Bakstenen in dezelfde kleur als de daken, maatregelen voor energiebesparing die moeten passen bij het karakter van gebouwen en het enkel aanbrengen van veranderingen die ongedaan kunnen worden gemaakt. Voor bouwplannen gelden in veel gemeenten zogenaamde eisen van welstand. Om aan deze eisen te mogen toetsen en op die wijze te sturen op de architectonische kwaliteit van de omgeving, moet een Nederlandse gemeente haar eigen welstandsbeleid hebben vastgelegd in een welstandsnota. In een dergelijke nota is met beleidsregels neergelegd wat de criteria en kaders zijn die bij een welstandsbeoordeling worden toegepast. Dat daarin zeer specifieke criteria kunnen ontbreken, betekent niet zonder meer dat specifieke bouwwerken daarmee welstandsvrij zijn. Zo verheldert een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 1 mei 2019.

Waar ging de zaak over?

In het beschermd stadsgezicht van Gorinchem staat een sluiswachtershuis. Degene die dit pand bewoont vraagt bij het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem (het college) een omgevingsvergunning voor bouwen aan, ten behoeve van het plaatsen van tuinmeubilair op het erf van het huis: een houten tuinbank en een plantenbak. Het college verleent deze vergunning.

Daarmee kan een bewoner van het appartementencomplex op zo’n 28 meter afstand zich niet verenigen. Ondanks dat het tuinmeubilair zich direct achter de met hedera begroeide erfafscheiding op het erf van het sluiswachtershuis bevindt, zou het meubilair het uitzicht van de bewoners vanuit het appartementencomplex op het historisch stadsgezicht en de rivier, grotendeels wegnemen. Bovendien zou de woning in het appartementencomplex in waarde dalen.

Het college stelt zich echter op het standpunt dat voor het tuinmeubilair geen welstandseisen gelden. De welstandsnota “Gorinchem 2013” vermeldt dat is voldaan aan redelijke eisen van welstand, als is voldaan aan de richtlijnen en aanbevelingen zoals deze in het Beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen. In het Beeldkwaliteitsplan – dat de gebiedsgerichte beoordelingscriteria bevat zijn geen richtlijnen en aanbevelingen opgenomen die zien op tuinmeubilair dat uit het zicht, achter een erfafscheiding is gelegen. Met dit standpunt gaat ook de rechtbank mee. Hoe oordeelt de Afdeling in hoger beroep?

Oordeel Afdeling

Niet geheel in de lijn van de rechtbank. Duidelijk is dat het tuinmeubilair een bouwwerk is, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Uit artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) volgt dat een bouwwerk aan redelijke eisen van welstand moet worden getoetst. De welstandsnota “Gorinchem 2013” vermeldt dat in het tot beschermd stadsgezicht aangewezen gebied voor alle typen bouwwerken redelijke eisen van welstand gelden. Hoewel het Beeldkwaliteitsplan geen specifieke richtlijnen en aanbevelingen bevat voor tuinmeubilair, bevat het wel een criterium voor zogenoemde ‘toegevoegde bouwkundige constructies’. Daarbij worden als voorbeeld reclames, luifels en vlaggen genoemd. Het betreffende criterium luidt dat de afmetingen en de kleur van de toegevoegde bouwkundige constructies ondergeschikt moeten zijn aan de compositie en articulatie van het gebouw.

De Afdeling is om die redenen van oordeel dat niet gesteld kan worden dat geen welstandseisen voor het tuinmeubilair gelden, nu dit tuinmeubilair als een toegevoegde bouwkundige constructie kan worden aangemerkt. In ieder geval dít welstandscriterium geldt voor dit specifieke bouwwerk. Ook met deze welstandseisen voor het tuinmeubilair, bestaat echter in de specifieke situatie geen strijd. Daarbij is van belang dat het bouwwerk zich achter de erfafscheiding bevindt, daardoor minder zichtbaar is vanaf de openbare weg en voor wat betreft kleur en afmeting ondergeschikt aan het bijbehorende gebouw. Voor strijd met redelijke eisen van welstand, is het tuinmeubilair gelet op de afmeting en de plaatsing achter de reeds bestaande erfafscheiding, van te geringe zelfstandige betekenis. Het college heeft de omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen verlenen.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2019. Lees ook ons eerder verschenen blog over monumenten en duurzaamheid.

Share This