In haar uitspraak van 20 december 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld, dat niet enkel verkeersbelangen, maar ook natuur- en landschapsbelangen grondslag kunnen bieden voor intrekking van een ontheffing op grond van de Wegenverordening Fryslân.

Wat was er aan de hand?

De provincie Fryslân is belast met de aanleg van De Centrale As, een wegtraject tussen Dokkum en Nijega. Omdat De Centrale As een gebiedt doorsnijdt dat behoort tot een als ecologische hoofdstructuur (thans Natuurnetwerk Nederland) aangewezen gebied, diende een natte verbindingszone te worden aangelegd. Daarvoor diende een slenk te worden gerealiseerd, welke slenk niet kon worden aangelegd als de aanwezige gasleiding niet zou worden verlegd. Voor die gasleiding was in 1959 een ontheffing verleend. Om die verlegging mogelijk te maken, heeft de provincie de ontheffing voor de gasleiding ingetrokken. De provincie heeft daartoe aangevoerd dat zij op grond van artikel 1, tweede lid, Wegenverordening Fryslân ook belangen van andere aard van de verkeersbelangen mocht betrekken, namelijk – in dit geval – natuur- en landschapsbelangen. Artikel 1, tweede lid, Wegenverordening Fryslân bevat volgens de toelichting de zogenaamde ‘brede kijk’. Wel kan dat alleen voor zover in die belangen niet is voorzien door of krachtens een andere wet gestelde bepalingen.

De uitspraak van de rechtbank

In beroep bij de rechtbank is door Gasunie bestreden dat de provincie de ontheffing kon intrekken op grond van natuur- en landschapsbelangen. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in haar uitspraak van 21 juli 2016 dat andere belangen dan verkeersbelangen aanleiding kunnen vormen voor het weigeren, wijzigen of intrekken van een ontheffing. In dit geval echter werden de natuurbelangen en in het bijzonder de belangen van dieren die zijn gebaat bij de natte ecologische verbindingszone beschermd in de (toenmalige) Flora- en faunawet, terwijl andere belangen van natuur en landschap werden beschermd in de (toenmalige) Natuurbeschermingswet en de Verordening Romte. Om die reden konden deze belangen grondslag bieden voor het intrekken van de ontheffing. Dat de genoemde regelgeving geen instrumenten bevat op grond waarvan deze ontheffing kan worden ingetrokken, zoals door de provincie was aangevoerd, maakte dat volgens de rechtbank niet anders.

De uitspraak van de Afdeling

De Afdeling ziet dat anders. Zij oordeelt in haar uitspraak van 20 december 2017 dat natuur- en landschapsbelangen weliswaar bescherming vinden in de Wet ruimtelijke ordening en de ten tijde van het bestreden besluit nog geldende Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet, maar dat toepassing van die wetten in dit geval niet kan leiden tot verlegging van de gasleiding en daarmee aanleg van de slenk. Uitsluitend met toepassing van de Wegenverordening kan verlegging van de leiding worden bewerkstelligd.

De Afdeling oordeelt voorts dat aangezien ander belangen vrijwel altijd in een wettelijke regeling enige algemene bescherming vinden, een andersluidende opvatting het ongewenste gevolg zou hebben dat het tweede lid van artikel 1 vrijwel altijd toepassing mist. Dat zou het tweede lid derhalve zo goed als zinledig maken.

Gevolgen voor de praktijk?

De uitspraak laat maar weer eens zien dat de ‘brede kijk’ geen dode letter is.

Bronnen

you're currently offline

Share This