nprPVY0De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven over de toepassing van het relativiteitsvereiste.

Relativiteitsvereiste

Sinds de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet kent het omgevingsrecht, in navolging van het civiele recht, het relativiteitsvereiste. Sinds 1 januari 2013 is het relativiteitsvereiste opgenomen in artikel 8.69a van de Algemene wet bestuursrecht en op het gehele (algemene) bestuursrecht van toepassing. Het relativiteitsvereiste betekent dat een bestuursrechter een overheidsbesluit niet mag toetsen aan een norm, als die norm kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die daarop een beroep doet.

Een bekend voorbeeld van een situatie waarin het relativiteitsvereiste aan de orde is, is wanneer bewoners van een villawijk zich verzetten tegen een besluit tot vestiging van een woonwagenkamp in de directe omgeving van hun wijk, met het argument dat de woonwagenbewoners teveel geluidsoverlast ondervinden van een nabijgelegen weg of spoorlijn. De rechtsregel waarop de bewoners zich beroepen (een bepaling uit de Wet geluidhinder) strekt in dit geval niet tot de bescherming van henzelf, maar tot bescherming van de woonwagenkampbewoners. De bestuursrechter mag dan niet toetsen aan die regel.

Correctie Langemeijer

Het civiele recht kent een nuancering op het relativiteitsvereiste, de zogenoemde correctie Langemeijer. Deze houdt kort gezegd in dat een handeling die in strijd is met een geschreven rechtsregel die niet de belangen van eiser beschermt, ook in strijd kan zijn met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die wél de belangen van eiser beschermt.

Verzoek aan de staatsraad advocaat-generaal

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal gevraagd of, net als in het civiele recht, in het bestuursrecht een soortgelijke correctie op het relativiteitsvereiste zou moeten gelden. Deze vraag komt geregeld op in zaken waarbij een concurrent tegen een besluit in beroep komt. De staatsraad advocaat-generaal is gevraagd of een concurrent met een beroep op bijvoorbeeld het gelijkheids- of het rechtzekerheidsbeginsel kan bereiken dat de bestuursrechter een besluit toch toetst aan een norm die strikt genomen niet zijn belangen beoogt te beschermen. Ook vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak wat een concurrent in zo’n geval zou moeten aanvoeren en aannemelijk moet maken om te bereiken dat de bestuursrechter een besluit toch aan die norm toetst.

Met het nemen van een conclusie door de staatsraad advocaat-generaal wordt gelegenheid geboden om een rechtsvraag te plaatsen in een breder verband. De conclusie kan een bijdrage leveren aan de kwaliteit en de inzichtelijkheid van de rechtsontwikkeling door de rechter. Deze mogelijkheid wordt de hoogste bestuursrechters sinds 1 januari 2013 geboden.

Bron: persbericht Raad van State 12 augustus 2015

Share This