o525lIaIn het RO magazine van juni 2015 hebben Robin Aerts en Moniek Heerings, beide advocaten bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn, een artikel geschreven over de toepasselijkheid van bouwregelgeving op woonboten. Naar aanleiding van recente jurisprudentie is een wetsvoorstel in de maak dat duidelijkheid moet bieden over de juridische status van huidige en toekomstige waterwoningen.

Lange tijd werd aangenomen dat woonboten, waterwoningen en andere drijvende objecten niet onder het begrip ‘bouwwerk’ vielen, vanwege de vaak niet duurzame verbinding met de grond. In april vorig jaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter een uitspraak gewezen waardoor een andere koers is ingezet. Hier oordeelde de Afdeling dat bij de beantwoording van de vraag of een drijvend object moet worden aangemerkt als bouwwerk het bedoeld gebruik ter plaatse bepalend is, niet de fysieke manier waarop het object verbonden is met de bodem. Voor waterwoningen betekent dit dat doorgaans sprake zal zijn van bouwwerken.

Juridische gevolgen
Hierdoor hebben waterwoningen die kwalificeren als bouwwerk een omgevingsvergunning (bouwvergunning) nodig op grond van artikel 2.1 Wabo en moeten ze voldoen aan de (technische) eisen die de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 stellen aan een bouwwerk. Veel bestaande waterwoningen hebben geen vergunning en voldoen niet aan genoemde eisen, waardoor ze illegaal zijn geworden. Vaak is legalisatie niet mogelijk omdat de woningen lastig zijn aan te passen, zodat een juridische hobbel voor adaptatie door middel van wonen op het water ontstaat. Ook rijst de vraag wat er nu moet gebeuren met vergunningen die op grond van lokale regelgeving zijn afgegeven om het wonen op het water te reguleren. Deze regelgeving is door de uitspraak van de Afdeling in strijd met hogere wet- en regelgeving.

Nieuwe wetgeving
De minister van Wonen en Rijksdienst heeft op 5 juni 2014 bekendgemaakt een wetsvoorstel voor deze problemen voor te bereiden. Het opnemen van de definitie ‘bouwwerk’ in de Wabo, Wro en de Woningwet zal voor de praktijk meer houvast creëren. Verder moet er een oplossing komen voor de bestaande waterwoningen. Bijvoorbeeld het instellen van overgangsrecht waarmee verstrekkende technische bepalingen uit het Bouwbesluit  voor de al bestaande waterwoningen buiten toepassing worden gelaten.
Maar gelden bij de verbouwing van een bestaande waterwoning de technische vereisten van de Woningwet en het Bouwbesluit en is dan een omgevingsvergunning noodzakelijk? En hoe wordt omgegaan met bestaande waterwoningen die al beschikten over een vergunning of ontheffing op grond van een plaatselijke verordening, maar die niet voldoen aan de wettelijke eisen? Verder moet het Bouwbesluit worden aangepast zodat de technische regels in de praktijk toepasbaar zijn voor waterwoningen. Tot slot is het nodig om aandacht te besteden aan de wijze waarop waterwoningen worden opgenomen in bestemmingsplannen. Inmiddels is er wetgeving in de maak die antwoord biedt op deze vragen waardoor er een belangrijke stap is gezet in het lopende adaptatieproces.

Uitspraak: AbRvS 16 april 2014, nr. 201306684/1/A1
Artikel: Wonen op water; Naar een waterdichte juridische regeling!, RO Magazine juni 2015

Share This