In civielrechtelijke en (hoewel beperkter) ook in bestuursrechtelijke zaken kunnen deskundigen een rol van betekenis spelen. Zij verschaffen de rechter de voorlichting die nodig is voor de beslissing van een geschil, of voorzien het bestuursorgaan van gegevens op basis waarvan het kan overgaan tot handhaving. Dit laatste speelde een rol in een zaak over geluidsoverlast door een partycentrum in Eindhoven, waar het college op basis van geluidsmetingen van de Omgevingsdienst een last onder dwangsom oplegde. Een uitspraak van de Afdeling van 6 mei 2020 maakt nog eens duidelijk onder welke voorwaarden het college op het advies van een deskundige mag afgaan.

Waar ging de zaak over?

Sinds april 2016 exploiteert een eigenaresse in Eindhoven een partysalon. Naar aanleiding van geluidsoverlastklachten van omwonenden laat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven geluidsmetingen verrichten door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Uit de meetrapporten opgesteld na een viertal meetmomenten blijkt dat ten tijde van de verrichte geluidsmetingen door de partysalon telkens het maximaal toegestane geluidsniveau werd overschreden. Het college legt de eigenaresse vervolgens een last onder dwangsom op vanwege strijd met artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer waarin de toepasselijke geluidsnormen zijn opgenomen.

Volgens het college kan aan de last worden voldaan door onder andere het muziekniveau binnen de partysalon te verlagen, een zogenaamde geluidsbegrenzer te plaatsen, ramen en deuren van de partysalon tijdens openingstijden gesloten te houden en/of isolatievoorzieningen aan te brengen.

Appelante gaat tegen de last in bezwaar en beroep, waarna de rechtbank het dwangsombesluit in stand laat. De door eigenaresse naar voren gebrachte omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat het college hier had moeten afzien van handhaving omdat dit onevenredig was in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De Afdeling buigt zich in hoger beroep opnieuw over de vraag of het college bevoegd was om handhavend op te treden.

In hoger beroep voert de eigenaresse aan dat het college in de geluidsoverlastklachten van omwonenden geen aanleiding had mogen om geluidsmetingen te laten verrichten. Dit omdat de klachten van omwonenden uit racistische overwegingen zouden zijn ingediend en het college daarvan op de hoogte zou zijn geweest. Het college was dan ook niet bevoegd om handhavend op te treden. In plaats van het laten uitvoeren van geluidsmetingen had het college met eigenaresse in gesprek moeten gaan.

Ook stelt eigenaresse de zorgvuldigheid van de uitvoering van de geluidsmetingen aan de kaak.

Ten tijde van de geluidsmetingen is volgens haar nooit gecontroleerd of de muziek daadwerkelijk afkomstig was van de partysalon of van een van de andere horecagelegenheden in de buurt. De regen die tijdens drie van de vier meetdagen viel (wat blijkt uit de website www.weergegevens), maakt de geluidsmetingen op die dagen bovendien onbetrouwbaar. Daar komt bij dat op één van de gemeten dagen een medewerker van de Omgevingsdienst telefonisch zou hebben toegezegd dat op die dag het maximaal toegestane geluidsniveau juist niet was overschreden. En wanneer zij zelf metingen verricht overschrijdt zij het maximaal toegestane geluidsniveau nooit, aldus de eigenaresse.

Oordeel Afdeling

Beginselplicht tot handhaving

De Afdeling volgt de lijn van de rechtbank en stelt eigenaresse in het ongelijk. Ten eerste benadrukt de Afdeling hierbij dat het verrichten van geluidsmetingen naar aanleiding van klachten voortvloeit uit de beginselplicht tot handhaving van het college. De beginselplicht tot handhaving houdt in dat het bevoegd gezag verplicht is om tot handhaving over te gaan zodra zij van een overtreding op de hoogte raakt. Reden hiervoor is het algemeen belang dat met handhaving gediend wordt. Het maakt niet uit wat de achterliggende reden is van omwonenden voor het indienen van een klacht over geluidsoverlast, het college zal zelf moeten onderzoeken of sprake is van een overtreding.

De zorgvuldigheid van de metingen

Ten aanzien van de zorgvuldigheid van de geluidsmetingen mocht het college op de meetrapporten van de Omgevingsdienst afgaan. In de eerste plaats blijkt uit de meetrapporten dat de geluidsmetingen zijn verricht door medewerkers van de Omgevingsdienst die deskundig zijn in en opgeleid zijn voor het uitvoeren van geluidsmetingen. Daarnaast mag het college op het advies van een deskundige afgaan, nadat 1) het college is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen; 2) de redenering daarin begrijpelijk is en 3) de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting vloeit voort uit de artikelen 3:2 en 3:9 van de Awb (de vergewisplicht). Pas wanneer er concrete aanknopingspunten naar voren worden gebracht op basis waarvan twijfel zou bestaan over (één of meerdere van) voornoemde voorwaarden, mag het college niet zonder nadere motivering op het advies van een deskundige afgaan. Zo nodig kan dan aan de deskundige een reactie worden gevraagd op wat tegen zijn advies is aangevoerd.

Concrete aanknopingspunten ontbreken

In deze zaak ontbreken die concrete aanknopingspunten echter. Waar het gaat om de regen tijdens de meetdagen blijkt uit de meetrapporten juist dat het droog was tijdens de geluidsmetingen en heeft één van metingen bovendien binnen plaatsgevonden, in de woning naast de partysalon. Nu met stoorgeluid in de meetrapporten rekening is gehouden gaat ook de stelling dat muziek afkomstig kon zijn geweest van een van de andere horecagelegenheden in de omgeving niet op. Uit het meetrapport volgt verder dat de betreffende medewerker van de Omgevingsdienst niet heeft gezegd dat het meetniveau in orde was, maar op dat moment nog niet kon aangeven of het gemeten geluidsniveau te hoog was. Dit omdat bij het opstellen van het meetrapport nog correcties op de geluidsmetingen moesten worden toegepast. Nu de eigenaresse geen tegenrapport van een deskundige heeft overgelegd en zijzelf ook geen deskundige is, kan aan haar eigen metingen niet de conclusie worden verbonden dat de door de Omgevingsdienst verrichte geluidsmetingen onjuist zijn. Het Activiteitenbesluit is dus wel degelijk overtreden en het college was bevoegd tot handhaving.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling van 6 mei 2020.

Share This