Sinds de inwerkingtreding van de Ladder voor duurzame verstedelijking (de Ladder) op 1 oktober 2012 zijn er vele, vele uitspraken gedaan over dit motiveringsvereiste voor decentrale overheden. Het is niet altijd even makkelijk om een weg te vinden in deze brij aan jurisprudentie. Met de overzichtsuitspraak van 28 juni jl. maakt de Afdeling een einde aan eventuele onzekerheden over de werking en toepassing van de Ladder. In deze uitspraak geeft de Afdeling een helder overzicht van alle jurisprudentie die afgelopen jaren is verschenen.

De Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder, vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, vormt een motiveringsvereiste voor besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Die besluiten moeten worden getoetst aan de drie treden van de Ladder. Wat is het doel van de Ladder? Een zorgvuldig ruimtegebruik. Simpel gezegd door het realiseren van nieuwe functies alleen toe te staan als daaraan een behoefte bestaat. Dat dit niet altijd goed gaat, blijkt wel uit de stroom aan jurisprudentie die de afgelopen jaren is verschenen.

Overzichtsuitspraak 28 juni 2017
In de uitspraak van 28 juni 2017 geeft de Afdeling een helder overzicht van de hoofdlijnen in de jurisprudentie rond de Ladder. De Afdeling gaat systematisch te werk en biedt bij elk onderdeel van de Ladder de relevante hoofdlijn en bijbehorende jurisprudentie. De volgende onderdelen komen in de onderstaande overwegingen aan bod.

  • inhoud, aard, doel en strekking van artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Bro (r.o. 2 – 2.6)
  • hoofdlijnen van de wijziging van de regeling per 1 juli 2017 (r.o. 3 – 3.2)
  • behoeftetoets buiten de ladder om (r.o. 4 – 4.1)
  • reikwijdte van artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Bro (r.o. 5 – 5.3)
  • uitleg van het begrip “stedelijke ontwikkeling” (r.o. 6 – 6.5)
  • uitleg van het begrip “nieuwe stedelijke ontwikkeling” (r.o. 7 – 7.10)
  • de reikwijdte van het onderzoek naar, het overleg over, en de beschrijving van de behoefte aan een bepaalde nieuwe stedelijke ontwikkeling (r.o. 8 – 8.2)
  • eisen die worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling (r.o. 9 – 9.10)
  • uitleg van het begrip “bestaand stedelijk gebied” (r.o. 10 – 10.3)
  • rechterlijke toetsing van de beschrijving van de behoefte (r.o. 11 – 11.2)
  • toepassing van het relativiteitsvereiste in verband met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Bro (r.o. 12 – 12.8)

Het werken met overzichtsuitspraken juichen wij van harte toe. Het biedt de praktijk namelijk een helder overzicht van vaak fijnmazige jurisprudentie op een specifiek thema. Het is overigens niet de eerste keer dat de Afdeling een overzichtsuitspraak doet. Eerder gaf de Afdeling al een helder overzicht over de planschadejurisprudentie. Hierover valt meer te lezen in dit blogbericht.

De nieuwe ladder per 1 juli 2017
De overzichtsuitspraak vormt een mooie afsluiting van een tijdperk. Per 1 juli 2017 treedt de gewijzigde ladder in werking. De Ladder is gewijzigd met als doel deze te vereenvoudigen en om de onderzoekslasten te verminderen (al eerder verschenen op dit blog berichten over de verschillen tussen de oude en de nieuwe ladder). Een deel van de Ladder blijft in tact, en een deel wordt aangepast. Voor dat deel dat in tact blijft, blijft de lijn die in de jurisprudentie geldt relevant. En daarvoor biedt de overzichtsuitspraak houvast voor de praktijk bij de toepassing van de Ladder. Voor dat deel dat wordt gewijzigd, is het de vraag hoe de jurisprudentie zich zal ontwikkelen. Uiteraard houden wij u op dit blog op de hoogte van alle ontwikkelingen rond de Ladder. Wordt vervolgd!

Bron: ABRvS 28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3

Share This