was dit voorschot standaard 90% van het aanbod van de onteigenaar, maar in het wetsvoorstel wordt de voorlopige schadeloosstelling gelijk gesteld aan 100% van het aanbod. Omdat niet langer slechts een percentage van het aanbod wordt gehanteerd, wordt niet langer gesproken van een “voorschot op de schadeloosstelling”, maar van een “voorlopige schadeloosstelling”.

Vaststelling van de schadeloosstelling
De bepalingen over de schadeloosstelling worden ongewijzigd overgenomen uit de artikelen 39 tot en met 45 van de Onteigeningswet. Wel worden op enkele plaatsen redactionele wijzigingen doorgevoerd. Zo meent de wetgever dat het overbodig is om expliciet te bepalen dat waardevermindering van het overblijvende en bijkomende kosten voor vergoeding in aanmerking komen, omdat deze al onder “alle schade” vallen.

Share This