Vanochtend heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan inzake het hoger beroep tegen het verkeersbesluit waarbij de minister de maximumsnelheid op de A2 tussen Vinkeveen en Maarssen heeft verhoogd naar 130 km per uur. De Afdeling heeft alle beroepen ongegrond verklaard. Het verkeersbesluit is daarmee onherroepelijk.

Wat was er aan de hand?

Eind 2012 stelde de minister een verkeersbesluit vast waardoor op het traject tussen Vinkeveen en Maarssen in beide richtingen tussen 19.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends de maximumsnelheid is verhoogd van 100 naar 130 km per uur.

De gemeenten Stichtse Vecht, De Ronde Venen en een aantal inwoners van Maarssen tekende eerder tevergeefs beroep aan tegen dit besluit en stelden daarop hoger beroep in. Zij betogen onder meer dat de minister ten onrechte geen MER of m.e.r-beoordeling heeft gemaakt en dat de minister meer rekening had moeten houden met de effecten op de natuur, de gezondheid van omwonenden en de verkeersveiligheid.

Oordeel Afdeling

De Afdeling verklaart de hoger beroepen ongegrond. De Afdeling stelt voorop dat de minister bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toekomt. De rechter toetst slechts of de belangenafweging zodanig onevenwichtig is, dat het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

Interessant is dat de Afdeling bevestigt dat bij het nemen van een verkeersbesluit niet zeker hoeft te zijn of wordt voldaan aan de verplichtingen van de Nbw en de Ffw. Artikel 2 van de Wegenverkeerswet schrijft dat namelijk niet voor, aldus de Afdeling. Dat betekent bijvoorbeeld dat de projecttoets van artikel 19d Nbw (oud) niet hoeft te worden uitgevoerd. De effecten op natuur komen wel in beeld over de band van artikel 2 Wegenverkeerswet (gevolgen voor het milieu) maar dat is dan in het kader van de hierboven genoemde redelijkheidstoets.

Daarnaast overweegt de Afdeling dat een MER of m.e.r.-beoordeling niet aan de orde is omdat geen sprake is van een project waarvoor een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Voor het overige oordeelt de Afdeling dat de (mogelijke) nadelige effecten van het verkeersbesluit niet zodanig onevenwichtig zijn met de belangen die zijn gediend met het verhogen van de maximumsnelheid dat de minister niet in redelijkheid tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen.

Conclusie

Met deze uitspraak geeft de Afdeling groen licht voor de verhoging van de maximumsnelheid op de A2. Voor de praktijk is met name relevant dat de rechter bij de beoordeling van een verkeersbesluit strikt toetst aan de verkeersbelangen ex artikel 2 Wegenverkeerswet. De consequentie hiervan is dat bij het nemen van het verkeersbesluit niet zeker hoeft te zijn of wordt voldaan aan de verplichtingen van de Nbw en de Ffw (thans Wet natuurbescherming).

Bron: AbRvS 8 maart 2017, nr. 201600733/1/A1.

Share This