Als een last onder dwangsom terecht is opgelegd, betekent dit nog niet dat ook de invordering van deze dwangsom terecht is. Uit het controlerapport bij het invorderingsbesluit moet volgen of de overtreder zich aan de last heeft gehouden. Dit gaat weleens mis, zo blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 29 augustus 2018.

Waar ging de zaak over?

Een voetbalvereniging organiseert ‘Hollandse avonden’, feestavonden met Nederlandstalige muziek. Volgens een belangenvereniging van horecaondernemers is het organiseren van deze avonden in strijd met de lokale Algemene plaatselijke verordening (APV). De APV verbiedt paracommerciële rechtspersonen, zoals een voetbalvereniging, om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens “bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet direct bij de activiteiten van de rechtspersoon betrokken zijn.” Gelet hierop dient de belangenvereniging een verzoek om handhaving in. Na meerdere controles besluit de burgemeester een last onder dwangsom op te leggen. De last houdt in dat de voetbalvereniging het verbod uit de APV moet naleven, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-.

Een maand na de oplegging van de last organiseert de voetbalvereniging een ‘kick-off feest’ ter gelegenheid van het begin van het nieuwe voetbalseizoen. De toezichthouders komen langs en constateren dat een groot deel van het publiek plastic bekers met bier vasthoudt en dat in de opslagruimte kratten bier en blikjes met mixdrankjes staan. Daarmee staat naar mening van de burgemeester vast dat de last is overtreden en dus wordt besloten tot invordering van de dwangsom.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt dat de last onder dwangsom terecht is opgelegd. Voorafgaand aan de oplegging van de last is vast komen te staan dat personen die niet kwalificeren als leden, oud-leden, donateurs of sponsors van voetbalvereniging IJsselstreek de mogelijkheid hebben om toegangs- en donateurskaartjes voor de Hollandse avonden te verkrijgen en die avonden te bezoeken. Daarmee is duidelijk dat de avonden mede gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van voetbalvereniging IJsselstreek betrokken waren.

Volgens de Afdeling is het besluit tot invordering van de dwangsom echter onvoldoende onderbouwd. Uit het controlerapport blijkt niet dat is gecontroleerd voor wie het kick-off feest toegankelijk was. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de bijeenkomst mede gericht was op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de voetbalvereniging waren betrokken en of dus sprake was van een overtreding. Verder had de voetbalvereniging ter zitting aangegeven dat bij het kick-off feest alleen leden, oud-leden, introducés, donateurs of sponsors aanwezig waren en bleek uit de aankondiging dat het feest ook slechts toegankelijk was voor deze groep personen.

Op basis van deze overwegingen oordeelde de Afdeling dat dat het kick-off feest geen overtreding opleverde van de APV, en dat de voetbalvereniging zich dus aan de last had gehouden. De burgemeester was dus ten onrechte overgegaan tot invordering van de dwangsom .

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak onderstreept het belang van de controle in een handhavingsprocedure. Aan een invorderingsbesluit moet een rapport ten grondslag liggen waaruit blijkt dat de last niet is nageleefd en dus sprake is van een overtreding. Als dit niet volgt uit het rapport, dan is invordering niet mogelijk.

Lees hier de volledige uitspraak van de Afdeling.

Share This