In de uitspraak van 30 augustus jl. (ECLI:NL:RVS:2017:2300) heeft de Afdeling geoordeeld dat schade als gevolg van het slopen van een deel van een winkelcentrum naar aanleiding van een last onder bestuursdwang geen schade is die aan B&W kan worden toegerekend, omdat de last een reactie was op het instortingsgevaar van het deel van het winkelcentrum.

Wat was er aan de hand?
B&W hebben aan de eigenaren van winkelcentrum ’t Loon in Heerlen een last onder bestuursdwang opgelegd, strekkende tot de sloop van een gedeelte van het winkelcentrum vanwege instortingsgevaar. Er is uitvoering aan de last gegeven. Appellant huurde een bedrijfsruimte in het gesloopte deel van het winkelcentrum, waarin hij een haar- en schoonheidssalon exploiteerde. Na de sloop heeft appellant een verzoek om nadeelcompensatie ingediend bij B&W, omdat de onderneming op dit adres in november 2011 is opgehouden te bestaan. Hij stelt dat de door hem geleden (inkomens)schade het gevolg is van de last onder bestuursdwang. Het college wees het verzoek af omdat de schade geen causaal verband had met het bestuursdwangbesluit. De rechtbank oordeelde dat gelet op de feitelijke en complexe gang van zaken het bestuursdwangbesluit één van de oorzaken is die tot de schade heeft geleid, maar dat B&W het verzoek terecht hebben afgewezen omdat de last onder bestuursdwang als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd.

Hoe oordeelt de Afdeling?
De Afdeling stelt voorop dat, alhoewel de last onder bestuursdwang mede heeft geleid tot het gecontroleerd slopen van het deel van het winkelcentrum waarin zich ook de bedrijfsruimte van appellant bevond, dat niet betekent dat de gestelde schade in een zodanig verband met het bestuursdwangbesluit staat, dat zij in redelijkheid daaraan kan worden toegerekend. In dit verband is van belang dat de last onder bestuursdwang een reactie was op het instortingsgevaar van een deel van het winkelcentrum als gevolg van bodemverzakking en de omstandigheid dat de constructie van het winkelcentrum niet langer voldeed aan de eisen van artikel 2.5, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003 (zie ook: AbRvS 6 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2655). Een ongecontroleerde instorting zou de veiligheid in de directe omgeving van het winkelcentrum aantasten. De gestelde schade staat dus niet in een zodanig nauw verband met het bestuursdwangbesluit, dat deze aan het college, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een rechtstreeks gevolg van dat besluit kan worden toegerekend.

Wat kunt u met deze uitspraak?
Deze uitspraak laat zien dat pas wordt toegekomen aan de vraag hoeveel schade er moet worden vergoed, indien de schade als rechtstreeks gevolg van een besluit kan worden aangemerkt. Handhavingsbesluiten die een reactie vormen op een overtreding die een gevaar oplevert, kunnen daardoor niet zonder meer als rechtstreekse oorzaak van schade worden aangemerkt.

Share This