Evenementen zijn in ons land niet meer weg te denken en vooral de festivals zijn mateloos populair. Goeie muziek, zonnestralen en biertjes zijn voor de festivalganger geweldig, maar de omgeving deelt niet altijd diezelfde vreugde. Vooral geluid speelt in de discussie vaak een rol. Wat is nog aanvaardbaar en wat gaat te ver? Dat een evenement met een flinke geluidsbelasting niet zomaar doorgang kan vinden omdat het belang dat is gediend met het evenement groter is dan dat van omwonenden, zonder dat hier een deugdelijke belangenafweging of zorgvuldig tot stand gekomen evenementenbeleid aan ten grondslag ligt, maakt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 juli 2019 duidelijk.

Waar ging de zaak over?

De burgemeester van Oss verleent evenementenvergunningen voor de jaarlijks terugkerende evenementen Muziekboulevard en de kermis, die de locatie Eikenboomgaard in het centrum gehouden worden. Een bewoner van het centrum van Oss ervaart (en vreest ook nu weer) onduldbare hinder van deze festiviteiten en maakt bezwaar tegen de vergunningen.

In vaste rechtspraak is aanvaard dat de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ het uitgangspunt is voor de beoordeling of geluidsoverlast van een evenement aanvaardbaar is of niet. Het geluidsniveau zoals in het bestreden besluit is opgenomen, is volgens de bewoner echter niet in overeenstemming met de Nota. Daarin is namelijk een maximale geluidsbelasting van 70 à 75 dB(A) vastgelegd, bevestigd door de Afdeling in een uitspraak van 3 maart 2010, terwijl in dit geval een geluidsbelasting van 90 dB(A) is vergund. Uit geluidonderzoek blijkt dat bij de toegestane gevelbelasting van 90 dB(A) in de woning een binnenwaarde van ongeveer 65 dB(A) gemeten zou kunnen worden. Dit waar de Nota stelt dat een binnenwaarde van 50 dB(A) als absoluut maximum moet worden gezien. De hoeveelheid geluid binnen de woning is bij een geluidsbelasting van 65 dB(A) zo hoog, dat je elkaar niet kunt verstaan. Ook andere activiteiten, zoals lezen en tv kijken, zijn hierdoor onmogelijk. De burgemeester zou onvoldoende rekening hebben gehouden met de belangen van omwonenden bij het verlenen van de vergunningen.

Volgens de burgemeester zullen de bewoners van de Eikenboomgaard inderdaad overlast hebben. Zij maakte echter een belangenafweging in het voordeel van de Osse gemeenschap. De overlast die omwonenden zullen ervaren, is ondergeschikt aan de belangen van de feestvierders en horecaondernemers. Verder benadrukt de burgemeester dat een harde bovengrens qua geluid niet precies duidelijk is, met verwijzing naar een uitspraak van 19 juli 2017 over de Pride Amsterdam. Daarin stelde de Afdeling dat er geen objectieve manier is om vast te stellen of geluidhinder onduldbaar is. Dat hangt namelijk af van de belangenafweging die moet worden gemaakt. Het oordeel of geluidshinder onaanvaardbaar is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de burgemeester aan de belangen die zijn gediend met de activiteit die dat geluid veroorzaakt, redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen. Naarmate het belang dat is gediend met het evenement groter is, mag van omwonenden dus meer incasseringsvermogen worden verlangd.

Oordeel Afdeling

In dit laatste betoog gaat de Afdeling niet mee. De gemeente Oss heeft niet gekeken op welke afstand van de woning de podia en de geluidsinstallaties worden opgesteld. Ook is geen inventarisatie van de geluidsisolerende werking van de gevels van (een aantal van) omliggende (maatgevende) woningen gemaakt, zodat inzicht in de verwachte binnenwaarde van die woningen ontbreekt. Naar het oordeel van de Afdeling had dit wel in de rede gelegen.

Ook het evenementenbeleid zelf, dat aan de besluiten ten grondslag is gelegd, is niet zorgvuldig voorbereid. Voor de vaststelling van het beleid zouden geluidsmetingen zijn verricht, maar niet is toegelicht waar en wanneer die metingen zijn gedaan en is van resultaten van metingen niet gebleken. Een afweging van de belangen om te beoordelen of geluidshinder onaanvaardbaar is, kan niet worden verricht als geen inzicht bestaat in de relevante feiten en de af te wegen belangen. Motivering waarom het evenementenbeleid zowel afwijkt van de Nota als van de zogenoemde “Geluidparagraaf evenementenbeleid gemeente Oss” ontbreekt ook.

Met de redenering dat het gemeentelijk belang bij de Muziekboulevard en de kermis zo groot is dat dit minder uit zou maken, heeft de gemeente Oss jurisprudentie rondom de Pride Amsterdam wat te ver opgerekt. De evenementen zijn hoe dan ook belangrijker voor de gemeente. De Muziekboulevard en kermis van Oss zijn bovendien niet gelijk te stellen met de unieke en internationale relevantie van de Pride. Daarbij speelt ook mee dat de geluidbelasting in Oss op de gevel van woningen nog hoger zou zijn dan in Amsterdam, waar het bovendien gaat om nog langer durende evenementen. De Afdeling acht een binnenwaarde van 65 dB(A), in combinatie van negen vergunde evenementendagen op dezelfde locatie en − in het geval van de kermis − tot 1:00 of 2:00 uur ’s nachts, onaanvaardbare hinder.

In lijn met de rechtbank verklaart de Afdeling het hoger beroep van de gemeente Oss ongegrond.

Conclusie

Er valt niet op objectieve gronden vast te stellen wanneer een omwonende ten gevolge van een evenement onduldbare geluidshinder ondervindt. Wanneer we kijken naar deze uitspraak, blijkt er wel degelijk ergens een harde bovengrens te zijn. Deze uitspraak leert verder dat aan het vergunnen van evenementen met een fikse geluidsbelasting, zoals de Muziekboulevard en kermisfeesten in Oss, voldoende onderzoek naar de relevante gevolgen voor omwonenden moet worden gedaan. Wanneer besluiten zijn gebaseerd op vastgesteld evenementenbeleid, moet ook aan dit beleid een deugdelijke feitenvaststelling ten grondslag liggen. Dat het gemeentelijk belang van de doorgang van de evenementen heel groot is, betekent niet dat over dergelijk onderzoek makkelijker heen kan worden gestapt.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2019.

Share This