Op 18 juli 2018 deed de Afdeling uitspraak over het tracébesluit voor de Blankenburgverbinding. Om het project uit de wachtrij van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te krijgen, was een ‘PAS-loze’ projectspecifieke passende beoordeling uitgevoerd, inclusief ADC-toets. De passende beoordeling en ADC-toets konden de toets der kritiek doorstaan en de Blankenburgverbinding mag worden aangelegd. En goed voorbeeld doet goed volgen. Op 24 juli 2019 deed de Afdeling uitspraak over het bestemmingsplan “Kempenbaan-West” en concludeerde dat ook hier de ADC-toets goed was uitgevoerd.

De zaak

Het project Kempenbaan-West is een flink infra-project in de gemeente Veldhoven, waarbij verschillende wegen worden aangelegd, verbreed en aangesloten op de A67. Dit leidt tot een toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied “Leenderbos, Grote Heide & De Plateaux”. Voor vier habitattypen kunnen op basis van de passende beoordeling significante gevolgen niet worden uitgesloten en is een ADC-toets gemaakt: H2310 Stuifzandheide met struikhei, H3160 Zuur ven, H4010A Vochtige heide en H4030 Droge heide.

In haar uitspraak van 24 juli 2019 toetst de Afdeling inhoudelijk of is voldaan aan de D (dwingende redenen van groot openbaar belang) en C (compensatie) en verwijst daarbij meermaals expliciet terug naar de uitspraak over de Blankenburgverbinding. De A (geen alternatieve oplossingen) komt in de uitspraak over de Kempenbaan niet aan de orde.

Dwingende redenen

Interessant als het gaat om de D is dat de Afdeling nog eens duidelijk maakt dat dit in feite een dubbele toets is. Ten eerste de vraag of er op zich sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang. In dit geval is dat met name de bereikbaarheid van Veldhoven-Zuid en bedrijventerrein De Run, die van belang zijn voor de economie in de Brainportregio Eindhoven en voor behoud en uitbreiding van de werkgelegenheid in de regio. Maar ten tweede ook de vraag of de aangevoerde belangen zwaarder wegen dan de aantasting van het Natura 2000-gebied. Voor die tweede toets is relevant hoe groot de aantasting is. Uit de ADC-toets blijkt dat de aantasting van het Natura 2000-gebied, omgerekend in areaalverlies, beperkt is. Dit geldt zowel in absolute zin (13 tot 787 m2 per habitattype) als in verhouding tot de totale oppervlakte van de desbetreffende habitats in het Natura 2000-gebied. In het geval van de Kempenbaan is dat 0,002 tot 0,026% van de habitattypen die in het gebied voorkomen. De Afdeling concludeert dat de raad zich daarom in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de belangen die met het plan worden gediend prevaleren.

Compensatie

Waar het gaat om compensatie herhaalt de Afdeling dat het enkele feit dat een uitbreidings- of verbeterdoelstelling niet geldt, niet betekent dat geen habitats kunnen worden aangelegd als compenserende maatregel. De crux is dat de compenserende maatregelen geen afbreuk mogen doen aan de realisering van de uitbreidings- en verbeterdoelstelling. Dat betekent dat de compensatielocaties niet mogen overlappen met locaties die nodig zijn voor uitbreiding of verbetering, voor regulier beheer (beheerplan) of voor PAS-herstelmaatregelen.

Verder benadrukt de Afdeling nogmaals dat niet vereist is dat de compensatie zich in een gunstige staat van instandhouding bevindt voordat het wegtracé in gebruik wordt genomen. Zoals de Afdeling al in de Blankenburguitspraak uitlegde, is de eis dat de compenserende maatregelen het nodige effect hebben voordat de significante gevolgen intreden, waardoor de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

Conclusie

Toename van stikstofdepositie op Natura 2000 is voor plannen en projecten op dit moment een hoofdpijnpunt. De projectspecifieke passende beoordeling met ADC-toets kan een oplossing zijn. Daarbij zijn er genoeg vragen waarover zorgvuldig moet worden nagedacht. Maar als het projectteam, de ecologen en juristen goed samenwerken kan er een resultaat worden neergezet dat de toets van de Afdeling doorstaat.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2019.

Share This