Een naderend evenement en een verzoek om voorlopige voorziening: als een besluit niet goed in elkaar zit dan kan dat het einde van het evenement betekenen. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2018 blijkt dat een voorzieningenrechter ook ‘zelf in de zaak voorzienend’ voorschriften aan het besluit kan verbinden, waardoor alsnog een aanvaardbare situatie ontstaat. En dan kan het evenement gewoon doorgaan.

Waar ging de zaak over?

In het natuur- en recreatiegebied de Groene Ster vond deze zomer ‘Conference of the birds’ plaats, een meerdaagse theater- en muziekvoorstelling. Het college van burgemeesters en wethouders (het college) van de gemeente Leeuwarden heeft hiervoor een omgevingsvergunning verleend. De Stichting Groene Ster Duurzaam (de Stichting) vreesde echter voor de schade die het licht van de voorstelling aan de meervleermuis zou kunnen toebrengen en verzocht in eerste instantie Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân (GS) om handhavend op te treden op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit echter zonder succes, waarna de Stichting in bezwaar ging en de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening verzocht. Ondanks de tijdsdruk – de eerste zitting vond ruim een week voor de eerste speelavond plaats- schakelde de voorzieningenrechter de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) in voor een deskundigenadvies.

Wel of geen verklaring van geen bedenkingen?

De Meervleermuis wordt in de context van deze zaak enerzijds beschermd langs de lijn van de soortenbescherming op grond van de Habitatrichtlijn en anderzijds langs de lijn van de gebiedsbescherming, nu het diertje voor het naastgelegen Natura 2000-gebied als beschermde soort is aangewezen. Uit het Besluit Omgevingsrecht (Bor) volgt dat de ontheffing ten aanzien van artikel 3.5 van de Wnb (de soortenbescherming) en de vergunning voor artikel 2.7 van de Wnb (de gebiedsbescherming) bij de omgevingsvergunning moeten worden aangehaakt. Dit is slechts anders wanneer een afzonderlijke ontheffing of vergunning is aangevraagd bij en verleend door GS.

Vergunninghouder heeft bij de aanvraag om omgevingsvergunning bij het college niet aangegeven dat een dergelijke ontheffing reeds was of zou worden aangevraagd. Hieruit volgt dat het aan het college is te beoordelen of een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van GS nodig is of niet, aldus artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Een vvgb is een bindend advies voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college concludeerde dat deze vvgb van GS niet nodig was.

Belangenafweging

De voorzieningenrechter gaat uitsluitend voor de soortenbescherming mee in de conclusie van het college. De verstoring van essentiële vliegroutes en het foerageergebied door lichtinval op het water als gevolg van het evenement, waarop wordt gewezen in het deskundigenbericht van de StAB, vormt geen overtreding van de Wnb. De StAB concludeert dat die lichtinval kan worden beperkt door voorschriften en bovendien blijft er voldoende ruimte over in het gebied voor de Meervleermuis waar geen nadelige lichtgevolgen optreden. En daarmee blijven ook voldoende mogelijkheden over om te foerageren.

Waar het gaat om de gebiedsbescherming, is de voorzieningenrechter een andere mening toegedaan. Niet in geschil is dat het evenement leidt tot lichtuitstraling over het Natura 2000-gebied en op de essentiële vliegroute voor de Meervleermuis waardoor de toegang tot het gebied wordt beperkt. Daarmee had de vraag of, en zo ja op welke wijze, deze mogelijke beperking toelaatbaar is en eventueel gemitigeerd moet worden, beoordeeld moeten worden in het kader van een passende beoordeling. Het college had dus niet mogen oordelen dat er geen vvgb nodig was. Het college was om die reden niet bevoegd de vergunning te verlenen.

Extra voorschriften

Toch leidt dat niet tot schorsing van de vergunning. Bij de beoordeling of een voorlopige voorziening moet worden getroffen, wordt eerst nog een belangenafweging gemaakt. Daarbij komt het in dit geval neer op de vraag of met een redelijke mate van zekerheid kan worden geconcludeerd dat geen schade zal worden toegebracht aan de Meervleermuis in verhouding tot het Natura 2000-gebied. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van de Meervleermuis niet dusdanig in de knel komen dat zou moeten worden overgegaan tot schorsing van de vergunning voor het evenement. Dat dient echter wél te worden vastgelegd in het besluit. Daarom verbindt de voorzieningenrechter twee extra voorschriften aan de omgevingsvergunning:

·         Het reeds vastgestelde lichtplan met bijbehorende aanbevelingen en actiepunten dient in acht te worden genomen. Elke horizontale lichtuitstraling dient te worden voorkomen en in geval deze toch plaatsvindt, direct te worden beëindigd.

·         De podiumverlichting dient om uiterlijk 23:00 te worden uitgezet en de tribunes uiterlijk om 23:30 ontruimd, waarna ook de tribuneverlichting moet worden uitgeschakeld.

Kortom, ondanks een onvoldoende zorgvuldig genomen besluit, kon ‘Conference of the birds’ door een praktische houding van de voorzieningenrechter toch doorgang vinden!

Vind hier de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.

 

 

you're currently offline

Share This