De kranten staan er vol mee. “Complete wildgroei aan zonneparken”, “Confetti van windmolens en zonneparken creëert weerstand tegen energietransitie”, “Protest tegen zonneweide” en “Zonneparken slokken landbouwgrond op”. Stemmingsmakerij of een kern van waarheid? De gemeente Leudal is de laatste mening toegedaan. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een tijdelijk zonnepark wordt geweigerd. Het landschap zou onevenredig worden aangetast. Op 31 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg zich hierover uitgelaten.

Wat is er aan de hand?

Het college van de gemeente Leudal werd op 20 juni 2018 geconfronteerd met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een tijdelijk zonnepark. Het gewenste zonnepark omvat 40 hectare en bestaat uit 167.449 zonnepanelen. Het college weigert deze omgevingsvergunning te verlenen. De aanvraag zou niet voldoen aan de voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor grootschalige zonneparken.

Daar is verzoekster het niet mee eens. Zij verzoekt de voorzieningenrechter om het weigeringsbesluit te schorsen en te bepalen dat haar alsnog een omgevingsvergunning wordt verleend.

Spoedeisend belang

Voordat de voorzieningenrechter toekomt aan een inhoudelijke behandeling van de zaak, wordt eerst beoordeeld of aan alle formele vereisten voor een verzoek om voorlopige voorziening wordt voldaan (artikel 8:81 Awb). Is hier sprake van een spoedeisend belang?

Ja, aldus de voorzieningenrechter. Ter onderbouwing wijst de voorzieningenrechter op de SDE+ subsidie. Als verzoekster niet vóór 8 november 2018 in het bezit is van een omgevingsvergunning, dan zal zij deze subsidie mislopen. Het afwachten van de beslissing op bezwaar zal ertoe leiden dat verzoekster het aangevraagde zonnepark niet zal realiseren. Het voor subsidie beschikbare bedrag voor dit project zal in 2019 namelijk lager uitvallen. Daarmee is het spoedeisend belang volgens de voorzieningenrechter gegeven.

Natuur- en landschapswaarden

Een grootschalig zonnepark vormt volgens het college een enorme aantasting en onderbreking van de natuur- en landschapswaarden in het gebied. Het college vindt dat onvoldoende is aangetoond dat de natuur- en landschapswaarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Verzoekster wijst daarentegen op een landschapsplan. Daaruit blijkt dat het voorgenomen zonnepark door het nemen van diverse maatregelen landschappelijk en ecologisch inpasbaar is.

Wat oordeelt de voorzieningenrechter? Het landschapsplan van verzoekster maakt dat het college zich niet zonder (nadere) onderbouwing op het standpunt had mogen stellen dat het voorgenomen zonnepark de natuur- en landschapswaarden onevenredig zal schaden. De voorzieningenrechter overweegt verder dat het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan inhoudt dat het eventuele gebruik daarvan in beginsel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De afweging of de locatie geschikt is voor de aanleg van een zonnepark, heeft reeds bij vaststelling van het bestemmingsplan plaatsgevonden. Een logisch oordeel, zo blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 11 juli 2018. In deze uitspraak komt de Afdeling tot het oordeel dat de gevolgen voor het landschap van grootschalige zonneparken op grond van de in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid onvoldoende zijn onderzocht.

Een les voor de praktijk?

Zorg voor een goede landschappelijke onderbouwing van besluiten over zonneparken. Dat vergroot de kans dat het besluit ongeschonden de eindstreep haalt en voorkomt wellicht de wildgroei van zonneparken. En de gemeente Leudal? Het college moet uiterlijk op 6 november 2018 een nieuw besluit te nemen.

Raadpleeg hier de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg van 31 oktober 2018. Lees ook ons vervolgblog ‘Vergunning voor zonneweide: afdwingbaar?’

you're currently offline

Share This