BoekenDe Afdeling heeft op 6 april jl. een interessante en voor de praktijk belangrijke uitspraak gedaan over de verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) als bedoeld in artikel 2.27 Wabo. Hieruit volgt kortgezegd dat wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het in strijd met een bestemmingsplan gebruiken van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo en het college van B&W die aanvraag wil afwijzen, het college toch eerst een vvgb aan de gemeenteraad moet vragen.

Het wat en hoe

Op grond van artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5, eerste lid, Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) moet de gemeenteraad een vvgb afgeven voordat het college van B&W een omgevingsvergunning strijdig gebruik mag verlenen. Indien de vvgb niet wordt afgegeven, dan moet de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.20a Wabo worden geweigerd.

Op grond van artikel 6.5, derde lid, Bor kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin een vvgb niet is vereist. Zie daarover het blogbericht dat al eerder van ons verscheen. Die situatie speelt niet in de onderhavige zaak. In deze zaak is het chalet van appellant op zijn perceel in strijd met de bestemming en wordt de omgevingsvergunning die hij heeft aangevraagd voor afwijken van het bestemmingsplan afgewezen. Appellant betoogt onder andere dat het college voor de door hem aangevraagde vergunning niet zonder meer had mogen afwijzen. Volgens appellant had eerst een vvgb gevraagd moeten worden aan de gemeenteraad.

Oordeel Afdeling

De Afdeling volgt het betoog van appellant. In de uitspraak gaat de Afdeling eerst in op de parlementaire geschiedenis bij de vvgb. Daaruit volgt dat het vanwege de verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden of de benodigde specialistische kennis, soms wenselijk is dat de beslissing over één of meer specifieke aspecten aan een ander bestuursorgaan wordt overgelaten. De wetsgeschiedenis vermeldt hierbij als voorbeeld specifiek het geval waarin wordt afgeweken van het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan (de situatie als omschreven in artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo). Volgens de wetgever zou de bevoegdheid van de gemeenteraad ondergraven worden als de afweging over de buitenplanse afwijking aan een ander bestuursorgaan dan de gemeenteraad zou toekomen. Ook is de vvgb volgens de Afdeling niet zozeer een goedkeuringsinstrument maar dient deze ertoe een ander bestuursorgaan te laten beslissen omtrent een aspect van de vergunning dat aan de beoordeling van het bevoegd gezag is onttrokken.

Vervolgens overweegt de Afdeling dat uit de tekst van artikel 2.27, eerste lid,  Wabo jo. artikel 6.5, eerste lid, Bor niet letterlijk volgt dat een vvgb nodig is als het college voornemens is de omgevingsvergunning te weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan. De Afdeling is echter van mening dat dit  wel volgt uit het stelsel van de Wabo en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan. De Afdeling verwijst hierbij naar het samenstel van de artikelen 2.27, eerste lid, 2.20a en 3.11, eerste lid, Wabo en artikel 6.5, eerste lid, Bor. De Afdeling vindt het niet passen in die systematiek als het college van B&W zelf bepaalt of het al dan niet een vvgb aan de gemeenteraad vraagt. De Afdeling komt daarmee tot de conclusie dat een omgevingsvergunning alleen kan worden geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan, als de vvgb is geweigerd door de gemeenteraad. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.

Hoewel het betoog van appellant slaagt, heeft dat niet het door hem gewenste effect. De Afdeling passeert het geconstateerde gebrek met gebruikmaking van artikel 6:22 Awb omdat de gemeenteraad inmiddels het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld. Daarin is het gebouw van appellant nog steeds in strijd met de voor zijn perceel geldende bestemming en acht de Afdeling het standpunt van de raad bekend en in overeenstemming met dat van het college strekkende tot weigering van de omgevingsvergunning voor legalisering van het gebouw.

De Afdeling benadrukt overigens nog dat het college wel een omgevingsvergunning kan weigeren zonder een vvgb te hebben aangevraagd, als de weigering wordt gebaseerd op een andere weigeringsgrond dan die waarop de vvgb ziet. Ook in de situatie dat de gemeenteraad gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid die artikel 6.5, derde lid, Bor biedt om een categorie gevallen aan te wijzen waarvoor geen vvgb nodig is, hoeft het college niet eerst een vvgb te vragen voor de weigering van een omgevingsvergunning.

Betekenis voor de praktijk

Wanneer het college van B&W een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan wil weigeren wegens strijd met dat bestemmingsplan, moet het college dus eerst naar de gemeenteraad. Pas als deze een vvgb weigert, mag het college de omgevingsvergunning weigeren.

Bron: AbRvS 6 april 2016, nr. 201502592/1/A1.

 

Share This