Het begrip “stedelijk ontwikkelingsproject” zorgt in de praktijk nog altijd voor veel verwarring. Tijdens “Inzicht in Omgevingsrecht” hebben Roelof Reinders en Julian Kramer in een workshop bruikbare handvatten gegeven die in de praktijk houvast kunnen bieden.

De lijst met kruimelgevallen in artikel 4 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is ruim. Elf categorieën, die – anders dan de naam “kruimelgeval” doet vermoeden – niet allemaal even beperkt zijn. Denk aan het transformatieproject (lid 9) en het tijdelijke strijdig gebruik (lid 10). Ontwikkelaars en overheden maken van die ruimte graag gebruik, want de kruimelprocedure is minder complex en tijdrovend dan de uitgebreide procedure voor afwijken van het bestemmingsplan. Maar onbeperkt zijn de mogelijkheden niet. Wanneer er sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, bijvoorbeeld een stedelijk ontwikkelingsproject, vervalt de status van kruimelgeval. En laat nu net die beoordeling vaak voor interpretatie open staan.

Tijdens de workshop zijn wij eerst ingegaan op de kruimelregeling zelf en de voor- en nadelen van deze eenvoudigere procedure. Hierna zijn wij ingegaan op de hamvraag van de workshop: wat is een eigenlijk een stedelijk ontwikkelingsproject? Deze vraag is gezamenlijk behandeld op basis van een zestal uitspraken. En op basis van waardevolle praktijkervaringen uit de zaal.

Op basis van de besproken uitspraken hebben wij kunnen concluderen dat bij de vraag of een project moet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject voorlopig vooral duidelijk is waar in ieder geval niet naar gekeken moet worden, namelijk naar:

  • de drempelwaarden van Kolom 2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage;
  • de Ladder voor duurzame verstedelijking;
  • de vraag of per saldo sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, en;
  • de mogelijkheden onder het vorige bestemmingsplan.

Waar bij de beantwoording van de vraag of een ontwikkeling moet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, wél naar gekeken kan worden, wordt door de rechter voorlopig slechts in algemene termen aangegeven. Het gaat dan om:

  • de aard en omvang van de ontwikkeling;
  • de vormgeving en opzet;
  • de schaalgrootte;
  • de ligging;
  • de voorgenomen functie(wijziging), en;
  • de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk.

De gezamenlijke conclusie was dat het begrip “stedelijk ontwikkelingsproject” nog altijd ruimte voor interpretatie laat, maar dat bovenstaande handvatten in de praktijk goed van pas komen.

Wij kijken met heel veel plezier terug op “Inzicht in Omgevingsrecht”. Wilt u verder praten over de kruimelregeling of het stedelijk ontwikkelingsproject? Neem contact op met Roelof Reinders of Julian Kramer.

Share This