blog_omgevingsrecht_windturbineDe bouw van windturbines blijft de gemoederen bezig houden. Een van de onderwerpen die daarbij speelt betreft laagfrequent geluid. Laagfrequent geluid bevindt zich in het grensgebied tussen normaal hoorbaar en onhoorbaar geluid in de laagste frequenties (beneden de 100 Herz). In diverse procedures wordt gesteld dat laagfrequent geluid, veroorzaakt door windturbines, leidt tot gezondheidsklachten ( slaapstoornissen, moeheid en concentratieproblemen).

Hoe moet worden omgegaan met laagfrequent geluid vanwege windturbines en de vrees voor gezondheidsklachten? Op 6 mei 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) op dit punt een richtinggevende uitspraak gedaan.

Wat was er aan de hand? De raad van de gemeente Nijmegen stelt een bestemmingsplan op dat voorziet in het plaatsen van 5 windturbines in het uiterste noorden van Nijmegen, ten zuiden van autosnelweg A15. Een aantal appellanten vreest voor gezondheidsklachten als gevolg van laagfrequent geluid veroorzaakt door de windturbines.

Eerdere uitspraken

 In eerdere uitspraken oordeelde de AbRvS dat op grond van nationale inzichten over laagfrequent geluid vanwege windturbines onvoldoende aanleiding bestaat om aan te nemen dat dit geluid gezondheidsklachten tot gevolg heeft. Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraken AbRvS 6 juni 2012, nr. 201113326/1 en AbRvS 11 januari 2012, nr. 201007061/1/R4. In recentere uitspraken werd door de AbRvS waarde toegekend aan de beantwoording van de vraag of de laagfrequente geluidbelasting binnen woningen voldoet aan de zogeheten Vercammencurve, zoals opgenomen in de RIVM-studie “Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid”. Gewezen wordt op de uitspraak AbRvS 24 juli 2013, nr. 201209836/1/R3.

Brief staatssecretaris van Instrastructuur en Milieu van 31 maart 2014

Op 31 maart 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu twee onderzoeken van het RIVM en een literatuurstudie van Bureau LBP/Sight aangeboden aan de Tweede Kamer. De Staatssecretaris concludeert op grond van deze onderzoeken dat de huidige in artikel 3.14a, lid 1, van het Activiteitenbesluit opgenomen norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen. Volgens de Staatssecretaris draagt laagfrequent geluid voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Deze bijdrage wordt volgens de Staatssecretaris echter op een verantwoorde manier voldoende beperkt door voornoemde norm.

Uitspraak Raad van State

In de uitspraak van 6 mei 2015, nr. 201409222/1, overweegt de AbRvS dat uit het in de brief van de Staatssecretaris genoemde onderzoek van het RIVM volgt dat laagfrequent geluid samen met hoge frequenties wordt gehoord en niet los daarvan. Tegen deze achtergrond ziet de AbRvS geen grond voor het oordeel dat de gemeenteraad van Nijmegen zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de effecten van laagfrequent geluid veroorzaakt door windturbines niet anders zullen zijn dan de effecten van geluid met hogere frequenties.

Concreet betekent dit dat niet gevreesd hoeft te worden voor aantasting van de gezondheid als gevolg van laagfrequent geluid veroorzaakt door windturbines, indien wordt voldaan aan de in artikel 3.14a, lid 1, van het Activiteitenbesluit opgenomen geluidsnormen voor windturbines.

Met deze uitspraak heeft de AbRvS een praktisch en duidelijk handvat gegeven voor de wijze waarop gekeken moet worden naar gezondheidsklachten als gevolg van laagfrequent geluid vanwege windturbines.

 Bron: AbRvS 6 mei 2015, 201409222/1/R6.

Share This