Afwijken van de VNG-richtwaarden voor geluid is mogelijk, mits dit goed wordt gemotiveerd. In de uitspraak van de Afdeling van 16 september jl., heeft de raad van de gemeente Leudal afgeweken van de VNG-richtwaarden teneinde recreatieverblijf toe te staan op 100 meter afstand van een helikopterhaven. Volgens de raad werd immers voldaan aan de geluidscontournorm uit de Wet Luchtvaart. De Afdeling neemt hier geen genoegen mee. In dit blogbericht lichten wij dit standpunt van de Afdeling toe.

Wat speelde er?

De raad van de gemeente Leudal heeft bij besluit van 24 september 2019 het bestemmingsplan “Aan de Watermolen 1 en Speckerweg ong.” vastgesteld. Voor zover van belang voor deze procedure, voorziet het plan in een woning en een recreatiebedrijf ten behoeve van verblijfsrecreatie met bedrijfswoning.

Appellante exploiteert een helikopterhaven en andere bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied en zij vreest dat zij in haar exploitatie zal worden beperkt door het plan. Haar helikopterhaven is op ongeveer 100 meter afstand van het plangebied gelegen.

Volgens appellante wordt niet voldaan aan de richtafstanden die volgen uit de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (de VNG). Volgens appellante dient te worden voldaan aan de reguliere richtafstand voor geluid van 500 meter vanaf haar helikopterhaven.

De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure, zodat een richtafstand van 300 meter geldt. Volgens de raad kon van deze richtafstand worden afgeweken. De raad verwijst naar het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de vaststelling van de luchthavenregeling voor de helikopterhaven. Hieruit volgt volgens de raad dat geen sprake is van onaanvaardbare geluidhinder. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidscontour van 56 dB(A)Lden binnen het luchthavengebied valt. Het plangebied valt daarbuiten, zodat de raad een afstand van 100 meter aanvaardbaar achtte. Volgens de raad hoefde daarnaast geen aanvullend akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd, omdat recreatiewoningen geen geluidsgevoelige objecten zijn in de zin van de Wet geluidhinder.

Wat oordeelde de Afdeling?

De Afdeling overweegt dat de raad het gebied terecht heeft aangemerkt als gemengd stedelijk gebied, zodat een richtafstand van 300 meter voor geluid geldt. Hoewel de Afdeling de raad volgt in het standpunt dat uit de VNG-brochure blijkt dat gemotiveerd kan worden afgeweken van de richtafstand, is de door de raad gegeven motivering volgens de Afdeling onvoldoende.

De Afdeling overweegt dat zij de raad niet volgt, voor zover de raad zich op het standpunt stelt dat het voldoen aan de geluidscontournorm uit de Wet luchtvaart op zichzelf aantoont dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De geluidbelasting afkomstig van de helikopterhaven dient te worden gekwalificeerd als industrielawaai. Slechts dat industrielawaai is door de raad onderzocht. Uit de plantoelichting noch uit de toelichting ter zitting blijkt volgens de Afdeling dat de raad akoestisch onderzoek heeft verricht naar de hoogte van de geluidsbelasting ten gevolge van industrielawaai anders dan die ten gevolge van de helikopterhaven. Volgens de Afdeling was nader onderzoek daarnaar wel vereist. Ook het industrielawaai van andere bedrijfsactiviteiten in de omgeving had de raad dus moeten onderzoeken. Uit de VNG-brochure volgt bovendien dat ook verblijfsrecreatie als een milieugevoelige functie wordt aangemerkt. Daarnaast heeft de raad geen onderzoek verricht naar de cumulatie van geluidbronnen dan wel gemotiveerd dat geen sprake is van cumulatie van geluidbronnen. Naar het oordeel van de Afdeling is daarmee niet toereikend gemotiveerd waarom in dit geval de afstand tussen de bij het plan voorziene verblijfsrecreatie en de omliggende bedrijven voldoende is om geluidhinder bij die verblijfsrecreatie tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Relevantie voor de praktijk

Het enkele feit dat wordt voldaan aan de geluidscontournorm uit de Wet luchtvaart, zegt niets over de vraag of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Nader onderzoek naar de hoogte van de geluidsbelasting vanwege industrielawaai, alsmede onderzoek naar cumulatie van geluid, kan in dat kader vereist zijn. Volgens vaste jurisprudentie komen in dat kader ook recreatiewoningen bescherming tegen geluidhinder toe (zie bijvoorbeeld AbRvS 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7286). Het enkele feit dat sprake is van recreatieverblijf ontslaat het bestuursorgaan dus niet te onderzoeken of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Nader onderzoek zal in dit geval dus moeten uitwijzen of de afstand van 100 meter voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling van 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2233.

 

Share This