Een gebouw dat enkele tientallen jaren geleden wellicht onterecht als rijksmonument is aangewezen. Aanleiding voor het schrappen van dit gebouw uit het rijksmonumentenregister? Nee, aldus de Rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 9 augustus 2018. Alleen onder zeer klemmende omstandigheden kan de onjuistheid van de gronden waarop de aanwijzing als beschermd monument toentertijd is gebaseerd tot een herziening leiden. Een misslag bij de oorspronkelijke aanwijzing tot beschermd monument of voortschrijdend inzicht valt daar niet onder.

Waar ging de zaak over?

Aemstel Monuments is eigenaar van ’t Jagershuis in Ouderkerk aan de Amstel en wil het gebouw slopen en vervangen door nieuwbouw. Het gebouw is echter reeds in 1970 opgenomen in het rijksmonumentenregister. Aemstel Monuments verzoekt daarom de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om ’t Jagershuis uit dit register te schrappen. Daarbij ziet de eigenaar zich gesteund door een gebouwhistorisch onderzoek, dat concludeert dat het grootste deel van het gebouw in de jaren zestig nieuw is gebouwd in historiserende stijl en geen monumentale waarde heeft. De minister willigt het verzoek van de eigenaar in eerste instantie in. Daarvoor heeft zij op haar beurt advies ingewonnen bij de Raad voor Cultuur, de gemeente Amstelveen en de provincie Noord-Holland. De intrinsieke waarde van ’t Jagershuis zelf is zeer beperkt en het gebouw heeft volgens de minister niet de monumentale waarde die in het register is omschreven.

Enkele belangenorganisaties komen op tegen dit besluit. Zij wijzen op de historische betekenis van ’t Jagershuis voor Ouderkerk aan de Amstel, omdat dit oorspronkelijk een pleisterplaats was voor het reizen per trekschuit over de rivier. De belangenorganisaties trekken bovendien de objectiviteit in twijfel van de adviezen waarop Aemstel Monuments haar verzoek baseert en benadrukken dat het verzoek alleen is ingegeven door de wens om ’t Jagershuis te slopen. In beroep ziet de rechtbank zich vervolgens gesteld voor de vraag of de minister kon besluiten ’t Jagershuis te schrappen uit het rijksmonumentenregister.

Kon de minister ’t Jagershuis schrappen?

Nu het verzoek om ’t Jagershuis te schrappen is gedaan voordat de Erfgoedwet op 1 juli 2016 in werking trad, is daarop nog de Monumentenwet 1988 van toepassing. Artikel 8 van de Monumentenwet 1988 bepaalt dat de minister bevoegd is op eigen beweging (ambtshalve) of op verzoek van belanghebbenden in het monumentenregister wijzigingen aan te brengen. Deze bevoegdheid is in beginsel discretionair van aard. Dat wil zeggen dat de minister eigen beslissingsruimte heeft om het register te wijzigen.

Echter, de minister moet het oorspronkelijke besluit tot aanwijzing als een beschermd monument en de redenen die daaraan toen ten grondslag lagen echter wel als uitgangspunt nemen. Dat aanwijzingsbesluit is immers onherroepelijk geworden, het heeft met andere woorden formele rechtskracht gekregen en daarom dient in principe van dit besluit te worden uitgegaan.

Dit brengt met zich mee dat de minister, volgens vaste rechtspraak, niet mag overgaan tot een volledige herbeoordeling van een aanwijzing en dus ook niet van die van ’t Jagershuis, als beschermd monument. Een eventuele herbeoordeling dient beperkt te blijven tot nieuwe feiten en omstandigheden die de redenen die aan de aanwijzing ten grondslag lagen, in een ander licht plaatsen. In de zaak staat niet ter discussie dat het gebouw als beschermd monument is aangewezen nadat in de jaren zestig bouwactiviteiten waren voltooid, die neerkwamen op sloop en historiserende nieuwbouw. Volgens de minister was die aanwijzing een misslag en waren de gronden “twee topgevels met haaks aangebouwde vleugel, 18e eeuw” al bij de aanwijzing onjuist. Echter, nu er na de aanwijzing geen significante veranderingen meer zijn aangebracht, hebben zich simpelweg geen nieuwe feiten of omstandigheden voorgedaan. Onder nieuwe feiten of omstandigheden kan niet worden verstaan informatie gericht op het aantonen van de onjuistheid van de gronden, waarop de aanwijzing toentertijd is gebaseerd en welke onjuistheid toen al bekend was.

Dat kan alleen anders zijn onder bijzondere, zeer klemmende omstandigheden. Dat de aanwijzing berustte op een misslag of voortschrijdend inzicht is niet zo’n klemmende reden. Ook het argument dat de exploitatie van ’t Jagershuis in zijn huidige vorm niet meer haalbaar is, is geen bijzondere, zeer klemmende omstandigheid. De eigenaar kan immers altijd nog een omgevingsvergunning bij de gemeente aanvragen voor het wijzigen of slopen van het gebouw als rijksmonument, waarbij deze dan een afweging kan maken van alle betrokken belangen. De vraag of de minister bij de aanwijzing tot monument op de hoogte was of had kunnen zijn van de feitelijke staat van ’t Jagershuis, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. De argumentatie van de eigenaar en de minister kon dan ook niet leiden tot herziening van het aanwijzingsbesluit, aldus de rechtbank

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien dat een aanwijzing tot beschermd monument dat onherroepelijk is geworden niet zomaar kan worden teruggedraaid. Ook niet wanneer de oorspronkelijke aanwijzing op een misslag zou berusten. Is een gebouw eenmaal opgenomen in het rijksmonumentenregister, dan kom je van deze aanwijzing niet gemakkelijk af. Hoewel we niet weten of deze strikte lezing ook bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten speelt, dienen gemeenten hier bij het aanwijzen van gemeentelijke monumenten wel degelijk acht op te slaan. Voordat tot de aanwijzing van een monument wordt besloten, dient dus gedegen onderzoek plaats te vinden waarbij alle feiten op tafel moeten liggen.

Tegen deze uitspraak staat nog hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) open. Mocht de Afdeling t.z.t. een uitspraak doen, die een ander licht werpt op de zaak, dan berichten wij u hierover uiteraard opnieuw op ons blog.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

Share This