Op 24 januari 2018 heeft de Afdeling een interessante uitspraak gedaan over de invulling van het belanghebbendebegrip in het kader van een Ffw-ontheffing. In de uitspraak wijzigt de Afdeling haar koers en beperkt de Afdeling de kring van belanghebbenden. De uitspraak gaat weliswaar over een Ffw-ontheffing (oud), maar zal naar verwachting ook relevant zijn voor ontheffingen die worden verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Oude koers: project als uitgangspunt

In de uitspraak van 24 januari 2018 wijzigt de Afdeling expliciet haar koers (zoals bijvoorbeeld staat omschreven in ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3666. Die koers was als volgt. De vraag of sprake was van een belanghebbende bij een Ffw-ontheffing werd beantwoord aan de hand van de ruimtelijke uitstraling van het windpark waarvoor de ontheffing was verleend.  In de eerder genoemde uitspraak van 19 juni 2013 werd onder meer de omvang van de windturbines en hun plaatsing in het open gebied relevant geacht, alsmede de mogelijke effecten die deze windturbines kunnen hebben voor het milieu. De Afdeling zag geen aanleiding om het belanghebbendebegrip bij een Ffw-ontheffing (oud) anders in te vullen dan bij de (ruimtelijke) besluiten die nodig waren voor het windpark.

Nieuwe koers: handeling als uitgangspunt

In de onderhavige uitspraak gaat de Afdeling om. Niet wordt gekeken naar de ruimtelijke uitstraling van het project, maar naar de handeling waarvoor de ontheffing is verleend. In de uitspraak van 24 januari jl. bestond de handeling waarvoor de ontheffing is verleend uit het doden van vogels en vleermuizen door de te realiseren windturbines. Deze handeling heeft volgens de Afdeling een beperkte ruimtelijke uitstraling. De minimale afstand tussen de woningen van appellanten en de meest nabij gelegen windturbine was 500 meter. Met een rotordiameter van 122 meter, vinden de aanvaringen van vogels en vleermuizen met een windturbine plaats op minimaal 439 meter van de woningen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de handeling op deze afstand geen ruimtelijke uitstraling op de woon- en leefomgeving van appellanten. Deze appellanten worden derhalve niet als belanghebbenden aangemerkt.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De kring van belanghebbenden bij een Wnb-ontheffing wordt kleiner. Er wordt niet langer gekeken naar de ruimtelijke uitstraling van het windpark, maar de uitstraling van de handeling (het doden van bijv. vogels en vleermuizen). Op welke afstand omwonenden nog wel belanghebbende zijn, zal de praktijk moeten uitwijzen.

 

Link: ABRvS 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:168

Share This